Bij uitgeverij AMV in Lunteren verscheen een mooi uitgevoerd boek over de verwachting van de wederkomst van Christus.
Het is een samenstelling van enkele traktaten van J.C. Ryle in combinatie met drie preken van C.H. Spurgeon. De bundeling traktaten van Ryle verscheen eerder in Nederland onder de titel: ‘Verwacht u Hem?’. Persoonlijk vond ik de toevoeging van de preken van Spurgeon niet veel meerwaarde hebben; beiden liggen theologisch in elkaars verlengde en hameren op hetzelfde aambeeld. Het is een bundeling met persoonlijk getinte woorden met de ernst en warmte die we van beide dienaren van Christus gewend zijn. De traktaten van Ryle gaan over thema’s als waakzaamheid, het verstaan van de profetie en de bekering van Israël. De preken van Spurgeon gaan eveneens over de bekering van Israël, de tweeërlei opstanding en de wederkomst van Christus. Het is interessant te ontdekken welke eschatologische visie hierachter schuil gaat. Het is duidelijk dat beide auteurs premillenialisten zijn, dat wil zeggen dat ze voorafgaand aan het laatste oordeel een duizendjarig rijk verwachten waarin Christus heersen zal en Israël herstellen zal. Overigens verzanden ze daarbij niet in details; beide auteurs zijn wars van speculatie en sober in het verkondigen van hun visie. Dat siert hen. Zo schrijft Ryle: ‘We moeten er altijd rekening mee houden dat anderen gelijk kunnen hebben en wij misschien ongelijk. Deze voorzichtigheid is voor iedereen belangrijk.’ Zelf kan ik me van harte vinden in hun hoop voor Israël. Het is ontroerend te lezen hoe Ryle, lang voor Israëls terugkeer naar het Beloofd Land het volgende schreef: ‘Op basis van de Bijbel zou ik kunnen uitleggen dat de Joden mogelijk nog onbekeerd zullen zijn op het moment van hun terugkeer, en dat zij pas daarna zullen zien op Hem die zij doorstoken hebben’. Ook wie – zoals ik – Ryles visie op het duizendjarig rijk niet deel kan hier van harte mee instemmen. Vragen heb ik niet alleen bij de visie op het duizendjarig rijk, dat geldt ook voor hun visie op profetie. Beiden hameren op het belang de profetieën letterlijk te lezen, dus als er ‘Israël’ staat, gaat het ook over Israël. Hierbij wordt onvoldoende verdisconteerd dat het Nieuwe Testament op allerlei manieren beloften aan Israël gedaan overneemt en toepast op de christelijke gemeente. Blijkbaar is er sprake van een bepaalde vervulling van Israël in Christus en dan ook in de christelijke gemeente. Dat heeft niets te maken met vervangingstheologie, maar dat zijn legitieme bijbels-theologische lijnen die niet genegeerd mogen worden. Daar hebben beide schrijvers onvoldoende zicht op gehad. Dat laat onverlet dat er genoeg in deze bundel te vinden is om het wel mee eens te zijn. Zoals de volgende oproep: ‘Houd met alles wat u doet rekening met de wederkomst van Christus en doe niets waarvan u niet wilt dat de Heere Jezus u ermee aantreft’. ‘U zou, met Gods hulp, al zo moeten leven dat er op de dag van Jezus Christus nauwelijks verandering nodig is’. Mooi is het hoe Ryle de oproep tot waakzaamheid verbindt met een gezonde geestelijke actieve houding: ‘Het vooruitzicht van de spoedige komst van uw Meester is juist de grootste motivatie om actief en trouw te zijn in Zijn dienst’. Kortom, ook wie Ryles en Spurgeons visie niet op alle onderdelen deelt, vindt genoeg goeds wat helpt om Christus’ komst te verwachten.
N.a.v.. J.C. Ryle en C.H. Spurgeon, Verwachtingsvol uitzien naar de wederkomst van Jezus, Lunteren 2025, 221 pag.