Bij John Owen gaan de theoloog en de pastor hand in hand. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de manier waarop deze Engelse theoloog over rechtvaardiging en de gemeenschap met Christus sprak. „Christus was werkelijk zijn leven.”

Owen staat tegenwoordig weer volop in de belangstelling, zei dr. M. Klaassen maandagmiddag op de Haamstedeconferentie in Elspeet. Toch heeft deze puriteinse godgeleerde, die vierhonderd jaar geleden werd geboren, het tij niet helemáál mee. „Zijn moeilijke schrijfstijl en lange zinnen lijken niet te passen bij dit Twittertijdperk”, aldus de predikant van de hervormde gemeente in Arnemuiden. Maar wie een beetje moeite doet, zal „diepgang en fijnzinnigheid” in zijn geschriften vinden.

Bijvoorbeeld in wat Owen over de vereniging met Christus schrijft. Vanuit Christus, het hoofd van de kerk, worden de gelovigen voorzien van geestelijk leven, kracht en voeding, zodat zij kunnen toenemen, groeien en opgebouwd worden. Rechtvaardiging en heiliging zijn vruchten van de gemeenschap met Christus.

Controversieel

De rechtvaardiging door het geloof was in Owens dagen een controversieel onderwerp, weet dr. Klaassen, die in 2013 promoveerde op een studie naar de visie op de rechtvaardiging in de gereformeerde traditie. Zo betoogde Socinus dat Christus voor Zichzelf gehoorzaam moest zijn, maar dat Zijn gehoorzaamheid of gerechtigheid niet aan anderen toegerekend kan worden. De rooms-katholieke visie op rechtvaardiging –„en die geldt nog steeds”– houdt in dat rechtvaardiging een proces van innerlijke vernieuwing inhoudt.

Een derde front waar Owen mee te maken had, was dat van het arminianisme. Veel arminianen ontkenden de notie van de toerekening van Christus’ gerechtigheid. „In hun optiek is het geloof van de gelovige zelf dat tot gerechtigheid gerekend wordt.”

Owen benadrukte echter dat de gerechtigheid die de gelovige ontvangt in de gemeenschap met Christus, een „vreemde” gerechtigheid is. Christus rekent hun die toe. Voor Owen is de zogeheten imputatieleer „een geloofsartikel waarmee de kerk staat of valt.”

Zien op Christus

Volgens dr. Klaassen is Owen niet bezweken voor de verleiding de rechtvaardiging zozeer te benadrukken, dat dit ten koste gaat van de heiliging. „Ook in de heiliging valt op hoezeer Owen geconcentreerd is op de persoon van Christus. Heiliging is, net als rechtvaardiging, een vorm van de gemeenschap met Christus.”

Heel belangrijk is hierbij het zien op Jezus. „Voor Owen is er geen kennis van God mogelijk buiten Christus om. Christus –Die God en mens is– is Degene die ons de heerlijkheid van God in menselijke gedaante toont. Gods heerlijkheid is voor ons onzichtbaar, onbenaderbaar en ontoegankelijk, maar in Christus is Gods heerlijkheid voor ons toegankelijk geworden.”

Essentieel voor een gelovige is dat hij zich voortdurend concentreert op de heerlijkheid van Christus. „Owen heeft vlak voor zijn dood een boek geschreven met meditaties over de heerlijkheid van Christus. Persoonlijk vind ik dat het mooiste en rijkste wat hij geschreven is; uit alles merk je dat hier een man aan het woord is die beoefende wat hij schreef. Christus was werkelijk zijn leven.”

Transformatie

Christenen kunnen de heerlijkheid van Christus nu al ontdekken in de Schrift. „Waar het Owen om gaat, is dat zoals straks in de hemel Christus centraal zal staan, dat nu reeds het geval moet zijn bij de gelovigen. Hij moet het middelpunt van ons geloof, verlangen en liefde zijn.”

Het zien op Christus heeft volgens dr. Klaassen twee effecten: het zorgt voor voortdurende reiniging van de zonde en voor groei in de gelijkvormigheid aan de Heere. „Door het zien op Jezus worden we nu al getransformeerd: we worden naar Zijn beeld veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid. Daar zit dus groei in, progressie. Gelovigen moeten dus tijd vrijmaken om zich te oefenen in wat ze straks tot in alle eeuwigheid doen zullen.”