'In Uw licht zien wij het licht'

Psalm 36:10

Paspoort van het Koninkrijk – over de betekenis van de Heilige Doop

door | 20 augustus 2026 | Boekbesprekingen

Over de doop is al veel geschreven, gediscussieerd en gepolemiseerd. Dat laatste doet ds. P. de Vries in de herdruk van zijn boekje ‘Paspoort van het Koninkrijk’ niet. Hij wil de lezers vooral wijzen op de betekenis en troost van de doop. In het naschrift vertelt hij hoe de doop in zijn eigen leven meer dan eens tot troost is geweest, juist wanneer het geloof zwak was of bijna onmerkbaar. Daarmee hebben we dan ook gelijk een rode draad in dit boekje te pakken: de doop is niet de verzegeling van ons geloof, maar de verzegeling van Gods beloften die in Christus Jezus ‘ja en amen’ zijn en door het zwakke, aangevochten geloof aangegrepen mogen worden.

In een bestek van nog geen honderd pagina’s komt veel ter sprake. Na een inleidend hoofdstuk over de instelling van de doop gaat hij in op de betekenis van de doop, de doop en de kinderen (en de kritiek hierop) waarna hij tenslotte in een afsluitend hoofdstuk o.m. ingaat op de noodzaak van zelfonderzoek.

Als het gaat over de betekenis van de doop gaat De Vries uit van de reformatorische overtuiging dat de doop het teken en zegel van de afwassing der zonden en de vernieuwing van het leven door Gods Geest is. De doop verzegelt dus de waarachtigheid van de belofte van God. De Vries vergelijkt het met een paspoort. Een paspoort geeft toegang tot een land, zo geven de beloften van God, mits recht gebruikt, toegang tot het Koninkrijk van God. Dan is het wel zaak dat de persoon die het paspoort draagt overeenkomt met de schets van de persoon op het paspoort. De doop zegt wat een christen is, ons leven moet uitwijzen of dat ook daadwerkelijk zo is. Dan krijgt in ons leven de betekende zaak gestalte: de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens.

Als het gaat over de doop van kinderen trekt De Vries duidelijke lijnen: niet alleen hoorden kinderen bij het verbond met Abraham, dat geldt evenzeer voor het nieuwe verbond (dat toch niets anders is dan de voortzetting en vervulling van het Abrahamitische verbond). Al spreken de zgn. huisteksten nergens expliciet over kinderen, het feit alleen al dat huisgenoten gedoopt werden vanwege het tot geloof komen van hun meester of meesteres laat zien dat de vroege kerk niet individualistisch dacht, maar Gods verbond wijd trok. Terecht trekt De Vries een lijn van besnijdenis naar (kinder)doop. Voor Paulus is de besnijdenis in Christus vervuld; waar de besnijdenis heen wees naar Christus en de vernieuwing door Hem, getuigt de doop van de vervulling hiervan in Christus.

De Vries gaat her en der in op allerlei praktische vragen, zoals de vraag naar onderdompeling en besprenkeling. Maar ook de vraag naar de betekenis van de doop voor christenouders. Christelijke ouders hoeven niet te veronderstellen dat hun kinderen wedergeboren te zijn (noch dat ze het niet zijn), maar dienen God voortdurend te smeken op de vervulling van Zijn beloften en bij hun kinderen aan te dringen op berouw, geloof en bekering. De troost daarbij is dat zij niets van hun kinderen hoeven te verwachten, maar alles van Hem mogen verwachten. Dat geldt ook voor de kinderen zelf. Zij mogen werkzaam zijn met de belofte die God aan hen verzegeld heeft. De doop geeft de gedoopte een recht om van Gods beloften gebruik te maken. ‘De gehele kracht van de doop bestaat daarin, aan het kind te verzegelen het Verbond der genade en alle beloften van dit verbond. Niet dat het kind dezelve in zich heeft, maar dat het recht op dezelve heeft, en dat God Zijn beloften bij het kind zal vervullen’ (Kohlbrugge). God neemt redenen uit zichzelf, daarom kunnen onze kinderen zalig worden. Alle gedoopten dienen aan zelfonderzoek te doen en zich gedurig af te vragen of ze persoonlijk en bevindelijk kennis hebben aan de drie stukken. Wat een voorrecht als kinderen daar iets van mogen zien in het leven van hun ouders; dat is de beste illustratie van waar het in de doop om gaat.

De Vries schreef een helder en toegankelijk boekje dat in kort bestek veel biedt. Hoewel ik sommige zaken zelf iets anders zie (de relatie van de doop van Johannes tot de christelijke doop bijvoorbeeld) of iets anders zou formuleren, vond ik veel goeds. De Vries waardeert de doop hoog, maar maakt telkens weer duidelijk dat de doop niet op zichzelf staat, maar geloof vraagt. De volgorde: ‘Eén Heere, één geloof, één doop’ is niet voor niets. Wat een troost dat het geloof dat God vraagt ook door Hem zelf gewerkt en geschonken wordt. ‘…de Heere gééft wat door het sacrament wordt aangeduid’ (De Bres, art. 34 NGB). Zo mag ieder die om geloof verlegen is, bidden: Geef wat Gij beveelt!

P. de Vries, Paspoort van het Koninkrijk. Over de betekenis van de Heilige Doop, Houten 2025, tweede en uitgebreide druk, 96 blz. € 12,50

Trefwoorden voor dit artikel: doop