“Nog steeds vinden mensen het moeilijk om te zeggen dat Christus voor hen gestorven is. Want het is en blijft een geloofsmysterie. Dat wij in Hem gerechtvaardigd zijn, is een onzichtbare werkelijkheid.” Het onderwerp ‘rechtvaardigheid in Christus’ staat bij ds. M. Klaassen nog altijd hoog op de agenda. Want de predikant van de hervormde gemeente in Sliedrecht promoveerde op dit onderwerp en wordt daarom regelmatig gevraagd om hierover te spreken.

“De vraag ‘ben ik wel of niet gerechtvaardigd in Christus?’ mag niet alleen een academische discussie blijven,” vindt de dominee. “Uiteindelijk gaat het om de vraag: ben ik als zondig mens rechtvaardig voor God? Wanneer we in ons leven nooit die vraag stellen, klopt er iets niet. Ik stel in de prediking en in het pastoraat natuurlijk veel meer onderwerpen aan de orde. Maar dit is echt een cruciaal element. Het geweldige nieuws is dat ondanks dat je voor God een schuldig mens bent (door de zondeval, red.), door het geloof rechtvaardig voor Hem kunt verschijnen. Dan ben ik niet gepositioneerd in mijn zondige staat, maar in Christus.”

‘Wie Christus heeft, heeft al Zijn weldaden’, zei u ooit. Wat bedoelt u daarmee?
Klaassen pakt de Bijbel erbij en opent het Woord bij Efeze 1. “Daarin lezen we dat Paulus heel vaak de terminologie ‘in Christus’ gebruikt. God de Vader heeft ons gezegend met alle geestelijke zegeningen. Vervolgens legt hij uit wat dit inhoudt. Zo zegt hij in vers 7: ‘In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed.’ Verlossing is dus één van Zijn weldaden die we ontvangen wanneer we in Christus zijn.” De predikant citeert ook vers 11: ‘In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden.’ “Weer een geestelijke zegening,” vervolgt hij. “En in vers 13 staat: ‘In Hem bent u ook verzegeld met de Heilige Geest.’ Dit zijn allerlei weldaden die ons in Christus ten deel vallen.”

“We mogen niet vergeten dat dit excentrisch is,” voegt Klaassen toe. “Dat wil zeggen: buiten jezelf en in Christus. Tijdens catechisatielessen laat ik vaak een diamant zien. Dan zeg ik: ‘Deze diamant staat symbool voor het heil van Christus.’ Het mooie van een diamant is dat je er vanuit verschillende posities naar kunt kijken en er veel facetten aan zitten. Als je er vanuit de ene kant naar kijkt, zien we het facet ‘wedergeboorte’. Vanuit een andere positie het aspect ‘geloof’. En vanuit weer een andere kant zien we het facet ‘verlossing’. En ga zo maar door. Al die aspecten kunnen we apart zien. Maar laten we ervoor waken dat we ze niet uit elkaar halen. Het is onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Uiteindelijk gaat het alleen om Christus. Wie Hem bezit, heeft alles.”

Is men in de afgelopen jaren binnen de gereformeerde gezindte anders over rechtvaardiging gaan praten?

“Ik vind het lastig om hierover een algemeen oordeel te vellen,” erkent hij. “Wel zie ik een soort tweedeling. In het ene kamp zie ik dat er duidelijk en helder over de rechtvaardiging en de noodzaak van het geloof wordt gesproken. Die groep biedt Christus’ genade duidelijk aan. Maar er is ook een een kamp waarin dat niet het geval is. Dan denk ik wel eens: verkondigen we nog de bijbelse, reformatorische visie op de rechtvaardiging? Dit is ook de reden geweest dat diverse collegapredikanten door middel van publicaties aan de bel trokken. Die hebben in de afgelopen 15 jaar tot meer discussie, maar ook tot meer verheldering, geleid. Daardoor is in positieve zin bezinning op gang gebracht.”

Ook wanneer mensen geloven in de kruisdood en opstanding van Christus, vindt men het soms moeilijk om te zeggen: ‘Ik heb de zekerheid dat ik naar de hemel mag gaan’. Kunnen we dat over onszelf zeggen?
“Ja,” antwoordt Klaassen duidelijk. “Onlangs heb ik gepreekt over het laatste oordeel. Het verbaasde mij opnieuw hoe vrijmoedig hierover wordt gesproken in zondag 19 van de Heidelbergse Catechismus. Daarin staat beschreven dat we met een opgericht hoofd de Rechter tegemoet mogen gaan. Dat is een heel vrijmoedig geloofsgetuigenis. Met een opgericht hoofd mag ik straks de troonzaal in om Hem te ontmoeten. Dat is ontzettend wonderlijk als we kijken naar onze onvolkomenheden. Maar Christus heeft in onze plaats Gods oordeel op Zich genomen. Dit geeft mij de zekerheid van een eeuwig leven bij God. Dit is de taal van de Reformatie. Wie op Christus vertrouwt, mag blijmoedig het laatste oordeel tegemoet treden.”