Dit jaar is het vierhonderd jaar geleden dat de Engelse theoloog John Owen ter wereld kwam. Dat is de reden dat er dit jaar op allerlei manieren aandacht aan hem en zijn theologie besteed wordt. Zelf mocht ik deze week een referaat verzorgen op de Haamstedeconferentie in Elspeet waarin ik met name stilstond bij zijn visie op de vereniging met Christus, rechtvaardiging en vernieuwing. Een verslag van deze lezing uit het Reformatorisch Dagblad is hier te lezen. De hand-out staat hieronder. Wie de integrale lezing wil horen, kan hier terecht (het is de tweede lezing van onderen).

—————————————————————————————————————————–

Een ‘oud perspectief’: John Owen over rechtvaardiging en eenheid met Christus

M.Klaassen, lezing Haamstedeconferentie, 28 augustus 2016

Inleiding:

  • ‘Aan het begin van de 21e eeuw geldt het debat over rechtvaardiging en participatie als een van de grootste ‘hot topics’ in de christelijke theologie’ (M. Klaassen, In Christus rechtvaardig,
  • Er verschijnt een stroom van literatuur over rechtvaardiging en participatie in Christus.
  • Belangrijkste vragen:
    • a) Wat is de relatie tussen rechtvaardiging en eenheid met Christus (unio cum Christo)?
    • b) Bestaat er een spanning tussen deze twee metaforen, zoals verschillende onderzoekers menen?
      • In het protestantisme gaat veel aandacht uit naar de rechtvaardiging, als primair model om de relatie tussen God en mens te duiden, maar er zou verlegenheid zijn met het denken in termen van participatie (eenheid met Christus en God).

Owen vandaag:

  • 2016 is een ‘Owenjaar’
  • Na lange tijd in vergetelheid te hebben verkeerd is John Owen een theoloog die vandaag volop in de belangstelling staat.
  • Hoewel Owen het tij lijkt mee te hebben, is dat niet het geval:
    • zijn moeilijke schrijfstijl past niet bij het Twittertijdperk
    • zijn fijnzinnige onderscheidingen passen niet bij de emotiecultuur van vandaag.
  • Wie de moeite neemt hem serieus te nemen vindt in hem een theoloog die zijn onderwerpen serieus neemt én nog steeds relevant blijkt te zijn voor kerk en theologie vandaag.
    • …ook als het gaat om de thematiek van deze lezing.

Vereniging met Christus:

  • Als eerste antwoord op de vraag wat de voorrechten zijn van de gelovigen, antwoordt Owen in zijn kleine catechismus van 1645: vereniging met Christus.
  • Deze vereniging ontstaat door het geloof, als gevolg van het effectieve werk van de Geest in ons hart.
  • Owen onderscheidt tussen de unio cum Christo (vereniging met Christus) en de communio cum Christo (gemeenschap met Christus). De unio is onverbrekelijk, de communio kan
  • De vereniging met Christus is ‘het principe en de bron van het geestelijke leven van de kerk en van alle levende, geestelijke bewegingen naar God en de hemelse dingen’.
  • De eenheid tussen Christus en de gelovigen is zo nauw, dat zij betrokken zijn in alle aspecten het heilswerk van Christus.
  • We staan stil bij twee vruchten van de vereniging met Christus: rechtvaardiging en heiliging.

Rechtvaardiging:

  • De rechtvaardiging door het geloof was in Owens dagen een controversieel onderwerp. De gereformeerden zagen zich geconfronteerd met verschillende fronten (Socinianen, Rome, Arminianen).
  • In zijn The doctrine of justification by Faith neemt Owen de pen tegen hen op en poneert hij zijn eigen visie.
    • Hierbij gaat het hem niet slechts om de handhaving van orthodoxie, er zit ook een existentieel, pastoraal motief achter. De leer van de rechtvaardiging gaat om de vraag hoe de mens voor God zal bestaan.
  • Bij Owen treffen we een ‘reformatorische lezing’ van Paulus aan: een lezing waarin in de lijn van Luther en Calvijn rechtvaardiging als een verticaal gebeuren wordt beschouwd die de relatie tussen God en mens bepaalt.
  • Owen verbindt de rechtvaardiging nauw aan de gemeenschap met Christus.
    • Rechtvaardiging is een van de vormen van genade waaraan je in gemeenschap met Christus deel hebt, stelt hij in Communion with God.
    • Hier speelt met name Owens verbondsleer een belangrijke rol. Gelovigen delen in de gerechtigheid van Christus, krachtens het verbond der genade waar zij in participeren.
    • Deze gerechtigheid is een ‘vreemde gerechtigheid’: ‘We are righteous with his righteousness’. Deze gerechtigheid is gebaseerd op de actieve en passieve gehoorzaamheid van Christus.
    • Rechtvaardiging betekent enerzijds vergeving (de niet-toerekening van de zonde), anderzijds het ontvangen van een rechtvaardige status (omdat de ‘vreemde’ gerechtigheid van Christus wordt toegerekend).
  • De imputatieleer was een gevoelig onderwerp in Owens dagen: tegenstanders meenden dat dit de noodzaak van gehoorzaamheid, persoonlijke gerechtigheid en goede werken in gevaar zou brengen en tot antinomisme en libertinisme zou leiden.

Vernieuwing

  • Wie de rechtvaardiging door het geloof door de toerekening van Christus’ gerechtigheid leert, is daarmee nog geen antinomiaan. ‘We are justified by Faith alone, but not by a Faith that is alone’.
  • Gemeenschap met Christus betekent niet alleen deel hebben aan de weldaad van de rechtvaardiging, het betekent ook deelhebben aan de genade van de heiliging.
  • De gemeenschap met Christus is volgens Owen gericht op de heiliging van het leven en de groei in de gelijkvormigheid aan Christus.
    • ‘He makes us not only accepted, but also acceptable’.
  • De vernieuwing van de gelovige bestaat in het voortdurend zien op Jezus.
    • ‘Niemand zal na dit leven ooit de heerlijkheid van Christus zien door aanschouwen die het niet in zekere mate ziet door het geloof hier in deze wereld’.
    • Het zien op Christus heeft twee effecten: het zorgt voor voortdurende reiniging van de zonde en het zorgt voor groei in de gelijkvormigheid aan de Heere.

Tot slot

  • Terug naar het begin: bestaat er in de gereformeerde traditie een spanningsvolle verhouding tussen rechtvaardiging en participatie in Christus? Niet voor Owen.
  • Net als Calvijn ziet hij rechtvaardiging en vernieuwing als aspecten van de overkoepelende vereniging met Christus.
  • Owen weet het juridische en forensische op een natuurlijke manier te verbinden met de organische levensverbinding tussen Christus en de gelovige.
  • Hierbij speelt de gereformeerde foederaaltheologie een belangrijke rol.
    • Het verbond is de sleutel om de vermeende dichotomie tussen rechtvaardiging en participatie te overbruggen.
    • Rechtvaardiging en vernieuwing zijn weldaden van het genadeverbond, die Christus beiden voor de gelovigen verworven heeft en door Zijn Geest realiseert en effectueert.