Hand-out bij de preek ‘Wie zal betalen?’. Over zondag 5 van de Heidelbergse Catechismus, M. Klaassen, Hervormde gemeente Arnemuiden

Vraag 12: Hoe kunnen wij aan deze straf ontkomen en weer in genade aangenomen worden, nu wij naar Gods rechtvaardig oordeel straf in tijd en eeuwigheid verdiend hebben?

God wil dat aan zijn gerechtigheid wordt voldaan. Daarom moeten wij òf zelf òf door een ander volkomen betalen.

Vraag 13: Maar kunnen wij zelf betalen?

Op geen enkele manier. Wij maken de schuld juist elke dag groter.

Vraag 14: Kan een schepsel dat alleen maar schepsel is, voor ons betalen?

Nee, want ten eerste wil God geen ander schepsel straffen voor de schuld die de mens gemaakt heeft; ten tweede kan ook geen schepsel dat alleen maar schepsel is, de last van de eeuwige toorn van God tegen de zonde dragen en andere schepselen daarvan verlossen.

Vraag 15: Wat voor een Middelaar en Verlosser moeten wij dan zoeken?

Een Middelaar die een echt en rechtvaardig mens is en toch sterker dan alle schepselen, dat wil zeggen: die tegelijk echt God is.

Inleiding:

  • Een van de belangrijkste vragen in ons leven is: ‘Hoe krijg ik een genadig God?’
    • Voor velen vandaag is de vraag hoe anderen over hen denken relevanter dan de vraag hoe God over hen denkt (onderzoek G.J. Roest).
  • Op zondag 5 bestaat de nodige kritiek: Mensen hebben moeite met het beeld van een God die de zonde straft, die betaling eist, die wil dat er aan Zijn gerechtigheid genoeg gedaan wordt…
  1. De eis van Gods recht
  • In vraag en antwoord 12 vallen twee zaken op:
    • De erkenning van schuld- en strafwaardigheid.
      • Van huis uit beseffen we niet hoe ernstig onze zonde is en hoe heilig God is.
      • Zonde is majesteitsschennis: opstand tegen de allerhoogste Majesteit van God (zondag 4)
    • Het verlangen naar herstel van de relatie (verzoening)
      • Het gaat er niet om onder de straf uit te komen, maar het gaat hem om God!
      • ‘De droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid’ (2 Kor. 7: 10).
    • Het gaat in zondag 5 niet zozeer om de vraag òf het goed kan komen (dat heeft zondag 1 al laten zien), maar vooral om de vraag hòe het goed kan komen.
      • Zondag 5 heeft vooral een pedagogische functie.
    • ‘God wil dat aan zijn gerechtigheid wordt voldaan…
      • ‘Gerechtigheid’ is een eigenschap van God. Gerechtigheid betekent o.a. dat God trouw is aan Zichzelf, aan Zijn karakter. God haat de zonde. Daar moet Hij op reageren. Als Hij dat niet zou doen, dan is Hij niet trouw aan Zichzelf.
      • God uit Zijn toorn door de zonde te straffen.
        • Straf is een soort betaling, een genoegdoening waardoor het gedane onrecht weer ‘recht’ gezet wordt en de verstoorde balans weer hersteld wordt.
  1. Een onmogelijke mogelijkheid
  • Kunnen wij zelf betalen? (vr. 13) Nee! We krijgen er niets af; er komt alleen maar bij…
    • Onze schuld is hemelhoog…
      • de gelijkenis van de knecht met tienduizend talenten schuld bij de koning (Matth. 18).
      • Toch probeert de knecht het zelf goed maken. Dat proberen wij ook…
    • Is er dan misschien een ander schepsel dat voor ons kan betalen? (vr. 14)
      • God wil dat niet: Hij wil aan geen ander schepsel de schuld straffen die de mens gemaakt heeft. Wij hebben gezondigd en daar zijn wij verantwoordelijk voor. Daar kun je geen engel of dier mee belasten.
      • Het kan ook niet: geen schepsel zou de last van de toorn van God kunnen dragen. Wij hebben gezondigd en daar zijn wij verantwoordelijk voor. Daar kun je geen engel of dier mee belasten.
  1. Het profiel van de Middelaar
  • Waarachtig mens. Hij staat aan onze kant: ‘Want een Kind is ons geboren…’ (Jes. 9: 5)
  • Waarachtig God. Hij staat aan Gods kant: ‘En men noemt Zijn naam (…) Sterke God (Jes. 9: 5)

Tot slot:

  • De les van zondag 5 is: Wij kunnen het zelf niet goed maken – wij hoeven het zelf niet goed te maken. ‘God zal Zichzelf een lam ten brandoffer voorzien’.
  • De vraag is: Zijn wij met dit Lam tevreden?