In veel reformatorische kerken is het een bekend fenomeen: vrouwen en meisjes die met een hoofdbedekking naar de kerk gaan. Dit beperkt zich trouwens niet tot reformatorische kerken, ik ben het ook tegengekomen onder evangelische christenen, Russische baptisten of bij behoudende katholieken. In allerlei variaties weliswaar: hoofddoek, sluier, baret of hoed, maar het principe is hetzelfde. Het is een gebruik dat twintig eeuwen lang gepraktiseerd is in allerlei kerken en dat teruggaat op woorden van Paulus in 1 Korinthe 11. Tegelijker zijn er veel christenen die het niet doen. Wie wel eens een gemeente van andere signatuur bezoekt zal zien dat daar soms nauwelijks of helemaal geen hoofdbedekking gedragen wordt. Het kan ook zo zijn dat in een recent verleden het wel gebeurde, maar het in snel tempo verdwenen is. In de jaren dat ik predikant was in de PKN heb ik het in gebruik in veel gemeenten achteruit zien gaan of zien verdwijnen. Dat ging soms razendsnel. Er is één vrouw die zonder hoofdbedekking ten Avondmaal gaat en binnen korte tijd nemen anderen die over. Tien, vijftien jaar later is het vrijwel geheel verdwenen. Zo snel gaat dat blijkbaar. Ik zie dit overigens in ook gebeuren in gemeenten binnen de HHK. In Arnemuiden zag ik het merkwaardige fenomeen dat mensen die overkwamen uit afgescheiden kerken en gewend waren iets op het hoofd te dragen nogal eens de hoed achterwege lieten. Andersom overigens ook: meer dan eens heb ik meegemaakt dat mensen die niet gewend waren dit te doen, dit bij overkomst wel gingen doen als ik hen wees op de bijbelse betekenis en achtergrond ervan.
Nu heerst nogal eens de opvatting dat het een middelmatige zaak betreft. Nu zou ik inderdaad niet durven stellen dat het een zaak is die de zaligheid raakt. Ik heb in mijn leven vrouwen ontmoet waar ik godsvreze bespeurde en niet gewend waren hoofdbedekking te dragen. In Amerika is het een gebruik dat ook in bijbelgetrouwe gemeenten vaak niet voorkomt. Dit is meestal het gevolg van een exegese van 1 Korinthe 11 waarbij hoofdbedekking als een zinvol symbool uit die tijd wordt beschouwd, maar waarvan men meent dat dit vandaag de dag geen zeggingskracht meer heeft. Zo lees je in de studiebijbel HSV (afkomstig uit Amerika) dat de hoofdbedekking gedragen werd door getrouwde vrouwen, dat wij dit niet meer zo gewend zijn en wij daar nieuwe symbolen voor kennen (zoals de trouwring). Toch denk ik dat deze uitleg niet juist is en dat er meer op het spel staat dan beseft wordt.
Nogmaals: tot zestig jaar terug was in vrijwel alle Schriftgetrouwe kerken het zeer gebruikelijk dat vrouwen en meisjes hoofdbedekking droegen. Dit veranderde in de jaren ’60. Dat kan niet losgezien worden van het opkomende feminisme dat vond dat vrouwen onderdrukt werden. Met het oog daarop werden er hoedverbrandingen uitgevoerd. De hoed stond voor onderdrukking en repressie. Sinds die tijd is er een ontwikkeling op gang gekomen waarin de gelijkheid van man en vrouw op de voorgrond staat. Mannen en vrouwen zijn hetzelfde en moeten hetzelfde kunnen. Dat er sprake is van verschillende roeping en taken is verdacht of zelfs discriminerend. Toch is dat precies wat de Schrift zegt. Man en vrouw zijn verschillend, krijgen van God verschillende taken toebedeeld en hebben een verschillende roeping, de vrouw als hulp tegenover, de man als hoofd. Het precies dat scheppingsgegeven wat de hoofdbedekking tot uitdrukking wil brengen. Er is sprake van een gezagsverhouding tussen m/v, naar analogie van de verhouding Vader en Zoon, zo betoogt Paulus in 1 Kor. 11: 3. Zoals de Vader het Hoofd van de Zoon is (de Zoon staat als Middelaar onder Zijn gezag, hoewel Hij gelijkwaardig God is), zo is de man het hoofd van de vrouw. De hoofdbedekking is een zichtbare erkenning van deze scheppingsorde die God in Zijn gemeente gerespecteerd wil zien. Dat kun je dus niet vergelijken met een trouwring, zoals de Studiebijbel HSV doet. Paulus heeft het in 1 Kor. 11 helemaal niet over het huwelijk. Het gaat om het door God gewilde onderscheid m/v. Daarom is er veel voor te zeggen dat niet alleen getrouwde vrouwen, maar alle vrouwen (inclusief de meisjes) dit symbool dragen. Natuurlijk gaat het niet alleen om het dragen van een symbool, maar vooral om het leven in overeenstemming met de scheppingsorde. Ook dat staat flink onder druk in samenleving en kerk. Maar ook als de scheppingsorde gerespecteerd wordt, is de symboliek niet overbodig. De symboliek herinnert je juist steeds weer aan de roeping om naar Gods wil te leven. Net zomin als het water bij de doop de ‘betekende zaak is’ is alleen het dragen van hoofdbedekking dat ook niet. Het gaat erom dat het gehele leven onder de heerschappij van God geleefd wordt. Maar net zomin als we bij de doop het water kunnen missen, kunnen we ook de symboliek van de hoofdbedekking missen. Daarom doen ouders er goed aan hun dochters al vroeg iets te vertellen over de betekenis ervan, zodat het geen lege huls wordt of – nog erger – een hoedenparade.[1] Houd het simpel, zou ik zeggen. Paulus spreekt over een ‘palla’, dat is een sjaal of sluier over het hoofd. Eenvoudig, sober en bedekkend. En kerkenraden en predikanten doen er goed aan de gemeente regelmatig te herinneren aan de bijbelse waarde van dit gebruik, zodat het niet devalueert of in onbruik raakt. Prediking, belijdenis- of huwelijkscatechese is hier een goede gelegenheid voor. Opdat alles in Gods gemeente met eerbied en orde geschiedt.
[1] In het boekje ‘De hoed en de rand’, Apeldoorn 2025 (3e druk) dat ik met Sara-Maria Smits schreef, wordt in Q&A-vorm ingegaan op de belangrijkste exegetische, hermeneutische en praktische vragen rond hoofdbedekking.