Hand-out bij de preek ‘De kennis van onze ellende’. Over zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus, M. Klaassen, Hervormde gemeente Arnemuiden

Vraag 3: Waaruit kent u uw ellende?

Antwoord:
Uit de wet van God

Vraag 4: Wat eist God in Zijn wet van ons?

Antwoord:
Dat leert Christus ons in een hoofdsom, Matteus 22: 37-40:
Gij zult de Heere, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.
Dit is het grote en eerste gebod.
Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten
.

Vraag 5: Kunt u dit alles volbrengen?

Antwoord:
Nee, want ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten.

Inleiding:

  • Vorige week stonden we stil bij de drie stukken van de Catechismus: ellende, verlossing en dankbaarheid.
    • Deze bepalen de structuur van de Catechismus: ellende (zondag 2-4), verlossing (zondag 5-31) en dankbaarheid (zondag 32-52).
    • Daardoorheen loopt nog een andere structuur: geloof (Twaalf Artikelen), gebod (de Wet) en gebed (het Onze Vader).
  • Vandaag maken we een begin met het stuk van de ‘ellende’.
    • De troost van zondag 1 is het antwoord op onze ellende; zondag 1 is de oplossing van het probleem van de ellende. Wat die ‘ellende’ inhoudt wordt in zondag 2-4 nader geanalyseerd.
  1. De betekenis van onze ellende
  • Ellende komt van het Duitse woord ‘elend’ dat letterlijk ‘uitlandig’ betekent: het beeld van een balling of vluchteling die op een plek is waar hij niet hoort. Wij zijn niet meer op de plek waar je hoort, het Vader-land.
    • De ellende is dat we onze ellende niet beseffen: we weten niet dat we ‘ellendig’ zijn, uit ons land, weg bij de Vader.
    • Daarom moet je je ellende leren kennen. ‘Onze eerste levensbehoefte is onze zonde leren kennen’ (J.I. Packer). Wij zullen immers de Verlosser en de verlossing niet nodig hebben als we niet beseffen wie we zijn en wat er met ons aan de hand is.
  1. De kennis van onze ellende
  • Waaruit kent u uw ellende? Uit de wet van God.
    • Je hebt de wet niet nodig om te zien dat er ellende is, wel om te begrijpen waar de ellende vandaan
    • Gods Woord leert ons: alle ellende is terug te leiden tot de breuk met God.
    • De wet is als een spiegel waarin je jezelf ziet.
    • De wet vraagt liefde: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf.
      • Dat doen we niet! Ons onvermogen om de wet te houden ontdekt ons aan onze zonde: in plaats van God en onze naaste lief te hebben, hebben we onszelf lief.
    • Wij zullen het evangelie pas begeren en waarderen als we overtuigd zijn van onze ellende.
      • Is zondekennis dan een voorwaarde om tot de Heere te mogen komen? Nee. Iedereen is welkom: ‘Wendt u naar Mij toe en wordt behouden’ (Jes. 45: 22).
      • De vraag is wel: zien we in dat we verlossing nodig hebben? Hebben we er behoefte aan?
      • Kennis van onze zonde is geen voorwaarde, wel de weg waarlangs de Heere gewoonlijk mensen tot het kruis leidt.
    • Kennis van onze ellende is pijnlijk, maar toch een zegen. Het is een pijn die bedoeld is je tot God te brengen.
      • Het is pas echt ellendig als we onze ellende niet willen zien.
      • En als je je zonden nu niet voelt? Begin er eens mee je leven eerlijk langs de maatstaf van Gods geboden te leggen. God wil dat we ons falen inzien en erkennen.
      • Alleen wie eerlijk durft te zijn voor God, zal genade ontvangen. God kan ons alleen vrijspreken als wij onze zonden en verlorenheid willen erkennen.

Tot slot:

  • Niet de mate van zondekennis is doorslaggevend, maar de vraag: brengt het ons tot Christus?
  • De wet is niet Gods laatste woord, maar Jezus. Hij is het antwoord op onze ellende.
  • Onze ellende leren we uit de wet van God – onze troost uit het evangelie van God dat één Naam tot middelpunt heeft: Jezus Christus.