Zondebesef is geen populair thema. Onze cultuur heeft grote moeite met het begrip zonde. Het veronderstelt immers dat er iets of iemand is tegenover wie we schuldig staan.

Het gebeurde in Nigeria. Een dominee raakte betrokken bij een verkeersongeval. Hij moest mee naar het politiebureau en werd daar een nacht vastgehouden. Die nacht in de cel bracht hij door met een paar criminelen die opgepakt waren vanwege een aantal overvallen.
Geen prettig gezelschap. Tot zijn grote verbazing pakte die mannen ’s avonds allemaal een Bijbel om samen een bijbelstudie te beginnen. Waren ze misschien in de gevangenis tot bekering gekomen door het werk van een gevangenispredikant? Nee, het bleek dat deze criminelen belijdende christenen waren, lid van een christelijke gemeente, gewend om elke dag bijbelstudie te doen. Ondertussen vonden ze het de normaalste zaak van de wereld om overvallen te plegen. Een ontstellend gebrek aan zondebesef dus.

Aversie

Als je zoiets leest, vraag je je af: hoe kan dit? Ik vermoed dat hen in die kerk iets heel belangrijks is onthouden: de verkondiging van de wet van God, de verkondiging van de heiligheid van God en de noodzaak om berouw te hebben.
Er is geen berouw zonder zondebesef en er is geen zondebesef zonder de juiste prediking van het Woord van God.
Veel mensen zullen nog wel erkennen dat er sprake kan zijn van schuld tussen mensen onderling.
Maar daar gebruiken we tegenwoordig niet meer het woord zonde voor. Zonde is vandaag een begrip uit een verleden dat we maar al te graag achter ons laten liggen.
Onze cultuur heeft grote moeite met het woord zonde. Hooguit hoor je het nog vallen als iemand aangeeft iets jammer te vinden: ‘’t Is toch zonde…’.
Wie eerlijk is, signaleert bij zichzelf ook weerstand als het over zonde gaat. De aversie die we in onze cultuur signaleren, maakt onderdeel uit van ons mens zijn.
Wij worden niet graag aangesproken op onze fouten en ons falen, niet door mensen en ook niet door God.

Noodzakelijk

Toch is het van levensbelang de zonde ter sprake te brengen. Alleen oog in oog met de werkelijkheid van ons leven kan er zondebesef ontstaan. Dat is een noodzakelijk element van het christelijke leven. Alleen wie de werkelijkheid van zijn zonde en schuld onder ogen ziet, kan open staan voor de blijde boodschap van vergeving en genade.
Daarom is blijvende bezinning nodig op de verkondiging van de zonde en de plaats van zondebesef in het (geestelijk) leven. Ik wil op een vijftal vragen ingaan. Deze week staat centraal: Waarom is zondebesef nodig? En: Wat is het? Daarna focussen we op: Hoe ontstaat zondebesef ? Hoe manifesteert het zich in ons leven?
Ten slotte stel ik de vraag naar de relatie tussen zondebesef en prediking. Ik hoop aan te tonen dat er nauw verband tussen die beide bestaat: God maakt gebruik van de prediking om mensen tot zondebesef te leiden.

Waarom is zondebesef nodig?

Zondebesef is nodig omdat het ons leert inzien wie we zijn voor God: zondaars. Omdat de relatie met God verbroken is, zijn we vervreemd van Hem. God schiep ons met het doel Hem te kennen, te dienen en te loven. Door de zondeval is dit doel verstoord. We zijn in opstand gekomen tegen God. Elk mens is ten diepste een opstandeling en vijand van God. We dienen Hem niet meer, maar onze eigen belangen. We willen als God zijn: autonoom zelf bepalen wat goed en kwaad is. We zijn niet meer gericht op God, maar op onszelf. We leven niet meer voor God, maar voor onszelf. We eren niet meer de Schepper, maar het geschapene.
De tragiek van de mens is dat we dit niet zien. We zijn blind voor onze werkelijke toestand. Herstel van de relatie met God kan pas ontstaan als we oog krijgen voor hoe het er met ons voor staat. We moeten inzien dat we geen autonome mensen zijn, maar schepselen van God, dat Hij recht heeft op ons leven en dat we Hem verantwoording schuldig zijn.
Het feit dat we schepselen van God zijn betekent immers dat ons gedrag er toe doet.
We leven in een moreel universum waarin onze daden consequenties hebben. God heeft ons Zijn wil bekendgemaakt en we kunnen die niet straffeloos negeren.
Het is nodig inzicht te krijgen in deze werkelijkheid. Het probleem is dat ons dat inzicht ontbreekt.
Dat heeft alles te maken met onze conditie als zondaar. Het ontbreekt ons aan zelfkennis. Wij beseffen niet wat een alles doordringend effect de zonde heeft op heel ons leven: ons denken, voelen, gedrag en handelen.
Ons leven wordt niet gekenmerkt door liefde voor God en de naaste, maar juist door het tegengestelde.
Onze afkeer van God blijkt hieruit dat we Hem niet de eerste plaats geven, die Hem wel toekomt. We nemen onszelf als uitgangspunt en willen ons leven inrichten zoals ons dat goed lijkt. Naar onze naaste toe wordt ons leven beheerst door een allesbeheersende begeerte. Op duizend listige manieren manifesteren zich de trots, de hoogmoed, het egoïsme, de jaloezie. Wat nodig is, is dat deze situatie aan het licht gebracht wordt, dat we de zonden inzien en als schuld belijden.

