Mijn artikel over Opwekking in het Reformatorische Dagblad deed de nodige stof opwaaien. De keuze van CIP om mijn artikel als ‘aanval’ te betitelen droeg daar mogelijk aan bij. In het oorspronkelijke artikel in het RD ging het echter om ‘evenwicht’. Naast bijval kreeg ik nogal wat afwijzende reacties vanuit Opwekkingsminnend Nederland. Daarom, bij wijze van afsluiting, een paar (hopelijk) verhelderende opmerkingen, in de hoop dat dit het ‘evenwicht’ weer wat herstelt.

  • Ik kreeg de vraag nogal eens gesteld of ik ook contact had opgenomen met de organisatie van Opwekking. Nee, dat heb ik niet. Mijn artikel was niet gericht tot de organisatie, maar tot de achterban die ik vertegenwoordig: het reformatorische gedeelte van de kerk in Nederland. Vandaar de plaatsing in het Reformatorisch Dagblad. Het artikel was een samenvatting van een stuk dat ik schreef voor de kerkbode van de Hervormde gemeente Arnemuiden. Ik schreef dit als achtergrond en toelichting bij een aantal opmerkingen die ik in een preek gedaan had en waarin ik wat kritische kanttekeningen plaatste bij Opwekking. Mijn doelgroep was dus niet zozeer de evangelische beweging (wat dat dan ook mag zijn), maar de reformatorische gezindte (waarvan, zoals ik schrijf, een deel ook Opwekking bezoek). Hen wilde ik aan het denken zetten.
  • Al jaren luister ik mee, heb goede dingen en minder goede dingen gehoord, maar dit keer vond ik, met name bij de genezingsdienst, dat er bijbelse grenzen overtreden werden. Dat noopte me ertoe dit te schrijven. Het is mijn bijbelse roeping alle dingen te onderzoeken, te beoordelen, het goede te behouden en (soms) ook het verkeerde te veroordelen. Dat is niet in tegenspraak met het ‘oordeelt niet’ – zoals sommige mensen mij tegenwierpen. Waar Jezus voor waarschuwt is een ondoordacht oordeel. Het kan echter niet betekenen dat je nooit zou mogen/moeten oordelen. Waarom zou Paulus anders zo vaak dwaalleer en misvattingen bestrijden/weerleggen? En kijk eens wat Jezus zegt over de Farizeeen en Schriftgeleerden! In mijn hoedanigheid van dienaar van het Woord en theoloog is het soms mijn roeping dingen aan de orde te stellen. Uiteraard moet dat in liefde gebeuren.
  • Ik heb niet beweerd dat de evangelische beweging een dwaling is, wel dat zij dwalingen bevat. Overigens even goed als bepaalde gereformeerde stromingen! Maar dat laat onverlet dat ik mijn hand er voor in het vuur durf te steken dat de gereformeerde traditie de rijkste verwoording van het bijbelse geloof bevat, in de lijn van Paulus, Augustinus en andere groten in Gods Koninkrijk. De gereformeerde theologie doet het meest recht aan het genade alleen, geloof alleen, Christus alleen, de Schrift alleen.
  • Ik ben er van overtuigd dat er een en ander niet deugt in de evangelische beweging. Wie rustig Johannes 3 en Romeinen 9-11 leest, zal moeten constateren dat thema’s als verkiezing, de eenzijdige genade van God, de noodzaak van wedergeboorte, de beleving van ellende, verlossing en dankbaarheid niet of onvoldoende aan de orde komen. Als dat onkunde is, is het tot daar aan toe. Als dat bewust is, is het veel erger. Overigens betekent dit niet dat mensen geen oprecht christen kunnen zijn. Mensen kunnen in onwetendheid dwalen, terwijl ze de Heere vrezen en liefhebben. Daarom ben ik er ook van overtuigd dat God Zijn kinderen heeft onder mensen uit de evangelische beweging. We kunnen leren van hun openheid, hun vrijmoedig getuigenis etc.
