In sommige delen van de gereformeerde gezindte staat het onder druk. Bij sommige anderen is het slechts – letterlijk – een ‘macht der gewoonte’: de hoofdbedekking voor vrouwen in de kerk. Maar het is meer dan een gewoonte. Daarom is het goed om de Bijbelse fundering bloot te leggen. Ds. M. Klaassen beantwoordt kritische vragen die rond dit onderwerp kunnen leven.

Je hoofd bedekken als vrouw tijdens erediensten is een zichtbare uitdrukking van de scheppingsorde stelt ds. M. Klaassen. Hij leidt dat af uit 1 Korinthe 11. „Zoals God de Vader het hoofd is van Christus, zo is de man het hoofd van de vrouw. Dat wil niet zeggen dat de vrouw minder is dan de man, want Christus is ook niet minder dan de Vader. Wel betekent het dat er voor beiden een verschillende rol is.”

Maar geldt Paulus’ voorschrift niet slechts wanneer vrouwen ‘bidden of profeteren’?

„Dan moest het in elk geval. Maar ik denk niet dat daaruit volgt dat ze géén hoofdbedekking droegen als ze niét baden of profeteerden. De bewering dat 1 Korinthe 11 vandaag niet van toepassing is, omdat vrouwen niet meer profeteren, gaat niet op. Want het bidden en profeteren slaat – aldus nieuwtestamenticus Gordon Fee op het geheel van de samenkomst, waar het bidden en profeteren een onderdeel van vormden.”

Waar duidt de uitdrukking op dat vrouwen ‘een macht op het hoofd’ moeten hebben ‘omwille van de engelen’?

„‘De macht’ betekent ‘het teken van autoriteit’. Hoofdbedekking is dus een teken waarmee je laat zien dat je de door God gewilde autoriteit – de man, God – erkent en respecteert. ‘Omwille van de engelen’ is een lastige zinsnede. De beste verklaring lijkt mij dat Paulus op deze manier de geëmancipeerde vrouwen in Korinthe er bewust van maakt dat de engelen getuigen zijn van de samenkomst en onze gedragingen in de samenkomst. De engelen –die getuigen zijn geweest van de schepping – kennen de scheppingorde en zien toe of deze gerespecteerd wordt in de gemeente.”

U wijst in wat u erover schreef op het tijdloze van de scheppingsorde. Is dit voorschrift dan ook tijdloos?

„Ik zie geen aanleiding om te veronderstellen dat Paulus’ voorschrift voorlopig is of contextueel gebonden is. Het is een voorschrift dat niet alleen in Korinthe geldt, maar ‘voor allen die de Naam van onze Heere Jezus Christus aanroepen in alle plaats’ , zoals in 1 Kor. 1: 2 staat. Lees ook maar hoe Paulus in hoofdstuk 11: 16 daar nog even fijntjes op wijst.”

Maar sommigen beschouwen het toch als iets wat cultuurgebonden is?

„Er wordt wel eens gesteld dat in die tijd vrouwen altijd met gedekt hoofd liepen en dat Paulus daarbij aansluit. Hij zou niet willen dat christelijke vrouwen ‘uit de toon’ vielen. Nu het dragen van hoofdbedekking geen gemeengoed meer is, zou het anders liggen. Ik ben het daar niet mee eens. Uit onderzoek naar afbeeldingen uit die tijd blijkt dat vrouwen ook onbedekt rondliepen. Het is dus maar de vraag of Paulus’ voorschrift voortkomt uit de behoefte aan aanpassing aan de toenmalige cultuur. Dat wordt althans niet genoemd. 

 U suggereerde ook dat het niet meer dragen van een hoed door vrouwen stamt uit de jaren 60. Geldt dat ook niet voor het dragen van baarden door mannen?

„Er staat nergens in de Schrift dat mannen verplicht zijn een baard te dragen en ook niets wat het verbiedt. Dat ligt met de hoofdbedekking anders: daarin hebben we te maken met een apostolisch voorschrift.”

Dat vrouwen binnen en buiten de eredienst geen hoeden meer gingen dragen, viel samen met de trend dat ook mannen de hoed niet meer droegen. Dat maakt het toch lastig om te zeggen dat het bij vrouwen voortkomt uit feminisme?

„Ik denk in elk geval dat dit motief voor mannen veel minder speelt. Zij zagen de hoed niet als een onderdrukkend symbool, vrouwen wel. Je ziet trouwens dat momenteel het weer meer gebruikelijk is om als man een hoed te dragen. Bij vrouwen is dat toch minder, naar mijn waarneming.”

Paulus lijkt zich te beroepen op wat de natuur ‘leert’. Wat moeten we met de zin ‘maar indien het lelijk is voor een vrouw…’ Doet hij hier een beroep op ‘natuurlijke schoonheid’?

„Inderdaad lijkt het voor Paulus een min of meer natuurlijk gegeven dat lang haar typisch vrouwelijk is en tot haar schoonheid behoort. Hij lijkt hier een beroep te doen op een algemeen gedeeld gevoel dat het lelijk is voor een man lang haar te dragen en lelijk voor een vrouw om het kort te dragen.”

De kanttekeningen bij vers 4 laten ruimte voor de uitleg dat het lange haar, hoed en sluier allemaal als ‘bedekking’ kan worden gezien. Is lang haar dan niet genoeg bedekkend?

„Met die uitleg ben ik het niet eens. Het haar is inderdaad een bedekking, maar volgens mij niet in de plaats van de hoofdbedekking. Het gaat volgens mij echt om iets wat over het haar heen hangt. De Servische theoloog Christopher Petrovitch heeft onlangs in een artikel in Westminster Theological Journal overtuigend antwoord gegeven op deze vragen. Wat betreft de betekenis van de bedekking gaat het hier niet om het haar, maar om iets op of, beter gezegd, iets over het haar. Ook de gereformeerd vrijgemaakte nieuwtestamenticus dr. Dean Anderson is die mening toegedaan. Hij zegt dat de uitdrukking kata kefales (1 Kor. 11:4) letterlijk verwijst naar iets dat van het hoofd naar beneden hangt, vaak een soort sjaal. Een hoofdbedekking dus. Paulus maakt een vergelijking: als een vrouw zich niet wil bedekken, kan ze maar net zo goed haar haar afknippen. Dat is schandelijk en dus het niet dragen van hoofdbedekking ook. Als ze het één niet wil – haar haar kwijt zijn – , moet ze het ander – zonder hoofdbedekking in de samenkomst – ook niet willen.”

De predikant is zich ervan bewust dat de meningen over het onderwerp erg uiteenlopen. „Dat merk je in de gemeente ook. Een deel van de vrouwen draagt een hoofdbedekking, een deel ook niet. In onze kerk hangen geen bordjes; in de kerk – zeker in een hervormde gemeente die toch een volkskerkkarakter heeft – moet iedereen zich welkom voelen. Ik probeer er in de gemeente behoedzaam mee om te gaan. Wij vragen bij Doop-, Avondmaal-, belijdenis- en huwelijksdiensten aan vrouwen hun hoofd te bedekken. Zulke momenten bieden een goede gelegenheid om in een één- op-één-gesprek daarover door te spreken. En ik zie geregeld dat dit effect heeft en dat men de waarde ervan in gaat zien. Dan is het geen uitgesleten traditie meer, maar een bewuste keuze die men ook verstaat. Zo is het bedoeld, denk ik. Juist in een tijd waarin op allerlei manieren geprobeerd wordt het onderscheid tussen man en vrouw uit te wissen, is het dragen van hoofdbedekking een waardevol symbool om je respect voor de Schepper en Zijn scheppingsorde te tonen.”