Wat is zondebesef ?

Het woord zegt zelf wat zondebesef is: het besef dat je tegen God gezondigd hebt. Dat heeft twee lagen: er zit een cognitief (verstandelijk) element in en er zit een emotioneel element in. Ik wil over beide iets zeggen. Op het eerste ga ik nu in, het andere punt komt in een volgend artikel aan de orde.
Zondebesef bestaat uit drie elementen. Davids schuldbelijdenis in Psalm 51 maakt dat duidelijk. Zondebesef betekent allereerst inzicht in de aard van het kwaad wat je bedreven hebt. In Psalm 51 lees je hoe David tot inkeer is gekomen.
Dat is begonnen met inzicht. De profeet Nathan confronteert hem met zijn daden en gedrag. David beseft ineens wat hij gedaan heeft.
Berouw betekent altijd dat je inziet dat wat je gedaan hebt zonde is.
‘Tegen U, U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in Uw ogen’ (vs.6). Geen foutje, geen ongelukje, geen uitglijder, maar: zonde. Dat is het eerste element: inzien dat wat je gedaan heb, zonde is.
Zondebesef betekent ook dat je beseft dat je met je zonde God hebt geraakt. Met zonde raak je God, trap je God op het hart. David zegt het zo: ‘Tegen U, U alleen heb ik gezondigd…’. Feitelijk klopt dat niet. Met wat David deed schaadde hij ook anderen. Hij bedroog Uria door zijn vrouw te nemen. Hij onteerde Bathseba. Hij raakte de familie van Uria en Bathseba. En toch zegt hij: ‘Tegen U, U alleen heb ik gezondigd.’ Dat betekent niet dat hij ontkent dat hij ook anderen misdaan heeft, maar hij bedoelt: ‘Dit is het ergste: dat ik tegen U gezondigd heb.’
Iemand heeft eens gezegd: ‘Zondigen kun je alleen tegen God’. Naar anderen toe kun je fouten maken, misstappen, maar zondigen kun je alleen maar tegen God. En dat beseft David: met mijn gedrag heb ik God geraakt, uitgedaagd, beledigd.

Verweven

Zondekennis betekent ten slotte dat je de zonde herleidt tot de kern van het probleem. David zegt in vers 7: ‘Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.’ Daarmee bedoelt hij dat hij al vanaf zijn allereerste begin verkeerd was. Het gif van de zonde zat al in die kleine foetus. David bedoelt: dat ik dit heb kunnen doen, dat ik tot dit gedrag ben gekomen – overspel, een moord –, dat komt omdat ik zondaar ben.
Dat is een belangrijk inzicht. Wij zijn, als het over zonde gaat, zo geneigd om te kijken wat we verkeerd doen. Die leugen, die vloek, die gemene opmerking… en dat is natuurlijk ook zonde. Maar er ligt nog een vraag achter: Waarom doe je zonde? Wat zit daar achter? Die zonde komt ergens vandaan.
Wij doen zonde, want we zijn zondig. Berouw betekent: ik doe niet alleen verkeerd, ik ben verkeerd.
De zonde zit door heel mijn leven verweven. Als de tollenaar in de tempel staat, zegt hij niet: ‘O God, wees mij genadig omdat ik dit en dat verkeerd heb gedaan, omdat zo vaak weduwen bestolen heb.’ Nee, hij zegt: ‘O God, wees mij zondaar genadig.’
De cognitieve kant van het zondebesef betekent: inzien dat wat ik doe zonde is, dat die zonde tegen God gericht is en dat ik niet alleen zonde doe, maar zondaar ben.

‘Geen populair onderwerp’ (serie zondebesef 1), in: De Waarheidsvriend, 23-02-2012, pag. 8-9