Mijn artikel ‘Goed recht van de zondag’ (Reformatorisch Dagblad, 22-11-2014) riep veel op. Het is blijkbaar een onderwerp dat leeft. Een aantal reacties probeerde ik te beantwoorden in een vervolgartikel (‘Schrift en traditie tonen sterke papieren voor zondagse samenkomst’) dat op 28-11-2014 in dezelfde krant verscheen (beide op deze website te vinden onder ‘Artikelen’). Hiermee bleek de discussie niet afgelopen, want ik kreeg daarna nog meerdere vragen. Ik heb geprobeerd deze zoveel mogelijk te beantwoorden. Omdat ze mogelijk ook voor anderen van betekenis kunnen zijn, heb ik de belangrijkste in dit blog bijeen gevoegd.


a) Wanneer is Jezus begraven?

Een vraag die ik regelmatig kreeg is die naar het precieze tijdsmoment van Jezus’ begrafenis. Er is een theorie die stelt dat Jezus op zaterdag (sabbath) is opgestaan en niet op de (gewraakte) zondag. Als dat zo is, zou de legitimiteit van het op zondag samenkomen natuurlijk op losse schroeven geraken. Aanhangers van deze opvatting nemen dan ook afstand van de traditionele voorstelling van zaken waarin Jezus op vrijdag sterft en begraven wordt, op zaterdag in het graf rust en op zondag in alle vroegte opstaat. Zij beroepen zich met name op Mattheüs 12: 39 waar Jezus zegt dat Hij net als Jona ‘drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde’ zal zijn. Tegenstanders van de traditionele visie menen op grond hiervan dat Jezus niet op vrijdag begraven kan zijn. Immers, dan is Hij niet drie dagen en drie nachten, maar hooguit anderhalve dag en twee nachten in het graf geweest.

Toch hoeft Matth. 12: 39 geen probleem voor de traditionele visie te vormen. Drie dagen en drie nachten is een joodse spreekwijze waarbij een deel geldt voor het geheel. In het rabbijnse denken vormen een dag en een nacht een ‘onah’ en een deel van een ‘onah’ geldt als het geheel. Dus ‘drie dagen en drie nachten’ betekent niets anders dan ‘drie dagen’ of de combinatie van delen van drie afzonderlijke dagen (vrijdagnacht, zaterdag, zondagmorgen).

Hoewel ik het verlangen begrijp om aan drie dagen en drie nachten te komen, kan de oplossing die voorgedragen wordt me niet bevredigen. Immers, als Jezus inderdaad drie dagen en drie nachten in het graf heeft gelegen, kom je in de knel met 1 Kor. 15: 4: dat Hij is opgewekt óp de derde dag. In de oplossing die de website voordraagt, zou dat echter moeten zijn: ná de derde dag (niet: op).

De meest bevredigende oplossing lijkt me dan ook het volgende schema:

2 april (14 Nisan): donderdag (van woensdagavond tot donderdagavond): dag
van de voorbereiding van het Pascha
3 april (15 Nisan): vrijdag (van donderdagavond tot vrijdagavond): Pascha;
het Feest van de ongezuurde broden begint.
4 april (16 Nisan): zaterdag (van vrijdagavond tot zaterdagavond): Sabbath
5 april (17 Nisan): Zondag (van zaterdagavond tot zondagavond): eerste dag
van de week.

De teksten bij Johannes waar het lijkt dat het Pascha nog moet beginnen (Joh. 13: 1, 18: 28 en 19: 14) hoeven geen tegenstelling te vormen met de overige evangeliën. In het denken van de joden werd Pascha en het feest van de ongezuurde broden als een verlengde gezien (zoals wij het ook over ‘Pasen’ kunnen hebben en dan het hele paasweekend bedoelen, inclusief Goede Vrijdag). Johannes 18: 28 en 19: 14 gaat dan over de wens van de joodse leiders om verontreiniging te vermijden, zodat zij toch deel kunnen nemen aan het doorgaande feest (bedoeld is dan: het feest van de ongezuurde broden).

b) De samenkomst in Troas: op sabbath of op zondag?

In mijn tweede artikel ‘Schrift en traditie tonen sterke papieren voor zondagse samenkomst’ (28-11-2014) verwees ik naar de samenkomst ‘op de eerste dag van de week’ die Lukas vermeldt in Handelingen 20: 7 en sprak ik het vermoeden uit dat dit zich op een zondagavond afspeelde. Iemand reageerde dat deze samenkomst net zo goed op zaterdag (sabbath) plaatsgevonden kan hebben. Hij schreef:

‘…als de sabbat aanvangt met de schemering op vrijdag, dan vangt de avond van de eerste dag der week aan als het gaat schemeren na de sabbat. In onze tijdrekening is dat zaterdagavond. In bijbelse context eerste dag der week. Het lijkt me niet al te gekunsteld om te stellen dat dan het ‘verder reizen’ van Paulus gewoon op ‘zondag’ geschiedt, de volgende ‘dag’ in de zin van daglicht. Wat had er anders moeten staan?’

