Niet is moeilijker dan bidden, ontdekte ds. M. Klaassen door persoonlijke ondervinding en in het pastoraat. Daarom schreef hij een handreiking voor jongvolwassenen, waar ook ouderen hun voordeel mee kunnen doen. „Bidden is niet alleen een genadegave,maar ook een discipline.” 

Graag wilde ds. M. Klaassen zijn belijdeniscatechisanten iets persoonlijks meegeven. Het werd een boekje over het ‘Onze Vader’, het meest katholieke gebed binnen de christenheid. Waarbij hij zich schatplichtig weet aan andere christelijke auteurs die over dit onderwerp schreven.

Wat is moeilijker: bidden of er een boek over schrijven?

„Bidden. Niets is zo moeilijk. Gelukkig wil de Heere ons erin oefenen. Gebed is niet alleen een genadegave – we zijn diep afhankelijk van de Geest van genade en van gebed – maar ook een discipline. Dat zie je heel duidelijk bij de oudvaders. Matthew Henry schreef een boekje onder de titel ‘A method for prayer’, waarin hij praktisch adviezen geeft. Heel concreet benoemt hij de zaken die in het gebed een plaats moeten hebben. Ik heb geprobeerd het oude goud in hedendaags taalgebruik door te geven.”

Wat maakt bidden zo moeilijk?

„Ons hart. Van nature zijn we trots en onafhankelijk. Een van de belangrijkste kenmerken van een echt gebed is een diep besef van je eigen hulpeloosheid. Dat verbindt christenen over tijden, culturen en kerkmuren heen. De rooms-katholieke Guido Gezelle beleed: ‘De wereld wil mij achterna, alwaar ik ga of sta.’ Dat brengt hem tot de bede: ‘O leer mij, arme dwaas, hoe dat ik bidden moet!’ Dat is zó herkenbaar. Je kunt het gisteren geestelijk goed hebben gehad en vandaag weer met lege handen staan. Vaak begin ik mijn gebed met de vraag om de leiding van de Heilige Geest. Die heeft de Heere ons ook beloofd. Dat mag je als een pleitgrond gebruiken. Dan kan het gebeuren dat je met een koud hart begint en gaandeweg vuur en gloed in je gebed voelt komen.”

Gebed is ook een discipline, zei u.

„Maarten Luther schrijft in zijn Grote Catechismus: ‘Want dit is het eerste wat men weten moet: dat wij op grond van Gods gebod moeten bidden.’ Het is een opdracht van God, ook als alles in je zich ertegen verzet. Vanwege onverschilligheid, wanhoop, diepe teleurstelling, het gevoel te veel gezondigd te hebben. Onze barrières zijn nooit groter dan Gods genade. Bidden is niet alleen een opdracht, God verbindt er ook Zijn beloften aan. Belangrijke voorwaarden voor het gebed zijn tijd en afzondering, in onze samenleving helaas schaarse goederen.”

Vraagt het gebed om een  bepaalde opbouw?

„Tim Keller wijst op het belang van evenwicht: in dankzegging, verootmoediging, schuldbelijdenis, de dingen waar we om vragen en niet te vergeten de aanbidding. Jaren geleden ben ik ermee begonnen om, voordat ik ga bidden, wat punten op een papiertje te zetten. Wat wil ik in dit gebed de Heere belijden, waar kan ik Hem voor danken, wat wil ik Hem vragen? Waarbij ik de volgorde van het ‘Onze Vader’ probeer aan te houden. Dat begint met God en de dingen van Zijn Koninkrijk. Dat relativeert de dingen van jezelf en tilt je uit boven de kleine cirkel van je eigen zorgen, vragen en problemen.”

Herkent u de schroom om een gebed te beginnen met Onze Vader?

„Die was er in de kring waarin ik opgroeide heel sterk, maar als we ervaren dat we dit niet van harte kunnen zeggen, moet dat ons juist uitdrijven tot Hem die onze Vader wil zijn. De Heere Jezus heeft ons geleerd dat God ons niets liever geeft dan Zijn Geest: de Geest van de aanneming tot kinderen.

Het mooie van deze aanspraak is het intieme en tegelijk gemeenschappelijke. “We bidden dit gebed in gemeenschap met heel de kerk”, zegt Calvijn. Het is niet goed dat ook in de kerk deze aanspraak zo weinig klinkt. Van MacCheyne is bekend dat hij zijn ambtelijke gebeden begon met de woorden: ‘Holy Father’. Volgens zijn hoorders klonk daarin zo’n intimiteit en eerbied door, dat die twee woorden al een gebed op zich waren. Het goedkope gebruik van het woord Vader mag niet leiden tot ontwijking van deze naam, waarin zo veel ligt opgesloten: Gods zorg, Zijn kracht, Zijn bescherming.”

Hoe moet het ‘Onze Vader’ worden gebruikt?

„Zelf gebruik ik het als tafelgebed bij het begin van de maaltijd en als voorbeeldgebed in mijn persoonlijke gebeden. De eerste bede is al heel bevrijdend: “Uw naam worde geheiligd.” Dat betekent dat de Heere het doet. Zo kun je je  leven en alles wat je zorgen geeft in Zijn handen leggen. Afhankelijk van de situatie waarin je verkeert, zal de ene keer deze bede bijzondere aandacht krijgen, de volgende keer een andere bede. In het ambtelijke gebed dienen alle beden een plaats te krijgen. Ouders hebben de plicht hun kinderen op deze wijze te leren bidden. De leiding van de Heilige Geest in het bidden sluit het gebedsonderwijs van de ouders niet uit maar in.”

Wat vindt u het opvallendst in de volgorde van de beden in het ‘Onze Vader’?

„Het theocentrische. Het gaat om God. Als je op die hoogte begint, valt de rest ook op zijn plek. Dat ervaar ik meer dan eens. Een andere voor ons opvallende trek is dat het gebed om dagelijks brood voorafgaat aan het gebed om schuldvergeving. Het laat zien hoe gewoon wij het vinden dat we elke dag een aantal maaltijden kunnen nuttigen. Dat was in Jezus dagen anders. Niet voor niets wilde het volk Hem koning maken toen Hij hun brood geeft. De volgorde leert ons niet overgeestelijk te zijn. Honger, ziekte en ander lichamelijke ongemakken maken het moeilijk om te bidden.”

In uw boekje geeft u aan dat in elke bede voor ons iets ongemakkelijks zit. Bij welke bede ervaart u dat het sterkst.

„Niet zozeer bij de beden, maar bij de doxologie aan het eind. Wat is er in mijn leven aan lofprijzing? Hoe komt het dat ik zo weinig momenten heb waarin ik mezelf verlies en in aanbidding volledig op de Heere gericht ben? Volgens de Westminster Confessie is dat het voornaamste doel van de mens. ‘To glorify God, and to enjoy Him for ever’. Dat vraagt om een geestelijk zicht op de Heere en Zijn deugden. Dan is het niet moeilijk om God groot te maken. In de hemel zal het een vanzelfsprekendheid zijn.

Ook de lofprijzing vraagt om discipline. Om die reden begin ik in principe elke kerkdienst met een lofzang, als uiting van aanbidding en aansporing tot aanbidding. In het persoonlijk leven is het goed om regelmatig de Psalmen te lezen, of de gebeden en boeken van grote bidders, zoals Luther. En om mannen en vrouwen van gebed op te zoeken. De christenen die op mij het meeste indruk hebben gemaakt, hadden het niet over zichzelf maar spraken goed van God. Dat kan aanstekelijk werken, is mijn ervaring.”

Interview Terdege. Reformatorisch familieblad, 20 april 2016, 46-49