De rode draad in de Bijbel

Wat is de rode draad in de Bijbel? Met zijn jongste boek maakt dr. M. Klaassen dat op toegankelijke wijze duidelijk. „ Het verbond is niet alleen een belangrijke sleutel om de gehele werkelijkheid, de Schrift en het werk van Christus te verstaan, maar ook het kanaal waardoor God Zijn zegeningen uitdeelt.”

De hervormde gemeente van het Zeeuwse Arnemuiden kreeg na de zomer van 2018 niet minder dan dertien preken over het verbond te horen. Of beter gezegd: de verschillende verbonden waarover de Bijbel spreekt. Het idee ontstond bij dr. M. Klaassen door de studie “De Heere onze gerechtigheid”, die hij in 2017 publiceerde. Daarin plaatste hij de gereformeerde leer van de rechtvaardiging in het kader van het verbond, als de weg waarlangs God Zijn heil realiseert. Het goud dat hij voor het boek had opgedolven, besloot hij tot pasmunt te maken voor zijn gemeente. Dankzij het boek “Verbonden” is de oogst nu ook voor een breder publiek beschikbaar.

Hoe ervoer de gemeente dat: een lange serie preken over het verbond?

„Die vraag had ik vooraf ook. Het is iets anders dan een prekenserie over Jozef en Daniël, die ik eerder hield. Tot mijn vreugde werd ook naar de preken over het verbond goed geluisterd, al waren het vooral mensen met een gerijpt geloofsleven die heel positief reageerden. Soms omdat ze er persoonlijk veel aan hadden gehad. Om de gemeente als geheel te helpen, maakte ik van elke preek een hand-out met de structuur van de preek. Dat doe ik bij alle leerdiensten.”

U voelde zich gedrongen om deze preken te houden?

„Ja, ik maak me zorgen over de afnemende belangstelling voor het verbond, ook in de gereformeerde gezindte. Terwijl het zeer wezenlijk is voor de gereformeerde traditie. Matthew Henry hield een serie van 134 preken over het verbond. Zo hoeft het nou ook weer niet per se, maar het laat wel zien hoe belangrijk dit onderwerp is. Vooral de tweeslag werkverbond en genadeverbond. In moderne catechesemethoden vind je die nauwelijks meer terug. Het begrip werkverbond is in een deel van de gereformeerde gezindte zelfs omstreden. De kennis over het verbond is nog het best bewaard in de rechterflank van de gereformeerde gezindte.”

Tegelijk is er juist daar een huiver om te spreken over verbondskinderen en verbondsbeloften.

„Klopt. Die dubbele houding is het gevolg van de massieve verbondsopvatting in de Gereformeerde Kerken en de vrijgemaakt Gereformeerde Kerken. Daar werd over het verbond gesproken op een manier die men niet herkende, waardoor een tegenreactie ontstond en het spreken over het verbond zelfs verdacht werd. Volkomen onterecht. De bevindelijke gereformeerden zouden moeten weten wat voor een rijke ader de verbondsvisie in hun eigen traditie is. De laatste jaren is er een keer ten goede. Denk aan de heruitgave van Bostons boek over het genadeverbond en de selectie van 29 preken van Matthew Henry over het genadeverbond, onder de titel “Vast en onverbroken”. Vorig jaar is vanuit de Gereformeerde Gemeenten een mooie studie verschenen. Een aantal zaken zou ik wat anders verwoorden, maar er zit heel veel goeds in. Niet alleen in Nederland, ook wereldwijd is sprake van een herlevende belangstelling voor de betekenis van het verbond.”

Is het ook in uw eigen leven meer gaan betekenen?

„Absoluut. Het verbond is niet alleen een belangrijke sleutel om de gehele werkelijkheid, de Schrift en het werk van Christus te verstaan, maar ook het kanaal waardoor God Zijn zegeningen uitdeelt. Dat is voor mij door het houden van die preken nog meer gaan leven. Alle verbonden waarover de Bijbel spreekt, direct of indirect, heb ik behandeld.”

Op welke verbonden kreeg u met name meer zicht?

„Het verbond met Noach en het verbond met Israël. Er is een zekere tendens in de gereformeerde traditie om, in de lijn van Calvijn, alle verbonden na het werkverbond volledig onder de koepel van het genadeverbond te laten vallen. Dan loop je het gevaar dat je de verschillen die er zijn wegpoetst. Het Noachitisch verbond sloot God ook met de dieren. Dat laat al zien dat je het niet zomaar kunt laten samenvallen met het genadeverbond. Wel is het als universeel, kosmisch verbond dienstbaar aan het genadeverbond. Dankzij het verbond met Noach blijft de schepping in stand, hoewel de mensheid er door de zondvloed niet beter op werd.”

