Hand-out bij de preek ‘De enige troost’. Over zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus, M. Klaassen, Hervormde gemeente Arnemuiden

Wat is uw enige troost, beide in leven en sterven?

Dat ik met lichaam en ziel, zowel in leven en sterven, niet mijzelf toebehoor, maar het eigendom ben van mijn getrouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn zaligheid.
Daarom verzekert Hij mij door Zijn Heilige Geest van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven.

I: De betekenis van deze troost

  • Vraag en antwoord 1 is de poort die ons binnenleidt in de Heidelbergse Catechismus
  • Wat is troost? Meer dan een gevoel; het biedt houvast en geborgenheid. Het enige echte houvast is het evangelie van de Heere Jezus Christus. Het is betrouwbare troost: troost waar je je trust op kunt stellen.
  • Niet meer van jezelf zijn: kern van het christen-zijn.
  • Wie het eigendom van Christus is, is weer verbonden met God. Geen zwerver meer, maar kind. Door God te leren kennen, komt een mens weer tot zijn bestemming, het doel waarvoor we geschapen zijn.
  • De kennis van God is trinitarisch: antwoord spreekt over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
  • Als je het eigendom van Christus bent, ben je rijk: er wordt voor je gezorgd.
  • Tegelijk is het antwoord scherp: je bent van Christus, of je bent het niet.
    • Als je niet van Christus bent, ben je van jezelf. Dan leef je ook voor jezelf. Niet: wat wilt U dat ik doen zal, maar: wat wil ik dat ik doen zal?
    • Voor heel veel mensen vandaag is dat het hoogste ideaal.
    • Maar: hoe vrij ben je dan? Als de Heere het niet voor het zeggen heeft, zijn er altijd andere dingen die het voor het zeggen hebben.
  • Wij hebben het recht niet om niet van Christus te zijn. In de doop roept God ons tot een leven met Hem en belooft Hij ons alles wat we daarvoor nodig hebben.

II: De prijs van deze troost

  • Deze troost is duur betaald. Christus heeft ‘met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald’.
  • ‘U bent duur gekocht’ (1 Kor. 6: 20): Jezus’ dood is de losprijs waarmee de gelovigen vrijgekocht zijn van de slavenmarkt van de zonde.
  • Het wonder van het evangelie is dat Hij dit niet deed voor vrienden, maar voor vijanden.

III: De gevolgen van deze troost

Wie het eigendom van Christus wordt, ervaart vijf gevolgen: 5 v’s:

  • Vergeving en verzoening
  • Verlossing van de heerschappij van de duivel
    • Hij is de ‘god van deze eeuw’ (2 Kor. 4) onder wiens invloed alle mensen verkeren.
    • God trekt ons uit de ‘macht van de duisternis’ om ons over te zetten ‘in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde’ (Kol. 1: 13).
  • Verzorging:
    • Een christen heeft een Vader die zorgt: ‘Die mij zo bewaart dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd vallen kan, ja ook dat mij alles tot mijn zaligheid dienen moet’.
  • Verzekering:
    • De Heilige Geest verzekert Gods kinderen van het eeuwige leven dat hen ten deel valt.
  • Verplichting:
    • ‘Hij maakt mij van harte gewillig en bereid om voortaan voor Hem te leven’
    • Omdat Hij Zijn leven gaf, mogen wij ook ons leven geven.
    • ‘Cor meum tibi offero, domine, prompte et sincere’: U bied ik mijn hart aan, Heere, bereidwillig en oprecht (Calvijn).