Dat we in Christus rechtvaardig zijn voor God, is “de basis van mijn behoud”, zegt dr. M. Klaassen, hervormd predikant in Arnemuiden en voorzitter van IRS. “Het meest wezenlijke in mijn leven is al gezegd. Het oordeel ligt achter mij.” In oktober verschijnt zijn nieuwe boek over de rechtvaardiging door het geloof. 

Tien jaar geleden begon dr. Klaassen met een promotiestudie naar de rechtvaardiging in de gereformeerde traditie. Hij promoveerde op dit thema in 2013. Zijn nieuwste boek, De HEERE onze gerechtigheid gaat ook over de rechtvaardiging, maar dan in heilshistorisch perspectief en tegen de achtergrond van de verbondsleer.

Hebben mensen tegenwoordig te weinig kennis van de rechtvaardigingsleer?

“Ik denk het wel. Geloofszekerheid is heel belangrijk. In Christus ben ik rechtvaardig voor God. Dat is de basis van mijn behoud. Ik ben niet gered door mijn eigen doen en laten, maar door het unieke werk van Christus. Dat is ook waar het in de Reformatie over ging. Ik ben nu al vrijgesproken van schuld en straf. Ik mag leven in de zekerheid dat het oordeel achter de rug is, zoals Keller ook schrijft. Het meest wezenlijk in mijn leven is al gezegd. Die zekerheid is bepalend voor mijn identiteit. Ik krijg een nieuwe identiteit. Christus’ weg en werk zijn míjn weg en werk. Het doet er niet meer toe wat anderen van mij zeggen en ook niet wat ik van mezelf zeg. Dat geeft ontspannenheid. De zekerheid dat ik in Christus rechtvaardig ben, bevrijdt mij ook van de kramp om mezelf te moeten bewijzen tegenover God. Daar zit ook kracht in op psychologisch gebied. Het helpt mij tegen minderwaardigheidsgevoelens. In mijn gemeente begeleid ik meiden met eetstoornissen als anorexia. Achter anorexia zit vaak een problematiek, onder andere de angst hoe mensen over je denken. Als je weet dat je rechtvaardig bent voor God, zou het niet meer belangrijk moeten zijn hoe mensen over je denken.”

Toch lijken sommige christenen de rechtvaardigingsleer niet te begrijpen.

“Als je morele failliet niet wordt gepredikt, heeft Jezus en Zijn volbracht werk ook niet veel waarde. Als je eerlijk wet en Evangelie predikt, zorgt dat ervoor dat mensen vragen gaan stellen die ze vanuit zichzelf niet hebben.”

Hoe breng je zoiets aan de orde?

“Keller zegt dat je het Evangelie steeds weer moet horen. Dat jij als zondaar door God gerechtvaardigd bent, geeft verwondering. Verwondering is de brandstof voor dankbaarheid en lofprijzing. Als genade iets vanzelfsprekends wordt, gaat de glans er vanaf. Als je ziet dat de autonomie je als mens in het bloed zit en dat je steeds weer van God wegloopt, kun je er klein van worden dat Gods liefde voor jou desondanks tóch steeds hetzelfde blijft.

Het Evangelie moet steeds weer gepredikt worden. Hierin kun je creatief zijn. Je kunt hiervoor steeds weer andere beelden gebruiken.”

U haalt ook in uw boek aan dat de Rooms-Katholieke Kerk en de Lutherse Kerk in 1999 een verklaring ondertekenden waarin zij aangaven dat er tussen beide kerken overeenstemming is wat betreft de grondwaarden van de rechtvaardigingsleer. Wordt de rechtvaardigingsleer dan wel goed begrepen, vraag je je af.

“Rome en Reformatie kunnen haast niet met elkaar in overeenstemming zijn. Zoals Keller zei: Als we in Christus gerechtvaardigd zijn, is het oordeel achter de rug. Dat is typisch wat de rooms-katholieke leer niet heeft. Volgens het rooms-katholicisme is de rechtvaardiging een proces: je wordt steeds rechtvaardiger als je steeds heiliger leeft. Dat betekent dat je voortdurend in de onzekerheid leeft of je straks wel echt rechtvaardig voor God kunt verschijnen. Het is een voluit reformatorische visie dat het oordeel voor een christen achter de rug is. Als ik in Christus ben, ben ik met Hem gekruisigd. Dan ben ik één met Hem en heb ik met Hem het oordeel ondergaan.”

Veel rooms-katholieken hebben hier moeite mee. Ze zeggen dat dit zorgeloze mensen maakt.

“Je zou kunnen zeggen dat een christen die geen vrucht draagt, geen christen is. Vruchtdragen kan alleen als je ingelijfd bent in de Wijnstok, in Christus. Als je niet in Christus bent ingelijfd, kun je geen goede werken doen. Dat heb ik beschreven in hoofdstuk 7 van mijn boek. Keller wijst erop dat in het christelijke geloof –in onderscheiding van andere religies – de uitspraak voorafgaat aan de daad. Voor moslims en boeddhisten gaat het erom wat je doet en daarop volgt dan het oordeel. In het christelijke geloof is het precies andersom: God rechtvaardigt mij, los van mijn daden.  En juist die onverdiende, overweldigende genade stimuleert tot het doen van gerechtigheid en goede werken en is de beste motivatie tot heiligheid en strijd tegen de zonde. Hoe kun je God, die je zoveel liefde heeft gegeven, niet behagen?

Aan de vruchten kent men de boom. Ik zou een rooms-katholiek dus de volgende antwoorden geven: a. Wie verbonden is met de ware Wijnstok, met Christus dus, draagt echte vruchten. b. Wie werkelijk het Evangelie verstaat, kan niet anders dan hier in dankbaarheid en liefde op reageren.”

Bron: Website stichting In de Rechte Straat, interview door Karolien Lievense