En dan het verbond met Israël.

„Dat is binnen de gereformeerde traditie altijd een lastig onderwerp geweest. Het moest óf tot het genadeverbond, óf tot het werkverbond behoren. Naar mijn mening hoeven we die keuze niet te maken. Het verbond met Israël is zowel een herhaling van het werkverbond op nationale schaal als een gestalte van het genadeverbond. Het karakter van het werkverbond zie je terug in de wetgeving – doe dat en gij zult leven -, hoewel Mozes al aangaf dat het volk Gods geboden niet zou kúnnen houden. Daarom zijn die wetten omgeven door de offerdienst, die heenwijzen naar het genadeverbond.

Je vindt in dit verbond heel sterk de dialectiek tussen wet en Evangelie. De eis van God, het onvermogen van Israël om zich aan Zijn geboden te houden en het heil dat enkel en alleen bij God vandaan komt. Je ziet dat ook al bij het verbond met Abraham. Normaal gingen beide verbondspartners tussen de gekliefde dieren door, om daarmee aan te geven dat met hen hetzelfde mocht gebeuren als met die dieren wanneer ze het verbond zouden verbreken. God ging alleen tussen de stukken door. Hij nam het initiatief en stond garant voor de vervulling van dit verbond, ook bij ongehoorzaamheid van Abraham en zijn nageslacht. Christus zou Zich plaatsvervangend aan het kruis laten verbrijzelen voor de falende verbondspartner. De straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem.

Die lijn zie je terug in het spreken van de latere profeten over het nieuwe verbond. Dat is radicaal eenzijdig. Als je je eigen onvermogen om te beantwoorden aan Gods verbond existentieel ontdekt, wordt dat je enige houvast. Het verbond moet je persoonlijk deel worden. Het gaat om de doorleving van de dingen.”

U noemt het verbond de sleutel voor het verstaan van de Schrift. Kunt u dat toelichten?

„De Bijbel begint met een verbond en eindigt met een verbond. In het begin is er de verbondssluiting met Adam door het werk- of scheppingsverbond. Aan het eind van Openbaring lees je over de definitieve verbondsvoltrekking tussen de Bruidegom en de bruid. Zonder zicht op het verbond kan een predikant mooie dingen zeggen over een tekst, maar niet de Bijbelse boodschap als geheel inzichtelijk maken voor de gemeente. Er zit een verbondsstructuur achter. Die vormt de ruggengraat van de Bijbel en moet dus ook de ruggengraat van de prediking zijn. In de meeste gevallen impliciet, net als je eigen ruggengraat. Die zie je niet, maar hij zit er wel en houdt het hele lichaam overeind.”

Hoe ziet u uw gemeente?

„Als verbondsgemeente die onder de eis en de rijkdom van Gods beloften leeft. Als dienaar van het Woord weet ik me geroepen de hoorders daarop aan te spreken. Daarin zijn we niet snel te ruim. Zelfs na ontstellende afval en afgodische praktijken wordt Israël door de profeten namens God nóg aangesproken als Zijn volk. “Keer weder, gij afkerige kinderen, want Ik heb u getrouwd.” Dat geldt ook de verbondskinderen van nu.”

Betekent dit dat u beducht bent voor het apart aanspreken van bekeerden en onbekeerden?

„Daar heb ik geen moeite mee. Het feit dat de gemeente verbondsgemeente is, sluit een bepaalde classificatie niet uit. Slechts bij een deel van de gemeente heeft het verbond zich ten volle gerealiseerd, omdat het in hun leven kwam tot de inwilliging van het genadeverbond, zoals de puriteinen het noemden. Om het met het vragenboekje van Hellenbroek te zeggen: ze namen de Heere aan tot hun God en gaven zich aan Hem over ten eigendom. Ik ben nog altijd dankbaar dat ik dit in de Gereformeerde Gemeenten in Nederland als kind moest leren. Zulke prachtige zinnen reizen met je mee.”

Hoe beoordeelt u de term “erf van het verbond”?

