Onder de titel ‘Een goed, bijbels verhaal over seks’ reageerde Robert Plomp deze week op mijn blog over sekssstress. Een wat pretentieuze titel, want ik vond het stuk noch goed noch bijbels: het artikel bevatte een paar drogredeneringen van heb-ik-jou-daar en de bijbelse onderbouwing was nogal dun. Naar mijn idee helpt zijn stuk de discussie niet veel verder. Mijn verzuchting in mijn vorige blog was dat er vandaag schreeuwend behoefte is aan een duidelijk moreel kader waarbinnen je kunt nadenken over allerlei praktische issues. Plomp heeft gelijk als hij stelt dat het om veel meer gaat dan de ‘wat mag’ vraag, maar wat dat ‘meer’ dan is, komt in zijn stuk niet uit de verf. Er zijn genoeg praktische boekjes over seksualiteit, maar wat we in Nederland node missen zijn boeken die de echte vragen bespreken: niet alleen wat is seksualiteit, maar vooral: waarom is er seksualiteit en waar dient het toe?. Je kunt mijns inziens pas zinvol over allerhande casussen spreken als je daar duidelijkheid in hebt geschapen. Om de discussie hopelijk wat verder te helpen een paar aanzetten.

  • Wat is de bedoeling van seksualiteit? Denny Burk geeft in zijn boek What is the meaning of Sex? het eenvoudige, maar alleszeggend antwoord: seks dient tot eer van God. Dat dit ver bij de beleving van veel kerkgangers staat werd me duidelijk toen een stel op huwelijksgesprek me toevertrouwde dat ze eigenlijk niet inzagen wat God en seksualiteit met elkaar te maken hadden. Maar antwoord van Burke is wel het enige juiste. ‘Doe alles tot eer van God’ (1 Kor. 10: 31).
  • Dat heeft grote consequenties voor ons denken over seksualiteit: Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest die van God zijn (1 Kor. 6: 20). Ons lichaam is niet van onszelf, maar van de Heere (1 Kor. 10: 13). Het lichaam van een christen in wie de Geest van God woont is heilig, een tempel van de Heere (1 Kor. 6: 19).
  • Seksualiteit heeft een plaats binnen de relatie van twee mensen, man en vrouw, die elkaar liefde en trouw hebben beloofd. Het doel van seksualiteit is intimiteit te delen. Ook dat is geen doel op zich, maar staat in het kader van een groeiende eenwording tussen beiden. Het doel van een christelijk huwelijk is immers een afspiegeling te vormen van de relatie tussen Christus en de gelovigen (Ef. 5: 32).
  • Wanneer dit kader duidelijk is, is het ook mogelijk een mening te vormen over allerhande praktische vragen. Plomp heeft gelijk dat de Bijbel op heel veel vragen geen direct antwoord geeft. Maar daar is nu juist de theologie en de ethiek voor: om vanuit bijbelse kaders ethische richtlijnen te creëren die houdbaar zijn in het licht van Gods Woord en handvatten bieden voor het leven van alledag in de wereld van vandaag.
  • ‘Alles tot eer van God’ betekent: zoals God het wil en bedoeld heeft. Dat biedt een duidelijk kader om in elk geval bepaald seksueel gedrag (zoals seks voor, Matth. 1: 19 of buiten het huwelijk, Deut. 22: 22, of met mensen van gelijk geslacht, Lev. 20: 13) af te wijzen. Dat is niet zoals God het wil en dus niet tot Zijn eer. (Voor wie van dat laatste niet overtuigd is, alvast een tip: binnenkort verschijnt een van de meest doorwrochte boeken over dit issue in het Nederlands: http://www.uitgeverijmaatkamp.nl/boek/39/De-Bijbel-en-homoseksualiteit—een-hermeneutiek-van-de-relevante-bijbelteksten)
  • Vanuit bovengenoemd kader is het ook mogelijk om door te denken over de vraag die Plomp benoemt: is masturbatie geoorloofd? Zijn antwoord dat we handen hebben gekregen waarmee we dat kunnen doen, is te verbijsterend voor woorden. Ja, inderdaad, en we kunnen er ook mee stelen en drugs spuiten en trekkers overhalen…. Dat geldt eveneens voor zijn verwijzing naar de voorschriften in de Thora over de onbedoelde zaadlozing bij een man: dat is geen vrijbrief voor masturbatie, maar een praktische richtlijn voor een gegeven waar je in deze wereld nu eenmaal mee te maken hebt.
  • Wanneer je beseft dat seksualiteit gericht is op Gods eer en bedoeld is om expressie te geven aan de wederkerige liefde tussen man en vrouw, is het in een oogopslag duidelijk dat masturbatie niet beantwoord aan Gods intentie met seksualiteit. In plaats van gericht te zijn op de ander, is het gericht op jezelf (om nog maar niet te spreken over de vervuiling van je gedachtenleven; men denkt, zoals Wilkin van der Kamp eens zei, dan meestal niet aan een fietsenrek).
  • Dat mensen masturberen of verslaafd zijn aan pornografie is niet het gevolg van de verlegenheid van de kerk in het omgaan met seksualiteit, maar komt omdat we vleselijk zijn en een zondig hart hebben.
  • Kortgezegd, masturbatie is niet tot Gods eer, maar zonde. En ons lichaam is niet voor de zonde, maar ‘voor de Heere’ (1 Kor. 1: 10).
  • Een van de reden dat zelfbevrediging niet bevredigt is dat een orgasme maar een deel is van een veel groter geheel. En het is juist dat grotere geheel dat ontbreekt. Masturbatie is, zoals de christelijke psychiater John White eens schreef, een intrapersoonlijk gebeuren in plaats van een interpersoonlijk gebeuren. Zonder dat grotere geheel van de gedeelde intimiteit tussen twee geliefden, mist het zijn doel. Het is seks op een onbewoond eiland. Op zijn positiefst kun je zeggen dat het een verlangen is naar dat grotere geheel. ‘Your sexual longings are associated with a deeper need – that someone should share your island and bring your isolation to an end’ (Eros defiled, 37)
  • Het bovenstaande betekent dat de doordenking van seksualiteit een grote verantwoordelijkheid is voor de kerk vandaag. Het is verblijdend dat de urgentie van deze bezinning steeds meer beseft wordt. Binnen de Stuurgroep Seksualiteit wordt bijvoorbeeld hard gewerkt om op termijn een website te openen waar jongeren en ouderen met hun vragen terechtkunnen.
  • Dat is nodig. Want seksualiteit staat niet op zichzelf. Het is oneindig veel hoger dan velen beseffen. Het is opgenomen in het kader van de heiligmaking en vernieuwing naar het beeld van God. Dat mag zwaar wegen, want zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien (Hebr. 12: 14).
  • Vanuit het besef dat onze heiligmaking, ook onze seksuele heiligmaking, altijd onvolkomen is het een grote troost dat het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden (1 Joh. 1: 7).