Een van de meest kleurrijke predikanten uit de 20e eeuw in ons land was ongetwijfeld ds. Jac. van Dijk. Hij had een geheel eigen stijl van preken met een humoristische inslag die gepaard ging met diepe ernst. Vanwege zijn voordrachten voor de radio was hij bij velen bekend. Zijn boekje ‘Het nooit vergeten vergezicht’ maakte ooit diepe indruk op me. Van een welwillend gemeentelid kreeg ik het boek te leen dat ds. M. van Kooten van Elspeet onlangs schreef over het leven van deze markante prediker (op bepaalde punten vertoont Van Kooten overigens wel enige overeenkomsten met Van Dijk…). In mijn eerste gemeente, Hedel, ontmoette ik oudere gemeenteleden die zich Van Dijk nog konden herinneren als de dag van gisteren, al was het inmiddels meer dan vijftig jaar geleden dat ze hem meemaakten. Hij was namelijk als predikant van Gameren consulent van de gemeente van Hedel en verzorgde daar ook de belijdeniscatechese. Dat deed hij overigens in meer buurgemeenten (vandaar zijn bijnaam : ‘De zwarte paus van de Bommelerwaard’). Hoe hij dat deed is me een raadsel (ik heb mijn handen al vol aan een gemeente…). Het boek over ds. Van Dijk draagt de titel ‘Het wonder van het Westland’. Die titel verwijst naar het grote wonder dat God in zijn leven voltrok. Ds. v.d. Dijk was namelijk een vrijzinnig predikant. Vrijzinnig betekent dat veel kernwaarheden van de Bijbel niet letterlijk worden opgevat. Zijn prediking was oppervlakkig en bevatte niet de boodschap van zonde en genade. Maar God voltrok een wonder in het leven van Van Dijk. Tijdens zijn predikantschap in het Westland liep hij steeds meer vast met zichzelf. Tijdens het lezen van een preek van de bekende Middelburgse dominee Smytegelt over de tekst ‘Vergadert u geen schatten op de aarde’ (Matth. 6: 19) mocht hij zicht krijgen op de Heere Jezus. In een gesprek later zei hij daarover: ‘Ik werd toen met het geloof begiftigd. Zoals Kohlbrugge zegt: Sneller dan de bliksem’. Ds. van Dijk was een ander mens geworden. Een dag later legde hij zijn functie als voorganger in de vrijzinnige gemeente neer. De vijandschap van het bestuur tegen hun dominee was zo groot dat toen de Duitsers (het was in oorlogstijd) aangaven dat ze huizen wilden vorderen, ze aangaven dat ze de pastorie wel mochten vorderen… Ds. van Dijk zat zonder inkomen. Toch werd er wonderlijk voor hem gezorgd. Elke woensdag zat er een envelop met 25 gulden in de brievenbus waardoor hij in zijn levensonderhoud kon voorzien. De bakker bracht elke week twee broden. Toen Van Dijk bij de bakker informeerde wie die broden toch gaf, zei deze: ‘Zou Elia de raven gedankt hebben die hem eten brachten?’ ‘Nee, natuurlijk niet’,zei Van Dijk. ‘Wie dan?’, vroeg de bakker. ‘De Heere natuurlijk’. Waarop de bakker antwoordde: ‘Ga heen en doe desgelijks’. De bekering van Van Dijk was echter niet onopgemerkt gebleven. In het naburige Monster, een gemeente met een Gereformeerde Bondssignatuur, zaten ze zonder predikant. Een oude, godvrezende vrouw kreeg te geloven dat ds. Van Dijk naar Monster moest komen. Ze lichtte de kerkenraad in en deze bracht met volle vrijmoedigheid een beroep op Van Dijk uit. En zo kwam Van Dijk in Monster. Dat was niet de laatste keer, want hij heeft deze gemeente tweemaal mogen dienen. Van Dijk was niet in een hokje te plaatsen. Hij had overal zijn vrienden, van de Gereformeerde Gemeenten tot evangelische gemeenten. Hij ging ook wel voor in evangelische gemeenten. Als er dan gezongen werd ‘Er komen stromen van zegen’ stelde hij ook de vraag: ‘Weet u ook van stromen van ongerechtigheden?’. Radicaal was hij ook. Zo bracht hij eens een pastoraal bezoek bij een bejaard echtpaar. Hij vroeg hen of ze al vrede met God hadden. ‘Nee dominee, dat hebben we niet. We hebben er wel ons hele leven om gevraagd.’ ‘Dan vind ik Hem een grote Tiran, wanneer Hij twee van die ouder tobbers die al meer dan zeventig jaar daarom vragen, niet verhoort’, zei hij. ‘Maar dominee, zo mag je toch niet over de Heere spreken?’ Van Dijk antwoordde: ‘Dat doe ik niet, dan doen jullie zelf!’. Arnemuiden kwam ik ook nog tegen in het boek. Ds. van Dijk kon namelijk goed opschieten met ds. J.T. Doornenbal. Toen Van Dijk in Nijkerk stond en Doornenbal in Oene reageerden de twee regelmatig op elkaars stukjes in de Veluwse Kerkbode. Zo schrijft hij op 2 december 1961: ‘Als dominee Doornenbal in Arnemuiden zou zijn, hopen we hem eens te bezoeken en ‘palingbroodjes’ te gaan halen in Middelburg’. Hij schreef dit omdat ds. Doornenbal net het beroep naar Arnemuiden had aangenomen. Van die palingbroodjes is echter weinig gekomen, want ds. Doornenbal is nooit naar Arnemuiden gekomen… Hij kwam terug op zijn beslissing en bleef in Oene.  Het is mooi dat er eindelijk een boek is gekomen waarin het leven van deze markante prediker ontsloten wordt. Zoekt u nog iets moois te lezen voor de kerstdagen, schaf dan dit boek aan. En mocht u willen weten waarom Van Dijk nu zo’n markante prediker was: zoek gewoon op Internet een preek op en u ontdekt vanzelf waarom…