We worden gerechtvaardigd door het geloof alleen. Dat is de kern van de boodschap die IRS rooms-katholieken wil meegeven. Ds. M. Klaassen, die eind dit jaar ds. C. van de Worp zal opvolgen als voorzitter van IRS, promoveerde in juli op de reformatorische rechtvaardigingsleer.

Voor zijn proefschrift, getiteld “In Christus rechtvaardig. Reformatorische perspectieven op rechtvaardiging en eenheid met Christus” onderzocht ds. Klaassen de rechtvaardigingsleer van Calvijn, Luther, Owen en Melanchton. Dit omdat de rechtvaardigingsleer volgens hem de laatste tijd steeds meer onder vuur is komen te liggen. Onder meer door het zogenoemde New Perspective on Paul van Tom Wrigt en James Dunn van twintig jaar geleden. Zij stellen dat de reformatoren Paulus’ brieven teveel lazen door de bril van hun conflict met de Rooms-Katholieke Kerk. Volgens hen vroegen Joodse christenen zich helemaal niet af of zij gerechtvaardigd worden door de werken der wet. Zij hielden de wet alleen maar om daarmee in het verbond van God te blijven en zich te onderscheiden als het volk van God. De Romeinenbrief gaat volgens Dunn en Wright dan ook niet om de vraag hoe wij in een rechte verhouding tot God komen maar om de vraag of heidenen ook bij het volk van God horen.

Dat de brieven van Paulus vanuit een bepaald perspectief geschreven blijken te zijn, hoeft toch niets af te doen van het belang van de rechtvaardiging door het geloof alleen?
Ds. M. Klaassen: “Natuurlijk heeft het nieuwe Paulusonderzoek een punt. Mijn zorg is echter dat daarbij vergeten wordt dat het bij elk mens moet gaan om de primaire vraag: Hoe kom ik in een rechte verhouding tot God? Volgens de New Perspective on Paul gebruikte Paulus zijn rechtvaardigingsleer alleen maar om zijn punt te maken.”

Dat elk mens alleen gerechtvaardigd kan worden door het geloof alleen is toch duidelijk? Dat komt door heel de Bijbel heen naar voren.
“Ja, je ziet het ook al in Genesis 15, dat Abraham door het geloof werd gerechtvaardigd. Zo is het altijd geweest. Door Wright zien we dat rechtvaardiging een sociologische context heeft, die wij misschien waren vergeten. In die zin kun je zeker iets van het nieuwe Paulusonderzoek leren. Als de kernvraag, hoe God jouw God kan worden, maar blijft bestaan. Overigens merk ik wel dat Wright in de loop van de tijd genuanceerder is geworden in zijn standpunten. Iemand die op dit punt heel mooi de middenweg bewandelt – die de uitkomsten van het nieuwe Paulusonderzoek meeneemt en tegelijkertijd ook wijst op het belang van een rechte verhouding met God – is Michael Bird.”

De rechtvaardiging wordt je toegerekend, is de reformatorische gedachte. Je wordt rechtvaardig verklaard, ongeacht wie je bent en wat je doet. Een veelgehoorde kritiek van rooms-katholieken is dat dit gemakzuchtige mensen kweekt. Met andere woorden: als je toch al rechtvaardig bent verklaard, maakt het toch niet meer uit hoe je leeft. Hoe leg je heel eenvoudig aan een rooms-katholiek uit dat de rechtvaardigverklaring geen gemakzuchtige mensen kweekt?
“Ik vind dat dit in zondag 24 van de Heidelbergse Cathechismus heel mooi wordt ondervangen doordat men in het antwoord niet bij de rechtvaardiging blijft steken. Het gaat mis als je rechtvaardiging en de eenheid met Christus los van elkaar gaat zien. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je ziet dat iemand als Melanchton die twee teveel van elkaar scheidt. Calvijn en Luther doen dat niet. Je kunt spreken van een duplex gratia oftewel tweevoudige genade, wat je mooi kunt weergeven in een driehoek. Bovenin staat de unio cum Christo. Daaronder staat in de ene hoek rechtvaardiging en in de andere hoek heiliging. Deze drie punten zijn onlosmakelijk verbonden. Wie het een heeft, heeft het andere ook.”

