Zondekennis is niet alleen een zaak van het verstand. Ook de emotie speelt een rol. Zondebesef gaat zogezegd over de beleving van het geloof. Hoe komt het in ons leven tot uitdrukking?


Dat er geen geloof(sleven) is zonder ervaring zal ieder die de Schrift kent wel beamen. De vreugde, klachten en uitingen van schuldbesef in de Psalmen spreken wat dat betreft boekdelen. Een heel andere vraag is hoe we met de ervaring moeten omgaan. Juist op het gebied van de ervaring liggen ontsporingen gemakkelijk op de loer. Dat geldt in het bijzonder in het spreken over zondebesef.
Binnen de gereformeerde gezindte verschillen de meningen behoorlijk als het gaat om de vraag naar de noodzaak, betekenis en ervaring van de zondekennis. In sommige kringen bestaat de visie dat er bepaalde dwingende normen gelden als het gaat over de beleving van zondebesef. Zonder bepaalde noodzakelijk geachte ervaringen en intensiteit van beleving kan er binnen deze optiek niet van bijbelse bekering gesproken worden.
Van de weeromstuit bestaat er in andere delen van de gereformeerde gezindte grote huiver om noties als zondebesef en de beleving ervan ter sprake te brengen. Het lijkt me echter geen oplossing om uit angst voor buitensporigheden maar helemaal niet meer over ervaring te spreken. Wie dat doet, sluit zich af voor een elementair onderdeel van de menselijke geest. Verschraling van het (geloofs)leven ligt dan op de loer.
Hoe kunnen we op een verantwoorde wijze tussen de klippen doorvaren en toch zinvol spreken over de ervaring van zondebesef ? Het lijkt me van groot belang de menselijke ervaring dicht bij de Schrift te houden.

Verstand en gevoel

Zondebesef is voor een groot deel een zaak van het verstand. Zoals eerder geschetst is het een proces waarbij de Heilige Geest inzicht geeft in een toestand van zaken, namelijk wie we zijn voor God.
Daarbij maakt de Heilige Geest gebruik van ons verstand, van ons rationele vermogen.
Toch is er meer over te zeggen. Een mens is immers meer dan zijn ratio. Een mens is ook een emotioneel wezen. En daarom, hoewel zondekennis voor een groot deel verstandelijk is, zit er ook een gevoelskant aan. Als de Heilige Geest ons overtuigt van zonde, wordt ook ons emotionele leven geraakt. Luther zegt in zijn verklaring van
Psalm 51: ‘Als David zegt: ‘Ik ken mijn overtredingen’, dan wil dat zeggen: ik voel ze, ik ervaar ze.’ Luther merkt tevens op: ‘Zondekennis is niet een of andere speculatie; ook niet een menselijke inbeelding; nee, zij is een werkelijk gevoelen, een werkelijk ervaren, een zware zielenstrijd’.

Persoonlijkheid

De uitwerking hiervan kan echter van persoon tot persoon sterk verschillen. Zondebesef heeft ook te maken met karakter en persoonlijkheid. Het menselijk gevoelsleven is rijk en veelkleurig en daarom zal de beleving van zondebesef ook per persoon verschillen.
Iemand met een introvert karakter zal het besef van zonde anders ervaren dan iemand met een extravert karakter. Die variëteit aan beleving komen we in de Schrift tegen.
De bekering van Paulus verloopt anders dan die van Zacheüs of Lydia.
Die variëteit aan beleving kom je eveneens tegen bij allerlei christenen in de kerkgeschiedenis. De bekering van Augustinus en Bunyan verloopt anders dan die van J.C. Ryle. In Augustinus’ bekering vloeien er tranen en is er sprake van veel emotie. Dat is niet vreemd, want Augustinus was een mens met een rijk gevoelsleven. Hetzelfde geldt voor Bunyan, die jaren lang geworsteld heeft met een diepe mate van zondebesef.
Lezen we echter wat Ryle over zichzelf schrijft, dan valt op hoe rustig het verloop van zijn bekering is. ‘Het was geen plotselinge, onmiddellijke verandering, maar heel geleidelijk.
Ik kan het niet herleiden tot een persoon of een gebeurtenis of ding, maar tot een rijke verscheidenheid van personen en gebeurtenissen. Ik geloof nu dat de Heilige Geest door al die dingen heen werkte, hoewel ik dat toen niet wist.’

