‘Alle duiven op de Dam…’ zong mijn zus vroeger. Vandaag heb ik ze weer gezien. De duiven hadden vandaag alleen niet zoveel ruimte als anders. De Dam zag zwart van de mensen, toeristen, dagjesmensen en bezoekers van de Gay Pride. Tussen al het roze liepen wij, in oranje hesjes. Voor de herkenning, maar misschien ook wel een beetje symbolisch: om als reddingswerkers iets door te geven van Gods redding, voor roze, oranje en vooral zwarte mensen. Om te vertellen over de God die ons kent, ook als je gay bent. De Dam is de wereld in het klein: ik sprak Israëli’s, Portugezen, Duitsers en Amerikanen. Soms maar een enkel woord, soms een heel gesprek, zoals met dat stel uit Italië (ze spraken gelukkig goed Engels) die niet wisten of ze nu wel of niet in God geloofde. Pascals ‘weddenschap’ helpt dan soms om mensen aan het denken te krijgen: mocht straks blijken dat God toch niet bestaat, heb je in ieder geval getracht goed te leven; blijkt dan echter dat Hij er wel is, dan heb je je doel gemist. Of het gesprek met die Belgische jongen die de parade ‘wel eens mee wilde maken’ en die wel eens bad, maar eigenlijk niet wist tot wie. Hij nam toch een Bijbel mee. Het is mooi, maar ook moeilijk werk. Er zijn namelijk niet alleen duiven; de duivel is er ook. Ik heb bewondering voor de mensen die dit werk soms wekelijks doen. Er is veel geduld, volharding en verwachting voor nodig. En vooral liefde en nederigheid: het besef dat je niet beter bent dan wie ook maar en een besef van de liefde van Christus die ook uitgaat naar deze mensen. De houding van Abraham, met wie we de dag begonnen bij de evangelisatiepost ‘Bij Simon de Looier’. Hij bad voor Sodom en bleef staan voor het aangezicht van de HEERE. Worstelend om het behoud van de stad.

Het zaad is weer gestrooid. We vertrouwen erop dat het niet voor niets is geweest. Er waren duiven op de Dam. Maar ook de Duif van God…