Maar een rooms-katholiek gelooft niet in vernieuwing oftewel heiliging. Hij denkt zelf ook nog een deel voor zijn rekening te moeten nemen. Gods genade maakt het dan verder af.
“Je kunt wel aan een rooms-katholiek inzichtelijk maken dat het bij hem altijd nog van hemzelf afhangt. Daardoor weet hij nooit of hij het goed genoeg gedaan heeft. Een echte rooms-katholiek kan geen geloofzekerheid hebben. Trente zegt dat ook. En die zekerheid heb ik wel, ook als mijn inzet voor Christus niet goed genoeg is. Ik doe goede werken, maar mijn zaligheid hangt er niet vanaf.”

U zou dus getuigen van het feit dat u zelf wel zeker bent van uw zaligheid?
“Dat wij gerechtvaardigd worden door Christus alleen, is heel bevrijdend. In de loop van de tijd hebben sommige rooms-katholieken daar ook mee geworsteld. Neem Thérèse van Lisieux (1873 -1899) Op haar sterfbed zegt ze: “Al mijn gerechtigheid is als een wegwerpelijk kleed.” Dat klinkt heel reformatorisch. Nog een citaat uit haar bekende boek: “Verdiensten voor de hemel wil ik niet inzamelen. Alleen uit liefde aan U wil ik arbeiden. Op de avond van dit leven zal ik voor U verschijnen met ledige handen want ik vraag U niet Heere mijn werken mee te tellen. Al mijn gerechtigheden zijn bevlekt in Uw ogen. Ik wil me dan met Uw eigen gerechtigheid omkleden en van Uw liefde het eeuwige bezit ontvangen van Uzelf.” Ik denk dat het belangrijk is voor de rooms-katholieke traditie dat dit soort momenten er waren. Let wel, Thérèse van Lisieux heeft vier maanden in een zware depressie gezeten. Rome heeft nooit raad geweten met de gedachte van een toegerekende gerechtigheid.”

“Uiteindelijk is rechtvaardigheid iets wat in Christus plaatsvindt. Jezus is de grote rechtvaardige. Door in Hem te geloven deel je in Zijn werk. Dat is voor mij echt een leerpunt geweest.”

Bent u door het proefschrift veranderd?
“Pasen is meer voor mij gaan leven. In de reformatorische traditie wordt het belang van de opstanding niet altijd even duidelijk gezien. Vaak wordt sterk de nadruk gelegd op de kruisiging. Door Zijn lijden heeft Jezus immers de zaligheid verworven. Maar Zijn opstandig was het publiekelijke moment waarbij Jezus door God rechtvaardig werd verklaard. Zonder opstanding zou er voor ons geen rechtvaardiging zijn. Dat is toch wel een inzicht dat begin 20e eeuw meer door is beginnen te dringen.”

Wat heeft u ertoe gebracht om u in te zetten voor IRS?
“Ik heb altijd al een grote interesse gehad in het rooms-katholicisme. Toen prof. W.J. Op ’t Hof, een van mijn voorgangers in Hedel, promoveerde, luidde een van zijn stellingen in zijn proefschrift: “Een goed gereformeerde hangt naar de moederkerk.” Hij bedoelde niet dat je rooms-katholiek moet worden, maar dat je de pijn moet voelen van de breuk van de Reformatie. De kerk is ten diepste één. Daarnaast heb ik altijd een fascinatie gehad voor rooms-katholieke kerken. Als tiener liep ik tijdens vakanties altijd een rooms-katholieke kerk binnen. Ik ben ook op zoek naar Bijbelse elementen in het rooms-katholicisme.
Toen ik predikant was in Hedel, had ik goede contacten met rooms-katholieken. Sommige orthodoxe rooms-katholieken bezochten op zondag de avonddienst van onze kerk, omdat ze moeite hadden met de liberale theologie in hun eigen parochie. Ook een pastoor zat op zondagavond weleens bij ons in de kerk. Met hem had ik vaak wezenlijke gesprekken.
Augustinus is iemand die nog steeds veel betekent voor zowel protestanten als rooms-katholieken. Bij Augustinus kom je wel de gedachte van rechtvaardiging door het geloof alleen tegen. In de Rooms-Katholieke Kerk van voor de Reformatie had je altijd een Augustijnse stroming. Na de Reformatie is die Augustijnse stroming uit de Rooms-Katholieke Kerk gezet. Dat is jammer.
De Rooms-Katholieke Kerk is een wereldkerk. Wat je ook op de paus tegen hebt, je moet wel onderkennen dat hij een grote stem heeft in de wereld. Daar kun je niet omheen.”

‘Door in Jezus te geloven, deel je in Zijn werk’, in: kwartaalblad In de Rechte Straat oktober 2013, pag. 4-5.