Pastorale attitude

Inzicht in de verschillende wijzen waarop de Geest werkt, is van het grootste belang in het pastoraat.
Veel emotie is niet altijd een teken van een diep zondebesef en andersom hoeft weinig emotie niet te betekenen dat er weinig zondebesef is. Beter dan te veel acht geven op de getoonde emotie, is het acht geven op de bijbelse elementen van geloof en bekering.
Predikanten doen er goed aan om in dit verband kennis te nemen van de wijsheid van anderen die veel inzicht hadden in de verbinding van bijbels geloof en menselijke ervaring.
Een wijze gids in dezen is nog altijd de bekende oudvader Wilhelmus à Brakel. In hoofdstuk 31 van zijn Redelijke Godsdienst behandelt hij de wedergeboorte. In deze context beschrijft hij ook de verschillende wijzen waarop mensen de wedergeboorte ervaren. Soms gebeurt dat ‘schielijk’, in korte tijd, soms met hevige aandoeningen en verschrikkingen, soms zeer ‘evangelisch’, soms rustig en bedaard, soms gaandeweg, waarbij droefheid en blijdschap, geloof en ongeloof zich afwisselen. Dit acht Brakel de weg te zijn waarin de Geest meestal werkt.
Brakel adviseert de lezers tevens om zich niet al te druk te maken over de wijze van beleving. Het gaat erom dat de záák er is: ‘Als de bekering er is, dan is het wél, en ziet tot uw ontsteltenis niet terug op de wijze, al was de wijze van bekering in u zodanig, dat gij nooit iets dergelijks gelezen of gehoord had.’

Context

Naast persoonlijkheid speelt ook de situatie waarin het zondebesef optreedt een rol. Het is een bekend gegeven dat in tijden van opwekking, wanneer de Heilige Geest zich bijzonder krachtig manifesteert, er sprake kan zijn van diep, intens zondebesef.
Een ooggetuige van de opwekking die in 1907 plaats vond in het Koreaanse Pyongyang schreef: ‘Iedereen vergat iedereen. Iedereen stond oog in oog met God. Ik kan nu nog dat ontzagwekkende geluid horen van honderden mensen die worstelden met God om leven, om genade. Het geluid ging door de stad totdat de heidenen in verwarring waren. Kijkend naar de hemel, naar Jezus die zij verraden hadden, sloegen ze zichzelf en riepen onder bittere tranen: ‘Heere, Heere, verwerp ons niet voor altijd.’ Al het andere was vergeten, niets anders deed er meer toe.’

Overeenkomst

Belangrijker dan de verschillen in beleving, zijn de overeenkomsten. De Engelse theoloog Paul Helm schrijft terecht: ‘De volgorde, intensiteit en duur van bepaalde bekeringservaringen en de omstandigheden waarin ze plaatsvinden, kunnen verschillen van persoon tot persoon, maar de elementen van de ervaring zijn hetzelfde.’
Hij gebruikt in dit verband het voorbeeld van een voetbalspel of een verkering. Niet één voetbalspel is hetzelfde, niet één relatie is hetzelfde. Toch zijn bepaalde elementen zo identiek dat je kunt zeggen: dit is een voetbalspel, of: dit is een relatie.
Zonder de Heilige Geest voor te schrijven hoe Hij zou moeten werken, is het duidelijk dat er wel een patroon zichtbaar wordt als we letten op wat de Schrift ons hierin aanreikt. Er zijn bepaalde elementen die blijkbaar wezenlijk zijn als het gaat om bijbels geloof.
Helm noemt zelf in dit verband de trits zondebesef, geloof en bekering. Deze elementen zijn kenmerkend voor het werk van de Geest. Hij leidt tot zondekennis, Hij schenkt geloof en Hij doet ons afstand nemen van de zonde en opstaan tot een nieuw leven.

Schuldgevoel

Een ander punt van belang in dit verband is dat we zondekennis niet moeten verwarren met schuldgevoel.
Schuldgevoel is een algemeen voorkomend verschijnsel. Ook niet-christenen hebben last van een slecht geweten en de daaruit voortvloeiende schuldgevoelens.
Dit zal zeker het geval zijn waar mensen opgroeien binnen een hoogstaand moreel systeem met duidelijke normen en waarden. Dat geldt bijvoorbeeld voor aanhangers van andere religies. Zulke mensen kunnen terdege te maken hebben met intense schuldgevoelens.
Dit mogen we niet verwarren met zondebesef of berouw. Daar is meer voor nodig. Zondebesef ontstaat als de Heilige Geest, door het Woord, mensen overtuigt van hun toestand voor God.
Bovendien zijn niet alle schuldgevoelens ook werkelijk schuld. Iemand kan zich schuldig voelen over dingen waar hij zich helemaal niet schuldig over hoeft te voelen. Als gevolg van verkeerde gewetensvorming kun je schuldgevoelens ervaren die in het licht van de Bijbel niet reëel zijn. Iemand kan de overtuiging zijn toegedaan dat hij bepaald voedsel niet eten mag of dat het verkeerd is om bepaalde kleding te dragen, overtuigingen die echter in het licht van de Schrift niet perse waar hoeven te zijn.
Anderzijds kan God schuldbesef wel gebruiken om mensen ontvankelijk te maken voor de boodschap van het Evangelie.

‘Veel verschil in beleving’ (serie zondebesef 3), in: De Waarheidsvriend, 08-03-2012, pag. 14-15