AMSTERDAM. Voorafgaand aan de promotieplechtigheid wordt een orgelbewerking van het Lutherlied gespeeld. Toch krijgt ds. M. Klaassen tijdens de verdediging van zijn proefschrift kritische vragen over zijn waardering van de Duitse reformator.

De hervormde predikant uit Sliedrecht promoveerde gisteren aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Amsterdam op een studie naar de visie op de rechtvaardiging in de gereformeerde traditie. In de aula van de Vrije Universiteit hielden twee lutherse hoogleraren de voorliefde van de promovendus voor de theologie van Calvijn kritisch tegen het licht.

„Als er een wedstrijd zou zijn over de rechtvaardigingsleer”, zegt prof. K. Zwanepol, emeritus hoogleraar lutherana aan de PThU, „dan zou de overwinning wat u betreft naar Calvijn gaan, met een nipte tweede plaats voor Owen. Maar zeker geen eerste plaats voor de lutherse equipe. Is dat terecht?” De bekende ”vrolijke ruil” van Luther is volgens de lutherse hoogleraar veel minder afstandelijk dan Calvijns spreken over de toerekening van Christus’ gerechtigheid.

De promovendus antwoordt ondanks zijn grote waardering voor Luther vragen te hebben bij de relatie tussen de rechtvaardiging en de christologie bij Luther. De visie van de Duitse reformator dat de goddelijke natuur van Christus eigenschappen kan overdragen aan de menselijke natuur werkt door in zijn spreken over de rechtvaardiging, zo stelt hij. „Het is voor mij de vraag of Luther door de soteriologie aan de christiologie te verbinden niet regelmatig ontologische grenzen overgaat.” Ds. Klaassen kiest hier voor de „gereformeerde terughoudendheid.”

Prof. M. Matthias, opvolger van Zwanepol aan de PThU, stelt dat Luther nooit spreekt over de toerekening van Christus’ gerechtigheid, wat in het gereformeerde spreken over de rechtvaardiging juist een wezenlijk element is. De term komt bij Luther inderdaad nauwelijks voor, geeft de promovendus toe, maar de gedachte zelf is volgens hem wel degelijk in zijn geschriften te vinden. Als voorbeeld geeft hij een citaat een disputatie uit 1536.

Dat ds. Klaassen in zijn onderzoek geen aandacht geeft aan Calvijns visie op het avondmaal, verbaast prof. J. Hoek, hoogleraar gereformeerde spiritualiteit aan de PThU. Terwijl juist het avondmaal het moment is waarbij voor Calvijn de gemeenschap met Christus het meest aan het licht treedt. De promovendus geeft toe dat er op dit punt een „hiaat” zit in zijn studie. Hij zegt zijn onderzoek te hebben toegespitst op de soteriologie, de manier waarop mensen deel krijgen aan de verlossing. „Promoveren is kiezen.”

Waarom is ds. Klaassen „zo zuinig” in zijn waardering van het nieuwe perspectief op de apostel Paulus in het recente nieuwtestamentische onderzoek, wil prof. R. Roukema, hoogleraar Nieuwe Testament aan de PThU, weten. Bij Paulus gaat het allereerst om de staat van de mens voor God, is de repliek van de Sliedrechtse predikant. „Onlosmakelijk hieraan verbonden is dat de weg tot God voor allen open komt te liggen. Die winst van het nieuwe Paulusonderzoek wil ik onderstrepen vanmiddag.” Aan de andere kant signaleert ds. Klaassen „het gevaar dat het verticale aspect van de rechtvaardiging naar de achtergrond verdwijnt of zelfs ondergesneeuwd raakt.”

Prof. dr. G. van den Brink, die samen met prof. dr. H. van den Belt optreedt als promotor, reikt aan het einde van de plechtigheid de bul uit en spreekt de kersverse doctor vervolgens toe. Hij noemt de studie van dr. Klaassen een „belangrijke aanvulling op de bestaande literatuur”, met een „heldere, maar niet ongenuanceerde” conclusie.

De begeleiders zijn niet alleen onder de indruk van de kwaliteit van het product, maar ook van de snelheid waarmee de promovendus te werk ging. „Je hebt de klus in goed vijf jaar gedaan. Dat is uitzonderlijk naast een drukke werkkring als gemeentepredikant.” De promotor spoort de nieuwe doctor aan om na deze drukke periode „de andere dingen die ook belangrijk zijn in het leven” niet te vergeten, maar verdere studie niet na te laten. „Als het je gegeven wordt kunnen we nog veel van je verwachten.”