„Ik snap wat ermee bedoeld wordt, maar een gelukkige term vind ik het niet. Het onderscheid tussen enerzijds deel hebben aan de beloften en de uiterlijke weldaden van het verbond en anderzijds aan het wezen van het verbond is voluit legitiem, maar tussen het huis en het erf zit een muur. Het spreken van Calvijn en ds. I. Kievit over tweeërlei kinderen van het verbond vind ik Bijbelser. Het verbond is één. God zegt tegen heel Israël: “Ik ben de HEERE, uw God”. Zonder daarmee te impliceren dat alle Israëlieten ware bondelingen waren. De praktijk bewijst wel anders, maar dat neemt de betekenis van het verbond niet weg.”

Hoe ziet u in dit licht de discussie over de vraag of je mag pleiten op je doop?

„Natuurlijk mag dat. Ook Ledeboer zegt in zijn vragenboekje voor de kleine kinderen dat zij in hun doop een grond hebben om tot God te gaan. De vraag is wel hoe we dat doen. We kunnen bij God niet als een rechthebbend mens aankomen. Het pleiten op Gods beloften zal altijd plaats moeten vinden in een houding van ootmoed en gebrokenheid. “Denk aan ’t vaderlijk meêdogen, Heer, waarop ik biddend pleit.” De puriteinen maakten een onderscheid tussen het recht van toegang tot de beloften voor alle gedoopten en het recht van bezit voor alle gelovigen. De beloften zetten klem achter de noodzaak om die beloften te omhelzen en de toevlucht tot de Heere te nemen.”

De bekering van een verbondskind is worden wat je bent, schrijft in uw boekje.

„Daarmee bedoel ik dat Gods verbond zo krachtig is, dat je het heil in de belofte al hebt. Zo spreekt ook ons doopformulier daarover. Toen de verloren zoon terugkeerde, wérd hij niet een zoon, dat was hij al. Een wéggelopen zoon. Hij moest terugkomen. Zo is het ook met een verbondskind.”

De puriteinen spreken ook over het vernieuwen van het verbond, onder meer door het avondmaal.

„Dat zeg ook ik regelmatig, al moeten we wel beseffen dat in de eerste plaats God het verbond vernieuwt. Mogelijk heeft Calvijn dat beter begrepen dan de puriteinen. De Heere vernieuwt bij het avondmaal voor Zijn kinderen Zijn beloften, verzekert hun de vergeving van hun zonden en voedt hen met het leven uit Christus, door Zijn Geest. Als antwoord daarop is er de verbondsvernieuwing bij de avondmaalganger, door het opruimen van dingen die er in ons leven niet horen te zijn en de hernieuwde toewijding aan God.”

Welke plaats heeft het verbond in uw gebedsleven?

„Een steeds grotere plaats. Naarmate je de Heere langer kent, doorleef je steeds meer je eigen armoede en leegte. Dan is er maar één houvast: Gods vaste verbond. Hoe mijn stemming ook is, hoe de omstandigheden ook zijn, dat wankelt niet. Vaak moet ik tegen mezelf zeggen: Wat ben je onrustig. Hoop op God. Hij is getrouw, Hij is genadig, Hij zorgt. De zaligheid gaat uit van God en de instandhouding van de zaligheid ook. Daar mag je in het gebed op terugvallen. De verbondsbeloften zijn met bloed betaald, zegt Spurgeon. Als je in Christus naam tot de Vader gaat en ootmoedig pleit om de vervulling van wat Hij heeft beloofd, dan doet Hij dat ook.”

Hoe beoordeelt u de opvatting dat baptisten geen zicht op het verbod hebben?

„De praktijk bewijst de onjuistheid van die uitspraak. Spurgeon had zeer veel aandacht voor het verbond. Dat geldt voor alle gereformeerde baptisten. Het verschil ligt in de visie op de plaats van kinderen in het verbond, maar tal van baptisten hebben paradoxaal genoeg een rijkere verbondstheologie dat veel reformatorische predikanten. Typerend is de vuistdikke studie “Kingdom through Covenant” door Peter J. Gentry en Stephen J. Wellum, allebei behorend tot de Southern Baptists in Amerika. Een soortgelijk Nederlands werk ken ik niet. Het is mijn verlangen dat er ook onder ons dat Bijbelse zicht op het verbond mag zijn. In de prediking verwijs ik vaak naar de uitspraak van Augustinus dat God geeft wat Hij beveelt. Je eigen onmacht, onvermogen en onwil is geen eindpunt, maar de plek waar je Gods hulp mag inroepen. Om het alleen van Hem te verwachten, in het vertrouwen dat Zijn woorden vast en zeker zijn.”

“Verbonden. De betekenis van Gods verbond in de Bijbel en het persoonlijk leven”, door Dr. M. Klaassen; uitg. De Banier, Apeldoorn; 192 blz., prijs € 14,95