Is Allah dezelfde als God? Waarom al dat geweld in het Oude Testament? Wat is de hel? Waar is de hemel? Bert van Veluw, voorzitter van de Confessionele Vereniging, verzamelende een twaalftal van dergelijke prikkelende geloofsvragen en presenteert zijn antwoorden als een maaltijd. In zijn boek ‘Aan tafel’ nodigt hij de lezer uit de maaltijd die hij bereid heeft, te nuttigen. Elk antwoord wordt gepresenteerd in meerdere gangen, een voorgerecht, het hoofdgerecht, een nagerecht en ter overweging enkele vragen om over ‘na te tafelen’. Niet alleen de insteek is origineel, ook de antwoorden zijn dat geregeld. Zo biedt het hoofdstuk ‘Waar is de hemel’ een interessante beschouwing waarin Van Veluw aan de hand van het concept van meerdimensionaliteit de werkelijkheid van de hemel probeert te duiden aan de hand van huidige inzichten over meerdere dimensies in de werkelijkheid. Die gedachtengang biedt ook antwoorden op vragen waar Jezus was na de opstanding en wat er gebeurde bij Zijn Hemelvaart: Hij stapte achter de wolk Gods werkelijkheid binnen die, hoewel voor ons (nog) onbereikbaar, toch zeer nabij is. Van Veluw schreef een uitdagend boek dat diepgang paart aan toegankelijkheid en voor elk geïnteresseerd gemeentelid veel biedt. Het boek kent een pastorale toonzetting, zoals bijvoorbeeld in het lezenswaardige hoofdstuk over singles in de kerk en gaat in op actuele thema’s (zoals de vraag naar de legitimiteit van de kinderdoop).

Dat neemt niet weg dat ik me af en toe ‘verslikte’ in sommige onderdelen. Zoals de bewering dat ‘niet God verzoend moet worden, maar de mensen’ (78). De notie van het stillen van Gods toorn zou meer een heidense notie zijn dan een bijbelse. Dat is niet juist. Illustratief is de situatie die we in Deut. 21 beschreven vinden. Er is een moord gepleegd waarbij de dader onbekend is. Om te voorkomen dat Gods toorn de hele gemeenschap treft, moeten de oudsten van de stad een koe doden. Het leven van het dier is de losprijs die Gods ongenoegen wegneemt en voor verzoening zorgt. Het Oude Testament biedt meer van dergelijke voorbeelden die laten zien dat het stillen van Gods toorn een belangrijk element is in de verzoening tussen God en mens en die een kader bieden om de kruisdood van Jezus te verstaan.

Moeite heb ik ook met Van Veluws verdediging van het annihilationisme, de gedachte dat de hel eindig zou zijn. Een oneindige straf voor zonden van eindige mensen in een eindig leven acht hij niet verenigbaar met Gods rechtvaardigheid en liefde (pag. 122). Nu moeten wij voorzichtig zijn met te oordelen wat al dan niet rechtvaardig voor God zou zijn. Evengoed kan men de redenering van Jonathan Edwards volgen dat hoe groter de persoon is tegen wie men zondigt, des te groter de straf hoort te zijn en dat zonden tegen de eeuwige God dan ook eeuwige straf verdienen. De parallellie tussen eeuwige leven en de eeuwige straf in Matth. 25: 46 wijzen eerder in de richting van Edwards gelijk dan dat van Van Veluw. Immers, geen weldenkend christen zal toch beweren dat het ‘eeuwige leven’ niet altijddurend is. Zo’n ‘eeuwig leven’ is van minder kwaliteit dan een eeuwig leven van eindeloos geluk. Als dit echter geldt voor het een, dan ook voor het ander. Daarom lijkt er veel voor te zeggen dat de eeuwige straf, net als het eeuwige leven, ook echt eeuwig is.

Kortom, Van Veluw presenteert ons een maaltijd met veel voedzaams, die wel met onderscheidingsvermogen genuttigd moet worden.

Bespreking van Bert van Veluw, ‘Aan tafel!’ Prikkelende geloofsvragen, opgediend in 12 driegangenmenu’s, Heerenveen 2015, in: De Waarheidsvriend, 9 september 2016, 16.