  • ‘Gereformeerd’ en ‘opwekking’ bijt elkaar niet. Integendeel! De grootste opwekkingspredikers uit de geschiedenis waren calvinisten. Edwards, Whitefield en Spurgeon waren allen gereformeerd in hun overtuigingen en zagen hun bediening rijk gezegend met een grote oogst. Ik heb geen moeite met opwekking (integendeel, daar zie ik naar uit), maar laat het dan wel een opwekking zijn die voldoet aan bijbelse maatstaven. De opwekkingen uit de tijd van de genoemde predikers gingen gepaard met een diep besef van Gods heiligheid en majesteit, een daaraan gepaard oprecht berouw en schuld belijden. Wie een voorbeeld daarvan wil lezen, kan te rade bij het pas verschenen boek over de opwekking in Korea uit 1907 toen de Heilige Geest met kracht neerdaalde en de gebeurtenissen van Pinksteren zich leken te herhalen:
    • ‘Op maandag tussen de middag kwamen we als zendelingen bij elkaar en riepen ernstig tot God. Geestelijk waren we een en we weigerden God te laten gaan tenzij Hij ons zegende. Deze avond was geheel anders. Iedereen die de kerk binnenkwam, voelde dat de ruimte vol was van Gods aanwezigheid (…). Na een korte preek leidde Lee de samenkomst en riep op tot gebed. Er begonnen zoveel mensent tegelijk te bidden, dat Lee zei: ‘Als jullie graag zo willen bidden, laat dan iedereen bidden’. Het effect was onbeschrijfelijk. Het was geen verwarring. Er lag een sterke harmonie in het geluid en in de geest. Zielen voegden zich samen, in beweging gebracht door een onweerstaanbare drang om te bidden. Het gebed klonk als het geluid van vele wateren, een oceaan van gebed beukte op de troon van God. Het waren niet vele gebeden, maar het was één gebed, geboren uit één Geest, gericht tot één Vader in de hemel. (…) Toen het gebed verderging, kwam er een zware geest van berouw over de zonde over de aanwezigen. Aan één kant begon iemand te huilen en een moment later huilde de hele menigte (…) De ene na de andere man stond op, belijd zijn zonden, brak en huilde. Hij gooide zichzelf dan op de vloer, sloeg met zijn vuisten op de grond in grote zielsangst vanwege de overtuiging. (…) Het effect van honderden mannen die samen hardop baden, is onbeschrijfbaar. Steeds na een volgende belijdenis, begonnen ze oncontroleerbaar te huilen. We huilden allemaal,we konden het niet inhouden. Zo ging de bijeenkomst door tot twee uur in de morgen, met belijdenis, geween en gebed’ (W. Blair en B. Hunt, De opwekking in Korea en het lijden dat volgde, Apeldoorn 2016, 80-81).
  • Wie bekend is met de geschiedenis van opwekkingen, weet dat er veel kaf onder het koren bleek te zijn. Indrukwekkende belijdenissen, tranen, emoties en enthousiasme bleek later van voorbijgaande aard. Reden dat grote opwekkingspredikers als Jonathan Edwards zich zorgvuldig bezonnen op de aard van religieuze gevoelens. Ja, er is geen geloof zonder gevoel, maar niet alle gevoel is geloof. Niet alle werk van de Geest is zaligmakend (iets wat Jezus in de gelijkenis van zaaier overigens ook leerde). Dat kan ons leren voorzichtig en behoedzaam te zijn en niet teveel waarde te hechten aan indrukwekkende woorden, diepe emoties e.d. Een wijs advies vroeger was om het nog eens te laten ‘overzomeren’ en ‘overwinteren’. Aan de vruchten zul je uiteindelijk de boom kennen.
  • De Bijbel laat duidelijk zien dat het mogelijk is God ook op een verkeerde wijze te dienen en te aanbidden. De geschiedenis van Nadab en Abihu, de zonen van Aäron die met ‘vreemd vuur’ voor Gods aangezicht verschijnen, is daar een duidelijk voorbeeld van (Lev. 10). Zij roepen daarmee Gods toorn over zich uit. Ook vandaag is het zeer wel mogelijk om God op een verkeerde manier te dienen. Om die reden heeft John MacArthur in zijn boek ‘Strange Fire’ recent allerlei excessen in de charmatische beweging aan de orde gesteld (waaronder ‘fake healings’).
  • Gebedsgenezing is een moeilijk onderwerp. Ik geloof dat God bij machte is te genezen. Ik geloof ook dat genezing iets is wat in je eigen gemeente plaats kan vinden. Dat is de plek waar God je geplaatst heeft en waar mensen voor je kunnen bidden. Worden er mensen genezen in genezingsdiensten? Het is niet aan mij om dat te ontkennen. Maar is alle genezing ook echt genezing? Wat is de rol van je psyche op zo’n moment? Kan het zijn dat mensen door de emotie van het moment, de geweldige (psychische druk) ineens uit een kramp schieten die hen lange tijd bezet heeft gehouden? Als een arts een genezing medisch kan bevestigen, geloof ik dat er sprake is van een genezing. Ook bij een genezingsdienst. Maar dan is het nog de vraag of het de bedoeling is. Deden Paulus en Petrus het zo? Of is gebed iets wat eerst en vooral in de eigen gemeente hoort plaats te vinden? Ik denk het laatste.
  • Tot slot: Als ik onverhoopt mensen bezeerd heb met mijn opmerkingen, dan spijt me dat. Ik heb het verlangen de waarheid te delen in liefde. Maar ‘liefde’ betekent niet een klakkeloos aanvaarden van alle dingen en ook niet dat we elkaar niet mogen corrigeren of soms ook waarschuwen. Dat was de bedoeling van mijn artikel. Eenheid is belangrijk, maar niet ten koste van de waarheid. Ik heb ieder lief die de waarheid liefheeft en ik verlang naar een toekomst waarin allen die Christus’ verschijning lief hebben gekregen, ongeacht hun kerkelijke achtergrond, Hem zullen aanbidden: de grote Zaligmaker van grote zondaren.