Met Pinksteren gaat Mozes’ wens in vervuIling, die verzuchtte: Och, dat al het volk des HEEREN profeten waren. Want in het laatste der dagen zullen al Gods kinderen in de Geest delen.

Met Pinksteren gaat Mozes’ wens in vervulling

Op Pinksteren worden de massaal naar de tempel toegestroomde joden geconfronteerd met onverklaarbare verschijnselen: mensen die in extase lijken te verkeren, andere talen spreken en vuurvlammen boven hun hoofd hebben. Ontzetting, verwarring, onbegrip en spot zijn de reacties. Het is Petrus die toelichting geeft. Hij doet dat met profetische woorden, ” . ontleend aan Joël. Het is niet toevallig dat de apostel déze woorden aanhaalt. Het zijn woorden waarvan we weten dat ze al lange tijd door de joden als messiaans geduid werden.

Dit is het wat gesproken is …

Petrus begint zijn toespraak met uit te leggen dat het spreken in tongen wat de toeschouwers horen – ieder in hun eigen taal – geen gevolg is van dronkenschap, maar de vervulling van Gods belofte. Petrus legt uit: dit is het wat gesproken is door de profeet Joël. De laatste dagen zijn aangebroken. Wat Joël ver en schimmig heeft gezien, gaat nu voor uw ogen in vervulling. Joël heeft geprofeteerd dat God een keer in de ellendige omstandigheden van Israël zou brengen. God zou opnieuw omzien naar Zijn volk en in plaats van oordeel zegen schenken; met als resultaat: ‘En gij zult weten dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik de HEERE Uw God ben’ cröël 2:27). Maar Joël heeft nog meer gezien: ‘En daarná zal het

geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees .. .’ Petrus vertelt aan de luisterende mensen dat dát moment nu gekomen is. Het ‘daarna’ van Joël heeft betrekking op wat Petrus noemt ‘het laatste der dagen’. Wat wordt daarmee bedoeld? Wel, Jezus’ opstanding en hemelvaart en de uitstorting van de Geest luiden een nieuwe fase in de heilsgeschiedenis in. De wijzers op Gods klok zijn naar een nieuw uur gegaan. Het laatste uur.

Laatste der dagen

Waar Joël zegt ‘en daarna zal het geschieden’, zegt Petrus ‘En het zal zijn in de laatste dagen’. De profeten hebben onderzocht en verlangd het lijden en de heerlijkheid van de Messias te weten (I Petr. I: rr), maar het is hen niet gegeven de vervulling te zien. Maar in het licht van de vervulling worden de dingen helder. Petrus en de andere apostelen die getuigen zijn geweest van het lijde”n en de verheerlijking van Jezus, mogen weten dat nu het Laatste der dagen ” is aangebroken. Onder die uitdrukking verstaan we de periode tussen Jezus’ eerste en tweede komst.

Gefaseerde vervulling

Wat Joël nog niet wist, is dat God een lange adem heeft. Eerst komt de zegen van de Geest die het laatste der dagen inluidt, dan de Dag des Heeren. Als we Joël goed lezen, zien we dat voor hem de Dag des Heeren een eenheid is: bevrijding en oordeel gaan hand in hand. Bevrijding en zegen voor het volk van God, oordeel en gericht voor de goddelozen. Joël spreekt in één adem over de uitstorting van de Geest op alle vlees én de tekenen van bloed en vuur en rook die de ‘grote en vreselijk dag des HEEREN’ inluiden. Bloed, vuur en rook werd echter op de Pinksterdag niet gezien. Heeft Petrus zich vergist? Nee. Een belangrijke les in de interpretatie van de Schrift is: wat voor de profeten een eenheid was, samengebald, blijkt zich bij de vervulling gefaseerd te ontvouwen. Pasen en Pinksteren vallen niet op één dag en Pinksteren en de Laatste Dag ook niet. Gods handelen is gefaseerd. Zo komt er ruimte voor het heengaan en onderwijzen van de volken. De volken moeten immers als oogst binnengehaald worden, voordat uiteindelijk de ‘grote en vreselijke dag des HEEREN’ komt.

De spanningsboog die de ‘Laatste der dagen’ omspant, staat tussen Pinksteren en de Dag des HEE­ REN. Die spanningsboog omvat inmiddels twintig eeuwen. Twintig eeuwen lang laatste dagen! Dat is lang. Wij moeten echter – naar een woord van dr. J. Koopmans – niet optellen, maar wij moeten de dagen aftellen – vanuit het hart, Jezus Christus tegemoet.

Dagen van scheiding

Pinksteren is dus het begin van de Laatste Dagen, de laatste dagen die voorafgaan aan het definitieve oordeel. Juist de zegen van de Heilige Geest die sinds Pinksteren wereldwijd werkzaam is, is het onmiskenbare teken dat het oordeel van de Grote Dag aanstaande is. We moeten trouwens het gericht niet beperken tot het laatste oordeel. Met de komst van de Geest met Pinksteren, komt ook het gericht van God in het heden. Johannes de Doper heeft gezegd dat Christus zou dopen met de Heilige Geest én met vuur. Vuur is dan een symbool van oordeel. De komst van de Geest werkt ook oordelend in de tijd. De laatste dagen zijn ook dagen van scheiding, die uitlopen op het Laatste Gericht. Dezelfde Geest die zo machtig en bevrijdend werkt, scheidt ook het kaf van het koren, zoals blijkt in de geschiedenis van Ananras en Saffira. Het Evangelie van Gods genade is niet alleen een levensgeur, maar tevens een doodslucht voor hen die zich verharden tegen de werking van de Geest (2 Kor. 2:16) .

