Robert Plomp tekent in een column op CIP.nl bezwaar aan tegen de uitleg die ik gaf over de geschiedenis van Sodom en Gomorra. Kern van zijn bezwaar is dat dit gedeelte, alsook passages uit Romeinen 1 en 1 Korinthe 6 niet zouden slaan op homoseksualiteit in het algemeen, maar op specifieke misstanden, zoals verkrachting, pederastie en tempelprostitutie. In een omstandig betoog doet hij uit de doeken waarom dit zo zou zijn. Mijn repliek kan kort zijn: zijn argumentatie deugt niet.

Goedkope retoriek
Uiteraard kon ik in het bestek van een kort interview niet uitvoerig op de details ingaan. Plomp verwijt mij ‘houtje-touwtje redenering’, ‘biblicisme’, ‘contextloos bijbelshoppen’ en ‘misbruik van de Bijbel’. Goedkope retoriek. Mijn mening wordt gedeeld door gezaghebbende bijbelgeleerden als Thomas Schreiner, Paul Gardner en dr. P. de Vries, expert op het gebied van de interpretatie van Ezechiël. De Vries betoogt in ons boek ‘Liefde die boven alles uitgaat’ glashelder dat Gods oordeel over Sodom en Gomorra níet alleen is ingegeven door gebrek aan gastvrijheid. Immers, Gods oordeel over deze steden stond al vast, nog voordat het incident met Lots gasten plaatsvond. De ‘gruweldaad’ waar Ezechiël over spreekt moet in het gehele bijbelse verband geplaatst worden en dan is het vanuit de contextuele link met Exechiël en de heiligheidswet uit Levicitus evident dat het hier gaat over de homoseksuele praxis. Dit vormde – naast de grove schending van de gastvrijheid – mede aanleiding tot het oordeel dat God over deze steden voltrekt.

Uiteraard is deze heftige geschiedenis niet het enige – en ook niet het belangrijkste – dat vanuit de Schrift over homoseksualiteit gezegd wordt. Maar het gaat niet aan om haar daarom te verdoezelen of te herinterpreteren, als zou dit gedeelte niets te zeggen hebben over homoseksualiteit. Uiteraard doet daarin het héle getuigenis van de Schrift mee. Wie al deze gegevens weegt kan er echter niet omheen dat de homoseksuele praxis universeel in de Schrift veroordeeld wordt als zijnde niet in overeenstemming met Gods bedoeling met mens en seksualiteit.

Paulus
Ook is het eenvoudigweg onwaar dat Paulus’ woorden over homoseksualiteit zich zouden beperken tot de misstanden die Plomp benoemt. Uiteraard valt dat eronder, maar daar beperkt het zich niet toe. De veelgehoorde bewering dat Paulus hier alleen zou spreken over pederastie of andere ongelijkwaardige of exploiterende seksuele gedragingen moet inmiddels nodig naar het rijk der fabelen verwezen worden, zoals genoegzaam is aangetoond. Ik verwijs Plomp graag naar de relevante literatuur, zoals bijvoorbeeld C.G. Kruse, Paul’s Letter to the Romans, Grand Rapids 2012, 109-115; T.R. Schreiner, Romans, Grand Rapids 2018, 98-110 en T.R. Schreiner, Paul. Apostle of God’s Glory in Christ. A Pauline Theology, Downers Grove 2001, 317-320; P. Gardner, 1 Corinthians (ZECNT), Grand Rapids 2018, 264-269.

Ook de oudheid kende duurzame homoseksuele relaties van liefde en trouw. Paulus brengt in zijn spreken over homoseksualiteit echter geen onderscheid aan; hij heeft het eenvoudigweg over alle vormen van homoseksueel handelen. De bewijslast ligt echt bij hen die het tegendeel beweren. Het oordeel van Paul Gardner is hier op zijn plaats: ‘…the modern suggestion that if Paul had known about same-sex love and commitment as we do today he would not have condemned it is simply speculative and even fanciful’ (ibid, 269).

Duidelijkheid
Plomp verwijt mij trots en hooghartigheid. Ik laat die kwalificaties voor zijn rekening, evenals zijn opmerking dat ik niet pastoraal zou zijn. Nooit is het mijn bedoeling om mensen die worstelen met hun seksuele geaardheid of verlangens te kwetsen. Maar als mij als dienaar van het Woord gevraagd wordt naar de juiste uitleg van Gods Woord is het mijn taak duidelijkheid te scheppen. Ik weet goed dat dit geen populaire boodschap is. Plomps opvattingen hebben het tij mee in de samenleving en kerk van vandaag. Dat wil echter niet zeggen dat ze juist zijn. Ik vind rust in de overtuiging Gods Woord aan mijn zijde te hebben. En de Schrift kan niet gebroken worden (Joh. 10: 35).

Grote verantwoordelijkheid
Rest mij hem alleen nog erop te wijzen dat hij een grote verantwoordelijkheid op zich neemt met zijn pleidooi voor volledige aanvaarding van homoseksuele relaties. Hij verwijt mij onbarmhartigheid. Maar mensen misleiden met onjuiste informatie waardoor zij verloren kunnen gaan (zie 1 Kor. 6: 10) – dat is pas onbarmhartig. Plomp probeert met misleidende redeneringen het eenparige getuigenis van de Schrift ten aanzien van de homoseksuele praxis te verdraaien. Om met Plomps eigen woorden te spreken: dan ondermijnen we de boodschap van de Bijbel. Dat is een ernstige zonde. Niet alleen verhinderen we anderen daardoor om helder zicht te krijgen op Gods boodschap, we verdraaien dan de Schrift tot ons eigen verderf. Christus is immers niet los verkrijgbaar van de leer van Christus.

Gepubliceerd op www.cip.nl, 7 juli 2021