Wie wat rondreist in de theologie, ontdekt dat over alle grondwoorden verschillende opvattingen in omloop zijn. Rechtvaardiging is zo’n grondwoord. Sinds enkele decennia staat dat weer volop in de belangstelling onder theologen, door nieuwe visies op de reformatoren en op Paulus. Is het beroep van Luther en Calvijn op Paulus terecht, of lezen ze hem te veel door een 16e eeuwse en een juridische bril? In dit relatief goed leesbare proefschrift duikt de Sliedrechtse PKN predikant in deze materie.

De volgorde van dit boek is opmerkelijk. Met de hedendaagse vragen als uitgangspunt, herleest hij de reformatoren en met wat hij bij hen vindt, herleest hij Paulus. Op die manier toetst hij de nieuwere kritiek op de gereformeerde rechtvaardigingsleer, zoals verwoord door Luther, Melanchton, Calvijn en Owen. Kort en goed: Klaassen vindt die kritiek veelal onterecht.

Dat hangt nauw samen met de tweede term uit de ondertitel: de eenheid met Christus. Rechtvaardiging is niet alleen mogelijk om Christus wil, maar wij worden in Hem rechtvaardig verklaard. De inlijving in Christus is de bron, zowel van rechtvaardiging als heiliging. Klaassen betoogt dat Luther, Calvijn en Owen deze grondgedachte elk op een eigen manier, zij het met andere begrippen, hebben uitgewerkt. Veel critici zien hieraan volgens hem onterecht voorbij. Alleen bij Melanchton mist hij deze notie, waardoor ook de verhouding van rechtvaardiging en heiliging onduidelijk blijft in diens theologie. Owen, een eeuw later, plaatst deze kernbegrippen in het kader van de puriteinse verbondstheologie.

Het is zeer waardevol wanneer theologische grondwoorden worden herijkt tegenover de kritiek van onze tijd. En wie niet zoveel op heeft met moderne kritiek, doet er wellicht goed aan om het goud van de Reformatie weer eens op te poetsen. Deze studie mag niet ongelezen blijven onder ons. En laat dat niet over aan de theologen alleen. Daarvoor is dit onderwerp te belangrijk.

Recensie L. Voorthuijzen in: De Wekker, 04-07-2014