Een boek over twee woorden, dat kom je niet zo vaak tegen. ‘Diakaisune theou’ (gerechtigheid van God) is in de theologiegeschiedenis echter wel een geladen koppel gebleken. Luther heeft er intens mee geworsteld en ook vandaag blijken in de Paulusinterpretatie de wegen hier behoorlijk uiteen te gaan. Een dissertatie hierover is dus zonder meer gerechtvaardigd. Het front waartegen Irons in deze uitstekende dissertatie de handschoen opneemt is met name het nieuwe Paulusonderzoek, bekend als het New Perspective on Paul (NPP). De kern van Irons onderzoek is een analyse en kritiek op de shift die in de 19de eeuw plaatsvond inzake de interpretatie van Gods gerechtigheid. Irons betoogt dat tot in de 19de eeuw het begrip verstaan werd als conformiteit aan een externe norm (Gods wet, Gods karakter). Door het baanbrekende onderzoek van Hermann Cremer vindt er in de 19de eeuw een fundamentele shift plaats waarbij ‘gerechtigheid’ niet meer als normbegrip geduid wordt, maar als een relationeel concept. Er is bij ‘gerechtigheid’, aldus Cremer, geen sprake van een abstracte, externe norm waaraan God of de mens onderworpen zou zijn: ‘Das Verhältnis selbst ist die Norm’. Met een beroep op teksten als Jesaja 56:1 (‘Mijn heil is nabij om te komen en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden’) 92 Boekbesprekingen vat Cremer Gods gerechtigheid als synoniem op met heil, verlossing. Het is een positief concept, waarbij vrijwel geen plaats is voor noties als straf en vergelding. Deze shift staat aan de basis van een belangrijke stroming in het Paulusonderzoek die via grote namen als Käsemann en Stuhlmacher geïncorporeerd worden in het NPP. Hierbij wordt Gods gerechtigheid (i.t.t. de traditie) niet meer primair geduid als geschenk, maar als Gods reddend handelen in de heilsgeschiedenis in vervulling van zijn verbondstrouw aan Israël. Hierbij staat niet primair het individuele heil op de voorgrond, maar het kosmische, eschatologische reddingshandelen van God. Irons gaat via een zeer grondige analyse van nagenoeg alle beschikbare data na of dit ‘heersende paradigma’ klopt. Hij analyseert het gebruik van het begrip ‘gerechtigheid’ en ‘gerechtigheid van God’ in de (buitenbijbelse) Griekse literatuur, het Oude Testament (inclusief LXX), de Dode Zeerollen, apocryfa en het Nieuwe Testament. Na tweehonderd pagina’s analyse luidt zijn conclusie dat ‘gerechtigheid’ in deze literatuur primair ethisch en juridisch gebruikt wordt. In juridische zin is gerechtigheid met name distributieve gerechtigheid, in ethische zin slaat het op gedrag of handelen dat in overeenstemming is met Gods wet of karakter. Gods gerechtigheid is dus een normatief en geen relationeel begrip, al heeft het uiteraard gevolgen voor hoe God handelt in relaties en zijn verbond. Gerechtigheid is niet hetzelfde als ‘heil’ of ‘verbondstrouw’, hoewel Gods heilbrengend handelen en verbondstrouw wel expressie zijn van zijn gerechtigheid. Irons concludeert dat Gods verlossend handelen een gevolg is van zijn distributieve gerechtigheid: Hij verlost omdat Hij trouw is aan zichzelf en zich houdt aan zijn woord en verbond. Gods gerechtigheid kan zich dus als heil manifesteren, maar net zo goed als onheil, namelijk wanneer Hij optreedt tegen de vijanden van zijn volk. In het laatste deel van zijn studie wendt Irons zich tot Paulus en diens gebruik van ‘Gods gerechtigheid’. Irons betoogt dat hier sprake is van een genitivus auctoris en dus opgevat dient te worden als de gerechtigheid die God gééft. Hij ondersteunt dit door te wijzen naar de wijze waarop Paulus ook op andere plaatsen over rechtvaardiging als ‘gave’ spreekt (bijv. Rom. 3:24). Paulus’ rechtvaardigingsleer gaat niet primair over hoe God trouw is aan zijn verbond met Israël of hoe zichtbaar wordt wie bij het volk van God hoort, maar om de vraag hoe zondige mensen rechtvaardig voor Gods gericht kunnen staan. God schenkt zondaren in gemeenschap met Christus gerechtigheid, een gerechtigheid die in overeenstemming is met de norm van Gods wet, maar haaks staat op de gerechtigheid die mensen zelf proberen op te richten. Irons schreef een knappe studie waarin hij de moed toont tegen een stroom van gezaghebbende interpreten in te gaan en een visie onderuit te halen die zeer veel invloed heeft gehad en via talloze commentaren haar weg heeft gevonden (en vindt) naar pastorie en preekstoel. Zijn studie is niets meer en niets minder dan een rehabilitatie van het klassieke perspectief op Paulus en de reformatorische rechtvaardigingsleer. Wie zijn conclusies wil ondergraven dient van goeden huize te komen…

Recensie van Charles Lee Irons, The Righteousness of God: A Lexical Examination of the Covenant-Faithfulness Interpretation [Wissenschaftliche Untersuchungen Zum Neuen Testament, 2. Reihe, 386] (Tübingen: Mohr Siebeck, 2015) 444 p., € 99,00 (ISBN 3161535189). In: Theologia Reformata, maart 2021, pag. 91-92.