Van dik hout zaagt men planken. Marc Angenent giet in een reactie op mijn blog zijn fiolen van gramschap over mij en de door mij ten berde gebrachte visie uit. Ik zou mensen een ‘seksueel keurslijf’ aanmeten. Angenent doet niet veel moeite om te proberen te begrijpen wat ik bedoelde. Wel legt hij mij van alles in de mond wat ik niet gezegd heb. Zo wordt, zonder dat ik Augustinus ook maar een keer genoemd heb, mijn verhaal onmiddellijk gelinkt aan de kerkvader. Dat is makkelijk scoren natuurlijk, want Augustinus en seks is ongeveer het zelfde als friet met sambal: een onsmakelijke combinatie.

Goed

Ja, er is in de geschiedenis van de kerk sprake geweest van een verkeerde omgang met seksualiteit. En ja, Augustinus heeft daar een rol in gespeeld. Maar er is niemand, ook ik niet, die dat vandaag nog beweert. Op het moment dat Angenents verhaal me onder ogen kwam, was ik juist de huwelijkscatechese van aanstaande vrijdag aan het voorbereiden. Met jonge stellen spreek ik dan over seksualiteit. De eerste zin waar ik vrijdag mee begin is Genesis 1: 31: ‘En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed’. Onze lichamelijkheid en seksualiteit zijn gaven van God die we met dankzegging aanvaarden mogen (1 Tim. 4: 4).

Maar tussen Genesis 1 en vandaag ligt Genesis 3. En wat we in elk geval van de christelijke traditie kunnen leren is, is dat vanwege onze zondigheid seksualiteit explosief materiaal is waar je behoedzaam om mee dient te gaan. Het libido vraagt beheersing, of zoals prof. De Knijff zijn geschiedenis van de christelijke visie op seksualiteit betitelde: Venus (hoort) aan de leiband.

Postmodern

Die leiband is de leiband van Christus en het Woord. Dat was wat ik wilde betogen in mijn artikelen. Maar volgens Angenent is dat niet eens mogelijk. Interpretaties van de Bijbel zijn volgens hem persoonlijk en subjectief: zoveel hoofden, zoveel zinnen. Daarmee kun je alles wat anderen zeggen relativeren. Maar zeggen dat de waarheidsclaim van een ander subjectief is, is schieten in je eigen been, want dat geldt natuurlijk voor je eigen verhaal ook. Of gaat Angenent er stiekem vanuit dat dit wel voor anderen geldt, maar niet voor hem? Het lijkt er wel op, want de sekscoach is tamelijk overtuigd van zijn eigen gelijk. Ondertussen rieken zijn opmerkingen naar een postmodern waarheidsbegrip.

Natuurlijk is het waar dat we de Bijbel altijd door een persoonlijke bril lezen, maar dat betekent nog niet dat er geen duidelijke uitspraken te doen zijn over wat de Bijbel zegt of niet zegt. We mogen vertrouwen in de Heilige Geest hebben dat voor elke generatie in elke tijd de betekenis van de Schrift te achterhalen is. Voor de Bijbelvastheid van Angenent valt sowieso te vrezen want de uitspraak ‘Verheerlijk God met uw lichaam’ komt echt niet van Augustinus, maar inderdaad… gewoon uit de Bijbel (1 Kor. 6: 20).

Argumenten

Angenent roept van alles, maar doet niet wat hij moet doen: een weerlegging geven van mijn betoog met steekhoudende – dus bijbelse argumenten. Een paar voorbeelden.

  • Angenent: ‘Nergens in de Bijbel staat dat seks tot eer van God is’? O nee? Valt onze seksualiteit dan niet onder het ‘alles tot eer van God’? Waar haalt Angenent het recht vandaan zo de Schrift te verdraaien?
  • Nog zo’n uitsmijter: ‘De kerk moet haar mond houden over seksualiteit’. De kerk moet helemaal niet haar mond houden want ondanks haar zwakheden en zonden is ze nog steeds ‘zuil en fundament van de waarheid’ (1 Tim. 3: 15) en geroepen het licht van Gods te laten vallen over alle terreinen van het leven, dus ook over seksualiteit. Gewetensvolle theologen doen dat ook (zie voor twee goede voorbeelden deze en deze titel).
  • Derde voorbeeld: ‘Seks in combinatie met liefde is geen thema in de Bijbel’. Nog nooit het boek Hooglied gelezen? De aansporing aan een jongeman om te genieten van de vrouw van zijn jeugd (Spr. 5: 15-21)? Het is dat het zulke serieuze kost is, anders zou je de neiging krijgen om hard te gaan lachen.

Ketterij

Zijn betoog is een emotionele woordenbrij waarin een ding centraal staat: de persoonlijke subjectieve mening van Marc Angenent. En dat is iemand met gevaarlijke opvattingen.

Dat blijkt wel uit het slot van zijn betoog, als hij met zijn eigen ‘theologie’ op de proppen komt: seks is er om jezelf te worden. En jezelf zijn is de kern van de verheerlijking van God. ‘Dat is onze heiligmaking, dat we worden die we zijn…’. Voor dit soort uitspraken hebben we in de theologie een woord: ketterij. Dit is een theologische aberratie van heb-ik-jou-daar. In de christelijke visie op het mens-zijn gaat het er juist om dat wij sterven aan ons oude leven en onze oude mens afleggen. Het hart van het christelijke geloof is het krijgen van een nieuwe identiteit, die ontstaat door de gemeenschap met Christus. Waarbij mijn oude mens sterft om met Christus op te staan tot een nieuw leven. Je ware zelf ligt dan verankerd in Hem. Waarbij ik ‘niet meer van mezelf ben’ maar het eigendom van Christus (zondag 1, Heidelbergse Catechismus). Juist door jezelf te verliezen, kom je tot je ware zelf, dat verankerd ligt in de verbondenheid met Christus. Dat betekent dat je leven, ook je seksuele leven, onder de heerschappij van Christus komt te staan.

Narcisme

De hele visie van Angenent riekt naar een gevaarlijk narcisme waarin persoonlijk genot en het aan je trekken komen centraal lijkt te staan. Een blik in zijn webshop spreekt boekdelen. Het overgieten van erotica met een christelijk sausje kan niet verhullen dat er hier sprake is van gevaarlijke wereldgelijkvormigheid waarvoor volgens mij het apostolische woord geldt: ‘Haat ook de rok die van het vlees bevlekt is’ (Judas 1: 23).

Augustinus (!) heeft het diepe inzicht gehad dat er bij ons mensen sprake is van een verkeerde ordening van onze liefde (ordo amoris). Deze is zelfzuchtig en egoïstisch van aard in plaats van zich te richten op God en de naaste. Daarom is bekering nodig waarin de ordening van onze liefde doorbroken en vernieuwd wordt. Dan draait het niet meer in de eerste plaats om eros maar om agape: liefde die geeft, die zichzelf offert en de ander wil dienen. Dan staat in de seksuele beleving niet meer de eigen behoefte centraal, maar de ander.

Die liefde noemt Augustinus dan ook ‘de schoonheid van de ziel’. Zij geeft echte vrijheid. In Augustinus’ onvergetelijke woorden: ‘Heb lief en doe wat je wilt’

Misschien moet Angenent toch eens Augustinus gaan lezen…