Alle vlees

Is de uitstorting van de Heilige Geest op honderdtwintig joden de vervulling van de belofte dat de Geest op ‘alle vlees’ zal komen? Nee, maar het is wel het begin. Straks gaat het Woord naar Samaria, naar de heidenen en breidt het zich als een olievlek uit over het Romeinse Rijk. Dat de Geest op joden komt, is niet het meest bijzonder. Maar dat Hij komt op alle vlees, dat is nieuw en verrassend. Onder de oude

bedeling was de Geest zeker werkzaam. Maar het was selectief, gelimiteerd. Het betrof altijd enkelingen: profeten, koningen. Dat de Geest nu wordt uitgestort op ‘alle vlees’, is nieuw. We zouden hier kunnen spreken van een ‘democratisering’ van Zijn werkzaamheid. Hoe breed dat ‘alle’ moet opgevat worden, wordt duidelijk in de uitleg die Joël daarvan geeft: zonen en dochters, ouden en jongen, slaven en slavinnen. Dat is radicaal.

In de sociale structuur van het oude Israël stonden ouderen boven jongeren, mannen boven vrouwen, vrijen boven slaven. De onderscheidingen geslacht, leeftijd en status vallen weg in het ‘laatste der dagen’. Nergens lezen we in het Oude Testament dat een slaaf de Geest ontvangt. In de nieuwtestamentische gemeente zijn er velen geweest! Niemand heeft de betekenis hiervan zo diep verstaan als Paulus. Zelfs de grootste barrière – die tussen jood en heiden – is met de uitstorting van de Geest geslecht: ‘Want er is geen onderscheid, noch van jood noch van Griek; want éénzelfde is Heere van allen’ (Rom. IO: 12). En in Galaten 3: 28 schrijft de apostel dat in Christus noch Jood noch Griek, noch dienstbare noch vrije, noch man noch vrouw is. Allen die de Naam des HEEREN aanroepen, worden zalig!

Klein en broos

Er is nog iets. Het bijzondere van Pinksteren is dat de Geest komt op alle vlees. Maar is het niet evenzeer een wonder dat de Geest komt op vlees? Ik weet wel, we mogen het woord ‘vlees’ hier niet opvatten in de specifieke negatieve betekenis die het woord ‘vlees’ bij Paulus heeft. Als Paulus het woord ‘vlees’ gebruikt, kent hij daar nogal eens de betekenis aan toe van de mens in zijn gevallenheid en opstand tegen God. Bij Joël en Petrus ligt het accent anders. ‘Alle vlees’ duidt hier de mensheid in zijn universaliteit aan. Toch duidt het woord vlees (basar) toch zeker op de mens in zijn zwakheid en broosheid. ‘Alle vlees is gras’ (Jes. 40: 6). Klein en broos zijn wij voor de eeuwige en heilige God. Dat Zijn Geest in ons wil komen, onderstreept de grote afstand die de Geest moet overbruggen. Het onderstreept ook het wonder van Gods genade. God wil wonen in mensen die helemaal het tegenovergestelde zijn van wat Hij is. Evenmin als Jezus Zich schaamde om zondaren Zijn broeders te noemen (Hebr. 2: 1), zomin schaamt de Geest Zich om lichamen van vlees tot Zijn tempels te maken (1 Kor. 6: 19).

Pinksterverlangen

Met Pinksteren gaat Mozes’ wens in vervulling. Lang geleden verzuchtte de man Gods: Och, dat al het volk des HEEREN profeten waren (Num.11: 29). In het laatste der dagen zullen al Gods kinderen delen in de rijkdom van de Geest. De nieuwtestamentisch gemeente kent profeten. Maar het is duidelijk dat het ook dan om enkelingen gaat. Het ‘zij zullen profeteren’ moet hier dus breder opgevat worden en kan niet beperkt worden tot de enkele ‘profeten’. Het omvat immers alle gelovigen. Nu is het hier niet de plaats om te achterhalen wat er met precies met ‘profetie’ bedoeld wordt. Het gaat in elk geval om een diep doorleefde, persoonlijke kennis van God in Christus door de Geest. De essentie van de profetie was immers dat God Zichzelf bekend maakt en openbaart. Luther vatte het op als ‘de kennis van God door Christus die de Heilige Geest ontsteekt en doet branden door het woord van het Evangelie’. Deze persoonlijk en doorleefde kennis van God is nu alomvattend geworden.

Profeteren is vol zijn van God in Christus en een oog gekregen hebben voor wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgeklommen. Profeteren is zwanger zijn van Gods belofte dat Hij alle dingen nieuw maakt – in de wereld, in je eigen leven. En is dat vandaag de dag niet iets om naar te snakken?

‘Kennis van God alomvattend. Met Pinksteren gaat Mozes’ wens in vervulling’, in: De Waarheidsvriend, 24-05-2007, pag. 6-7