Journalist en theoloog Klaas van der Zwaag schreef een indrukwekkend boek. Niet alleen qua omvang –meer dan 1700 pagina’s– en de hoeveelheid geraadpleegde literatuur, maar vooral wat betreft de inhoud.

Bij de presentatie van de tweedelige studie ”Reformatie vandaag” werd Van der Zwaag, kerknieuwsredacteur bij het Reformatorisch Dagblad, gekarakteriseerd als een encyclopedist: een in deze tijd zeldzaam (en waarschijnlijk uitstervend) ras. Het is een gave om vijf eeuwen kerkgeschiedenis te overzien en overzichtelijk weer te geven.

Aanleiding tot deze studie, met de ondertitel ”500 jaar Hervorming in debat met Rome en nieuwe vormen van doperse radicaliteit”, is de herdenking van 500 jaar Reformatie. Maar Van der Zwaag doet meer dan alleen de geschiedenis en uitwerking van de Reformatie weergeven. Hij probeert ook het eigene van de Reformatie op het spoor te komen door deze te positioneren tussen Rome en –wat hij noemt– de doperse radicaliteit. De Reformatie kan naar zijn oordeel niet worden losgemaakt van deze beide polen. De Hervorming was immers een tegenbeweging tegen Rome, maar riep op haar beurt ook weer een tegenreactie op: de doperse beweging.

IJkpunten

In het eerste deel, getiteld ”Het geding met Rome”, beschrijft Van der Zwaag de opkomst van de Reformatie, het eigene ervan en de reactie van Rome op de Reformatie. Hierbij beperkt hij zich niet tot de tijd van de Reformatie zelf, maar maakt hij ook de ontwikkeling die Rome doormaakte inzichtelijk en gaat hij in op de verhouding tussen Rome en Reformatie vandaag. IJkpunten hierbij zijn de visie op genade, de kerk, het ambt, de sacramenten, Schrift en traditie.

Het tweede deel gaat over het geding met de doperse beweging en beschrijft de opkomst van de radicale reformatie, die vond dat de hervormers op een aantal punten niet ver genoeg gingen. Hierbij betrekt Van der Zwaag zowel de dopers (de doopgezinde traditie) alsook de evangelische beweging. Ze zijn beide kinderen van de radicale reformatie, waarbij de laatste vandaag het invloedrijkst is.

Van der Zwaag ziet de Reformatie als een „balanceren tussen twee uitersten.” Waar bij Rome de vrijheid van de Geest aan banden werd gelegd door het instituut van de kerk, werd in de doperse traditie de vrijheid van de Geest juist losgemaakt van uiterlijke heilsmiddelen, zoals de kerk en het Woord. De Reformatie wilde beide uitersten vermijden en beschouwde de kerk als instrument van het heilsgebeuren, waar Woord en Geest elkaar ontmoeten. Woord en Geest zijn geen of-of, maar en-en: de Geest werkt door het Woord en het Woord heeft de kracht van de Geest nodig om heilzaam te zijn.

Positie kiezen

Het is onmogelijk om in het korte bestek van een recensie recht te doen aan de brede inhoud van deze studie. Een paar opmerkingen.

De uitvoerigheid waarmee Van der Zwaag schrijft heeft het gevaar in zich dat je door de bomen het bos niet meer ziet. De kracht van het boek is tegelijk zijn zwakte. Het boek leent zich uitstekend als naslagwerk om de visie van Rome of de dopers op een bepaald onderwerp op het spoor te komen. Maar het vergt veel tijd en discipline om het integraal te lezen. Niet alleen encyclopedisten zijn vandaag immers een bedreigd ras, dat geldt ook voor grondige lezers.

Ook het gebruik van minder bronnen had mogelijk de leesbaarheid ten goede gekomen. Het boek heeft door het samenvoegen van allerlei bronnen soms een wat opsommend karakter. Daarnaast zou de auteur vaker zelf positie mogen kiezen. Zo noemt hij de visie van de Duitse kerkhistoricus Berndt Hamm, die beweert dat er helemaal geen tegenstelling is tussen de aflaathandel en de reformatorische visie op de genade, zonder deze stellingname te evalueren of te bekritiseren. Hetzelfde gebeurt bij de uitvoerige beschrijving van het huidige debat over de betekenis van de rechtvaardiging bij Paulus: allerlei visies worden benoemd, maar er wordt niet duidelijk stelling genomen.

Nu is het niet eenvoudig om daar een oordeel over te vellen, maar het boek zou beslist aan kracht gewonnen hebben als dat vaker was gebeurd.

Evangelische beweging

Omdat het debat met Rome in Nederland een achterhoedegevecht is geworden, lijkt de relevantie van deze studie voor de gereformeerde gezindte vooral te zitten in het tweede deel. Daarin beschrijft Van der Zwaag helder de bronnen van de evangelische beweging en spiegelt deze met de reformatorische visie. Dat deel is verplichte kost voor wie inzicht wil krijgen in deze beweging, die op allerlei manieren ook de gereformeerde gezindte beïnvloedt.

Van der Zwaag betrekt hierbij ook recente discussies, zoals die over Heart Cry (een stichting die inzet op geestelijke verdieping en de bewustwording van de noodzaak van herleving), en poogt een faire bespreking van de verschillende standpunten te geven. De les is dat de gereformeerde traditie alleen maar toekomst heeft als gepoogd wordt het eigene van de Reformatie vast te houden: de spanning bewaren tussen Woord en Geest. Dat voorkomt objectivisme en subjectivisme, wat de veilige koers is om kerk en geestelijk leven gezond te houden.

De gereformeerde kerk kan immers alleen gezond blijven door zich telkens weer door Woord en Geest te laten reformeren. Kennisname van deze studie kan daar zeker toe bijdragen – en dat is een van de zaken die de auteur voor ogen stond bij het schrijven van dit boek. De woorden van zijn vader, W. van der Zwaag, die het boek als motto meekreeg, getuigen daarvan: „Als vorm en traditie het opkomende geslacht bij de kerk moeten bewaren dan is het een verloren zaak. Alleen in een weg van waarachtige reformatie en wederkeer tot de God der vaderen zal er nog gegronde verwachting zijn voor de toekomst van de vaderlandse gereformeerde Kerk!”

Een waarschuwing en een appel die we alleen tot schade van onszelf kunnen negeren.

‘Reformatie balanceerde tussen Rome en doperse beweging’, boekbespreking in het Reformatorisch Dagblad, 28-10-2017.

Boekgegevens

”Reformatie vandaag. 500 jaar Hervorming in debat met Rome en nieuwe vormen van doperse radicaliteit” (2 dln.), K. van der Zwaag; uitg. Labarum, Apeldoorn, 2017; 978 94 029 0279 2; 876 en 823 blz.; € 79,95.