Gezinnen worden steeds kleiner, constateerde het CBS onlangs. Wie de statistieken van de geboortecijfers bekijkt, ziet een scherpe daling in de jaren 60, door de Duitsers de ”Pillenknick” genoemd. Deze ontwikkeling is mede ingegeven door de seksuele revolutie, met in haar kielzog een nieuwe mentaliteit aangaande seksualiteit. Was seksualiteit voorheen onlosmakelijk verbonden aan procreatie (voortplanting), de komst van anticonceptie maakte het mogelijk deze twee zaken van elkaar los te koppelen. Hierdoor kwam het accent steeds meer te liggen op recreatie en genot. Seksualiteit werd niet alleen gedevalueerd tot ”cheap sex” (”goedkope seks”, Mark Regnerus), maar anticonceptie luidde ook een zorgwekkende daling in van het aantal geboorten in het Westen. Dit besef dringt inmiddels bij steeds meer overheden door. Zo ontvingen alle 29-jarigen in Frankrijk onlangs een brief waarin ze werden opgeroepen om meer kinderen te krijgen. In Nederland sprak demograaf Jan Latten onlangs over een „babycrisis”. Volgens hem ligt Nederland demografisch gezien op uitsterfkoers.
Unanieme overtuiging
Deze ontwikkeling gaat christenen niet voorbij. Ook in de Biblebelt neemt het kindertal af. De oorzaak daarvan ligt zeker niet alleen in het feit dat mensen geen kinderen meer kúnnen krijgen, aldus een hoofdredactioneel commentaar (RD 14-7). Volgens dr. C.L.S. Janse volgt de gereformeerde gezindte de trends in de samenleving, misschien iets langzamer, maar onmiskenbaar (RD 30-5). Dat was ook ds. D.J. Budding opgevallen. Hij wees in dit verband op Urk, de plaats waar het kindertal het hoogst is, maar inmiddels ook is gehalveerd ten opzichte van dertig jaar geleden (RD 1-4). Verschillende factoren versterken deze ontwikkeling, zoals de combinatie van werk en gezin, de kosten die een gezin met zich meebrengt en het verlangen naar comfort, maar ook zorgen over het klimaat en de toekomst. De belangrijkste reden is echter dat de door de seksuele revolutie ingezette veranderende opvatting over seksualiteit inmiddels ook gemeengoed is geworden onder reformatorische christenen.
Dat is frappant. Bijna twintig eeuwen lang heeft het christendom, of het nu katholiek, oosters-orthodox of protestants was, een onlosmakelijke band gezien tussen seksualiteit en voortplanting. Die overtuiging was heilig. Of het nu de kerkvaders in de Vroege Kerk, de rooms-katholieke moraaltheologen of de reformatoren betreft, ze waren unaniem in hun overtuiging dat seksualiteit en vruchtbaarheid bij elkaar hoorden en dat bewuste verbreking van deze band als zonde gold, in de zin van: niet overeenstemmend met Gods bedoeling met mens en wereld. Maar precies deze overtuiging komt in de tweede helft van de twintigste eeuw plotsklaps op de helling te staan. Het wonderlijke fenomeen doet zich voor dat wat honderd jaar geleden unaniem door kerken en christenen werd afgewezen, nu breed geaccepteerd wordt. Liberale theologen bepleitten in de jaren 30 van de vorige eeuw acceptatie van anticonceptie. Ze werden in de jaren 50 gevolgd door de middenorthodoxie. Hierna volgden schoorvoetend ook de vrijgemaakten en de bonders. Het is opvallend hoe weinig discussie en fundamentele bezinning er eigenlijk over geweest is.
Knip
Dat is nog steeds zo. In een recente podcast van Christine en Gerjanne (ND 5-5) werd opgemerkt dat het „daarover nooit gaat in preken”. Fundamentele antropologische en Bijbels-theologische evaluatie is binnen protestantse kringen nauwelijks te vinden. Alleen ds. G. Boer (in debat met ds. J.J. Poort) keerde zich vroegtijdig tegen deze ontwikkeling. Maar er ging wel een belangrijke wissel om. In de woorden van ethicus Matthew Lee Anderson: seksualiteit is veranderd van een goed in een vermeende noodzaak. Maar voor deze wissel bestaat geen Bijbelse basis. „De Schrift geeft geen aanleiding tot de gedachte dat het liefdesleven van man en vrouw altijd en overal moet doorgaan”, aldus Boer. Wie dat meent, vreest hij, is vatbaar voor het verlangen naar een „maximum aan lust” en een „minimum aan last”. De kraamverzorgster die mij onlangs vertelde dat ze in reformatorische gezinnen steeds vaker hoort dat het bij drie „wel genoeg” is en er een bezoekje aan het ziekenhuis gepland wordt om een knip te zetten, bevestigt dat.
Beperkte liefde
De loskoppeling van seksualiteit en vruchtbaarheid betekent dat de door de seksuele revolutie in gang gezette ontwikkeling (van procreatie naar recreatie) ook gemeengoed is geworden onder christenen. Daar kun je van alles van vinden, maar het is wel een breuk met twintig eeuwen traditie. Anticonceptie is een capitulatie voor de geest van de seksuele revolutie, die seksualiteit loskoppelde van vruchtbaarheid. Er schuilt een geheel andere waardering van het lichaam achter dan de klassiek-christelijke visie ons voorhoudt. In de nieuwe benadering wordt de gave van vruchtbaarheid benaderd als een aandoening, iets wat (zoveel mogelijk) vermeden dient te worden. Het is ook, aldus paus Johannes Paulus II, een reductie van de liefde: in plaats van onvoorwaardelijke overgave van heel je wezen aan de ander, inclusief je vruchtbaarheid, wordt er een voorbehoud gemaakt op deze overgave. Dat is niet alleen reductie van de liefde, maar ook reductie van de persoon.
Herwaardering
Kortom, het is dringend tijd voor een herwaardering van de klassiek-christelijke visie op het lichaam. Daarbij is het lichaam niet allereerst een instrument voor genot, maar een gave van God – met alle mogelijkheden en onmogelijkheden die daaraan verbonden zijn. Dat betekent, aldus Anderson, de seksuele mogelijkheden van ons lichaam „begrijpen en respecteren”. Lichamelijke functies „uitschakelen” terwijl de bijbehorende genoegens wel nagejaagd worden, past hier niet bij. Dan verwordt het lichaam tot een instrument voor eigen genot, terwijl zijn natuurlijke functies geen eigen gezag meer hebben, aldus Anderson. Alleen de klassiek-christelijke visie leidt tot echte vrijheid: zowel de vrijheid om seksualiteit te gebruiken en te genieten als je ervan te onthouden wanneer dat nodig of wenselijk is.