Als er één Bijbelboek is waarin veel gesproken wordt over evangelisatie en getuigen, dan is het wel het boek Handelingen. Een aantal lessen daaruit wil ik doorgeven.

Evangelisatie is in de eerste plaats Góds werk. God verlangt ernaar dat Zijn naam op de aarde verheerlijkt wordt. Doordat mensen in Hem gaan geloven en vervolgens Hem dienen en eren. Hoe gaan mensen in Hem geloven? Door de verkondiging van Zijn Woord. Natuurlijk, daar gebruikt God mensen bij, maar dít is het eerste: evangelisatie gaat uit van God. Het is God Zelf die de loop van Zijn Woord, van het Evangelie leidt. In het groot (in de wereldgeschiedenis) en ook in het klein (in ons eigen leven).

Als je het Woord doorgeeft, dan mag je meewerken aan dat werk van God. Dat is een grote eer. Ook een grote verantwoordelijkheid. Maar ook heel ontspannend. Want het hangt ten diepste niet van ons af maar het is Gods werk.

Gewone gemeenteleden

God heeft een missie, maar het volk van God ook. Heel het boek Handelingen door zie je hoe God mensen inschakelt. Petrus op de Pinksterdag, Petrus en Johannes op het tempelplein, Filippus op de weg naar Gaza. Heel opvallend is dat in die missie iedereen meedoet. Niet alleen de ‘professionals’ Petrus, Paulus en Barnabas.

In Handelingen 8 lezen we, als er een vervolging uitbreekt in Jeruzalem en de gemeente verstrooid wordt: „zij dan die overal verspreid waren, trokken het land door en verkondigden het Woord (8:4). Waarom groeide de kerk in de eerste eeuwen zo? Dat was niet alleen het werk van zendelingen en evangelisten, dat was vooral het gevolg van het getuigenis van gewone gemeenteleden. Daarom is het zo belangrijk dat we niet alleen inzetten op het sturen van zendelingen en evangelisten, maar ook op de toerusting van gemeenteleden. De roeping „Gij zult Mijn getuigen zijn” geldt elke christen.

Christus centraal

Bij evangelisatie draait het om Jezus Christus, de Gekruisigd en Opgestane. Als Petrus op de Pinksterdag het Woord brengt, dan vertelt hij over Jezus. En als in Handelingen 3 de kreupele man genezen wordt, grijpt Petrus die gelegenheid aan om Christus te verkondigen.

Mijn ervaring is dat er soms heel wat voorwerk nodig is om daar uit te komen. Je spreekt met mensen die soms zelf met allerlei vragen komen, die aangeven helemaal niet in God te geloven of een heel vertekend Godsbeeld hebben. En toch, laten we van Handelingen leren: het drááit om Jezus. Als Paulus op de Areopagus spreekt met mensen die geen weet hebben van de Messias, begint hij weliswaar niet met Jezus. Maar hij eindigt er ten slotte wel mee.

Laten we in elk gesprek erop aansturen Hem ter sprake te brengen. Dat Hij gekruisigd is voor de zonden, dat Hij is opgestaan en leeft. Dat we Hem nodig hebben tot vergeving van zonde en dat we door het geloof in Hem het eeuwige leven ontvangen.

Geen barrières

Het Evangelie is voor iedereen. Jezus opdracht luidt: Ga dan heen, onderwijs alle volken… En al is dat een enorme uitdaging geweest voor de eerste christenen, ze deden het wel.

Er valt geen mens buiten het bereik van Gods genade. Het Evangelie doorbreekt al deze barrières. Christus is de Zaligmaker der wereld. Het was Gods belofte aan Abraham: in uw Zaad –en dat is uiteindelijk Christus– zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden. En Paulus zegt: „God verkondigt nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren” (Handelingen 17:30). Dus overal en alle mensen. Wij mogen tegen iedereen zeggen dat er een Zaligmaker is en dat je welkom bij Hem bent: wie je ook bent en wat je ook gedaan en meegemaakt hebt.

Het is níet Bijbels om tegen iedereen te zeggen: Jezus is voor uw zonden gestorven. Maar, zoals de bekende Schotse predikant Thomas Boston zei, het is wel voluit Bijbels om tegen iedereen te zeggen: er is een gestorven Zaligmaker voor u. En als u in Hem gelooft, dan bent u behouden.

Toch doorgaan

Evangelieverkondiging vraagt volharding. De geschiedenis van Paulus in Lystre begint ermee dat Paulus en Barnabas bijna als goden worden vereerd en eindigt ermee dat Paulus gestenigd wordt. Maar wat me het meest raakt, is Paulus’ reactie. Hij gaat gewoon door met waar hij mee bezig was: de verkondiging van het Evangelie! Het Evangelie roept verzet, tegenspraak, spot, boosheid en agressie op. Maar laten we dan denken aan Paulus. En toch doorgaan.

Verkiezing

De evangelieverkondiging draagt vrucht. Ja, er is zaad dat verloren gaat. Maar er zijn ook plekken waar het zaad vrucht draagt. Daar zorgt God Zelf voor. Als Paulus het Woord brengt in Filippi, lezen we: „en de Heere opende het hart van Lydia, zodat ze acht nam op hetgeen door Paulus gesproken werd” (Handelingen 16:14).

Evangelieverkondiging is dus Góds werk. God zorgt er Zelf voor dat Zijn Woord vrucht draagt. Het is het Woord waarvan Hij Zelf gezegd heeft dat het niet leeg zal terugkeren, maar zal doen wat Hem behaagt. En dan laat Handelingen zien: de diepste reden dat het Woord vrucht draagt is Gods genade, Gods verkiezende genade. „…er geloofden er zovelen als er bestemd waren voor het eeuwige leven” (13:48).

De verkiezing is echter geen belemmering om het Evangelie te verkondigen, maar juist de basis en het uitgangspunt ervan! Er is niemand die God zoekt. Maar God zoekt mensen en Hij zorgt er Zelf voor dat mensen die boodschap geloven zullen. En daarom heeft het zin om het Evangelie te verkondigen.

De auteur is hervormd predikant te Arnemuiden. Dit artikel is een samenvatting van zijn appelwoord tijdens de ontmoetings- en gedenkdag ”15 jaar Stichting Evangelisatie Sjofar” op 21 augustus.