Op 2 december overleed Cornelis van den Berg. Een zwerver kwam thuis. Dat was hij in geestelijk opzicht: een vreemdeling hier beneen, een man die zich vaak niet thuis voelde in de maatschappelijke en kerkelijke structuren in Nederland, dat was hij ook letterlijk.

De woorden van George Whitefield ‘Mijn akker is de wereld’ kon hij zo overnemen. Na Leerbroek, Katwijk en Nieuw-Lekkerland trok in 1997 naar de Verenigde Staten waar hij zich voorbereidde op een uitzending naar China. Bijna twaalf jaar mocht hij daar namens de GZB werkzaam zijn en onder meer meewerken aan het opzetten van een tehuis voor gehandicapte weeskinderen. Na zijn terugkomst diende hij vanaf 2012 als parttime predikant de Hervormde gemeente van Ouddorp, werk dat hij combineerde met het verzorgen van gastlessen missiologie in Cluj en evangelisatiewerk in gevangenissen in Roemenië. Al voor de val van de Muur kwam hij vaak in het Oostblok, werk dat hij later voortzette door met een touringcar – hij haalde ooit zijn vrachtwagenrijbewijs – tijdens zijn vakanties evangelisatiewerk te verrichten onder gedetineerden. Dat werk had de liefde van zijn hart. ‘Soms is de kerk net een gevangenis en de gevangenis een kerk’ vertelde hij me eens.

Verachte, onedele

Ds. Van den Berg had een zwak voor hen die in de wereld vaak niet meetellen: gevangenen, gehandicapten en weeskinderen. Niet voor niets luidde de titel van het proefschrift waar hij in 2008 in Amerika op promoveerde Compassion of Christ in the Asian Context – een studie waarin hij nadacht wat het medelijden van Christus betekende voor het werk in Azië. En dat was niet alleen theorie, maar vanuit die houding adopteerden hij en zijn vrouw twee zwaar gehandicapte weeskinderen uit China en deed hij mee aan de vakantieweken van de Vrouwenbond voor gehandicapten. Hij had oog voor het verachte, en het onedele en hetgeen in de wereld niets is – omdat de Heere juist vaak in zulke mensen Zijn genade wil verheerlijken en grootmaken.

Kenmerkend voor deze evangeliedienaar was zijn doorleefde ootmoed. Nooit heb ik iemand ontmoet die zo klein van zichzelf dacht. Zijn mails besloot hij vaak met ‘je kleine broer’. Toen ik hem destijds vroeg of hij mij in Arnemuiden wilde bevestigen, weigerde hij in eerste instantie. Dat vond hij teveel eer voor zichzelf… Deze ootmoed ging gepaard met een diepe eerbied voor God. Een ouderling schreef me: ‘Als hij er was dan was dat puur/echt; er was een bepaalde heiligheid in deze diensten’. Zo bescheiden als hij was, zo vrijmoedig was hij naar anderen toe. Toen op een begrafenis waar verder het Woord niet openging de vraag gesteld werd of er nog iemand was die iets zeggen wou, kwam ds. v.d. Berg naar voren en deelde aan de hand van Johannes 11 het evangelie voor het grotendeels onkerkelijke publiek.

Evangelist

Ds. Van den Berg was een evangelist in hart en nieren. Hij had de gave om met mensen van allerlei slag contact te leggen en het evangelie met hen te delen. Toen ik vorige week bij het gezin in Ouddorp was, lag er een kaart van de marktkooplui die hun meeleven met zijn heengaan betuigde. Bijna wekelijks ging hij even over de markt om verdwaalde schapen aan te spreken en goed van zijn Koning te spreken tegen ieder die het maar horen wilde. Of het nu op straat was, in de gevangenis of in China, altijd kwam hij met dezelfde boodschap: dat de Zoon des mensen gekomen is om te zoeken en zalig te maken wat verloren was. En wat kon hij verblijd zijn als hij mocht merken dat die boodschap landde, als mensen hun verlorenheid gingen ervaren, harde harten verbroken werden, trotse mensen van hun troon afkwamen en dat woord indronken als water… Ook in Nederland wist hij door zijn eenvoudige, ongekunstelde, persoonlijke prediking velen te raken, niet in het minst door de vele ervaringen en ontmoetingen waar zijn preken mee doorweven waren. Ze lieten iets zien van de werking van het Woord dat ook vandaag een kracht van God is tot zaligheid.

Dienaar

Dat Woord blijft, ook nu dominee Van den Berg er niet meer is. We bidden zijn vrouw en kinderen de vertroosting toe die dat Woord biedt. Het mag hen troosten te weten dat hij nu het loon van een trouwe dienaar ontvangen heeft. Want –zoals we hoorden in de rouwdienst – ‘waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En zo iemand Mij dient, de Vader zal hem eren’ (Joh. 12: 26).

‘In memoriam ds. C. van den Berg (1959-2019)’, in: De Waarheidsvriend, 12 december 2019