Bijbeluitleggers verschillen van mening over de interpretatie van dit gedeelte. Dat heeft alles te maken met de tijdsrekening waarvan je uitgaat. Ga je uit van de joodse rekening, dan gaat het inderdaad om een zaterdagavond; ga je uit van de Romeinse week, dan betreft het een zondag. Een geleerde van het formaat Eckhart Schnabel zegt in het licht van deze discussie: ‘If Jewish reckoning is used, the day of the meeting was Saturday evening; if the Roman week is used, the first day of the week was Sunday. However, the overlay of Jewish, Roman, and Greek practices of reckoning the beginning of the day from sunset, from midnight, or from sunrise, respectively, creates difficulties for understanding what Luke’s readers would have assumed; the meeting could have taken place on Saturday night and early Sunday morning, or on Sunday evening and Monday evening. There are too many variables to be certain on this issue, although a meeting on Sunday seems most plausible (cursivering mij)’.  (E.J. Schnabel, Acts, Grand Rapids 2012, 834-835). Een Romeinse rekening (dus zondagavond) ligt voor de hand omdat Lukas ook op andere plaatsen de Romeinse tijdsindeling gebruikt (zie Hand. 2: 15 en 3: 1). Overigens gebruikt Lukas wel weer de joodse religieuze kalender. Een zondagse dienst is dus niet helemaal hard te maken, maar is wel waarschijnlijk (zie ook D.L. Bock, Acts, Grand Rapids 2007, 619-620).

c) Geld opzij leggen: thuis of in de gemeente?

In mijn eerste artikel verwees ik naar het collectevoorschrift uit 1 Korinthe 16:2 waar Paulus de gemeenteleden oproept om op de eerste dag van de week iets opzij te leggen ‘bij zichzelf’. Iemand viel over mijn interpretatie dat dit zou slaan op de samenkomst van de gemeente op zondag. ‘Bij zichzelf’ kan toch net zo goed ‘thuis’ betekenen? Toch meen ik dat het meer voor de hand ligt dat dit verwijst naar de samenkomst van de gemeente. R. Dean Anderson legt in zijn recente commentaar op 1 Korinthe uit waarom: ‘…sommige uitleggers denken (…) hij bedoelt te zeggen dat iedereen voor zichzelf (d.w.z. in eigen huis) geld behoort opzij te leggen. In deze interpretatie worden de woorden par heautooi opgevat als ‘thuis’. De uitdrukking kan echter evenzogoed opgevat worden als ‘voor zichzelf’, dat wil zeggen, een benadrukking van het feit dat de opdracht voor elke individuele gelovige geldt (terecht Schnabel). Dan ligt het meer voor de hand dat het geld tijdens een van de gemeentebijeenkomstenin een gemeenschappelijke kas gedeponeerd werd. Wanneer men toch aan het opzij leggen van geld in eigen huis denkt heeft het weinig zin om een specifieke dag te bepalen. Vooral gezien het feit dat Paulus juist de eerste dag van de week voorschrijft, moeten wij er aan denken dat het geld gemeenschappelijk apart gelegd wordt tijdens een van de bijeenkomsten op die dag’, (R.D. Anderson, 1 Korintiërs, Kampen 2008, 243-244).

d) Is de sabbath afgeschaft of verzet?

Een andere vraagsteller vroeg hoe het zit met de (blijvende) geldigheid van de sabbath. Is de sabbath typologisch en tot vervulling gekomen in de rust die Christus biedt (Matth. 11: 28)? Dan is alle tijd en elke dag geheiligd en lijkt een speciale rustdag niet meer nodig. Of is de sabbath vervangen door de zondag? Of hoorde de sabbath bij het oude verbond en is het een specifieke bepaling voor het joodse volk die nooit voor heidenen gegolden heeft? Ik neig zelf naar het laatste. Dan hoef je dus niet te spreken over vervanging, maar meer vervulling.

Mijn eigen positie – in lijn met de gereformeerde traditie – is dat het 4e gebod niet is afgeschaft (zoals velen dat doen). Zoals ik betoogd heb in mijn eerste artikel is het principe van de rustdag verankerd in de schepping, in de morele wet. De wet der Tien geboden legt daar getuigenis van af. Het vierde gebod, zoals het in de Decaloog staat, heeft wel het meest ceremoniële gehalte. Het is in deze gedaante primair een gebod gericht op het joodse volk als natie. In die zin geldt het voor ons niet. Wat wel geldt is het morele gebod van een rustdag. In het licht van Christus en de vroege kerk lijkt het me gerechtvaardigd om de zondag als dag van de Heere in ere te houden. Ik zal dus ook niet zeggen dat de sabbat ‘verzet’ is, wel getransformeerd. Wij ontvangen het vierde gebod niet uit handen van Mozes, maar uit handen van Christus die ons is voorgegaan om de eerste dag een bijzondere status te geven.

Maar er blijven inderdaad vragen liggen. Daar ben ik nog niet zo uit. Ik hoop daar in de toekomst meer studie van te maken. Mocht ik daar meer inzicht in hebben, dan zal ik er mogelijk nog een publicatie aan wijden.