De herdenking van de Reformatie is weer achter de rug. Juist in de dagen voor 31 oktober vroeg deze krant uitgebreid aandacht voor de resultaten van een onderzoek naar Bijbellezen onder jongeren. Dat was natuurlijk geen toeval, want Bijbellezen en Reformatie hebben alles met elkaar te maken. Wat was de Reformatie? Het eenvoudigste antwoord is: een terugkeer naar de Bijbel. De reformatoren wilden opnieuw luisteren naar de Bijbel. Zij waren van mening dat dit onvoldoende gebeurde en de Schrift niet de plaats kreeg die ze waard is.

Met name Maarten Luther heeft veel gedaan om de Bijbel weer de plaats te geven die deze verdient. Vijfentwintig jaar van zijn leven is Luther bezig geweest met het vertalen van de Bijbel en het bijschaven van zijn vertaalwerk. De Bijbel was alles voor hem. Over zijn eigen boeken schreef hij: ‘Ik kan met een rustig geweten zeggen, dat ik niets liever zou zien, dan de ondergang van al mijn boeken. Ik heb ze alleen moeten laten uitgeven, om de mensen te waarschuwen voor dwalingen en hen naar de Bijbel te leiden, zodat ze die leren begrijpen. Dan kunnen mijn boeken verdwijnen’.

Die overtuiging kwam voort uit het onwrikbare vertrouwen dat Luther in de Schrift had. ‘Ik heb alleen het Woord van God nodig en vraag niet naar wondertekenen. Ik verlang ook geen gezicht, evenmin wil ik een engel geloven die mij iets anders leert dan Gods Woord. Ik geloof alleen Gods Woord en werk, want Gods Woord is vanaf het begin van de wereld vast geweest en heeft nooit gefaald. Ik ervaar in de praktijk ook dat het gaat zoals Gods Woord het zegt.’

Kracht

Luther had niet alleen een onwrikbaar vertrouwen in de Schrift, hij leefde ook uit de Schrift. Dagelijks mocht hij de kracht en de troost ervan ervaren. In een prachtig beeld klinkt het: ‘De Bijbel of Heilige Schrift is als een zeer groot, uitgestrekt woud, waarin veel verschillende bomen staan, waar je veel fruit en vruchten van kunt plukken. In de Bijbel is rijke troost te vinden, lessen, onderwijs, vermaningen, waarschuwingen, beloften en bedreigingen. Er is echter geen boom in dit woud waar ik niet aan heb geschud om er een paar appels of peren van te plukken of uit te schudden.’

Luther is er niet meer, maar zijn woorden zijn vandaag nog even waar en actueel als toen. Zijn omgang met de Bijbel strekt de gereformeerde gezindte tot voorbeeld. De kerk kan alleen kerk zijn, een christen kan alleen christen zijn, als hij het Woord hoog acht  en zich daardoor laat leiden en zijn leven daarnaar inricht. Hij heeft  het Woord van God om meerdere reden nodig.

In de eerste plaats: de Bijbel helpt om een goede visie te krijgen op het leven. In het hart leven allerlei vragen waarop men vanuit zichzelf nooit antwoord kan vinden: waarom is de wereld er? Waarom ben ik er? Wat is het doel van mijn leven? Wat is het doel van de geschiedenis? Grote, existentiële meta-vragen. Ook de cultuur waarin we leven heeft daar geen antwoord op. Het antwoord moet van buiten de mens komen. De mens is als een schipbreukeling op een onbewoond eiland die last heeft van geheugenverlies. Zo iemand weet niet waar hij is of waar hij vandaan kwam. Totdat hij het scheepsjournaal vindt. En daar staat alles in. Het scheepsjournaal van God geeft licht over het leven. Het vertelt de mens wie hij is, wat hij moet doen en hoe hij moet leven.

Middelpunt

Verder helpt de Bijbel het heil te vinden. In de Schrift draait het om Christus; Hij is het stralende middelpunt, vol genade en waarheid (Joh. 1: 17b). ‘In Hem hebben we de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de zonden’ (Kol. 1: 14). De Bijbel vertelt niet alleen dat Hij het middelpunt is, maar ook hoe men bij dat middelpunt kan komen. De Bijbel staat vol wegwijzers naar Hem. Die wegwijzers zijn Gods beloften. ‘Wendt u naar Mij toe en wordt behouden’, ‘Komt allen tot Mij die vermoeid en belast bent…’, ‘O alle gij dorstigen, komt tot de wateren’, ‘Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden’, ‘Indien ge met uw hart gelooft dat Jezus de Heere is en met uw mond belijdt, zult ge zalig worden’. Gods beloften zijn de reddingsboeien die God de mens toewerpt en waardoor hij zalig wordt als hij ze in zijn nood aangrijpt.

Tenslotte helpt de Bijbel in het gaan van de juiste weg. Het is niet alleen belangrijk om het heil te vinden, maar ook bij het heil te blijven. Er is een komen tot Christus, een aannemen van Christus, maar ook een blijven bij Christus, een wandelen met Hem. ‘Zoals gij Christus Jezus de Heere hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem’ (Kol. 2: 6). De Bijbel is ook bedoeld om de gelovige toe te rusten hoe  hij wandelen moet. ‘Door Uw bevelen krijg ik inzicht, daarom haat ik elk leugenpad. Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’ (Ps. 119: 104-105). Hierbij mag in het bijzonder gedacht worden aan Gods geboden en aansporingen. ‘Heel de Schrift is door God ingegeven, en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust’ (2 Tim. 3: 16).

Wie zo verlangt te leven, zal meer en meer gevormd worden naar Gods beeld. Een christen bevindt zich in een vernieuwingsproces waarbij het er om gaat dat het beeld van God –dat door de zonde aangetast is– weer hersteld wordt. En omdat dit een levenslang proces is dat hier op aarde nooit af is, blijft de Bijbel belangrijk.

Zelfonderzoek

Bijbellezen is dus belangrijk; dat geldt voor alle leeftijden. Het genoemde RD-onderzoek geeft –naast zaken om dankbaar voor te zijn– reden tot zorg en zelfonderzoek. Een derde van de jongeren leest nooit of bijna nooit voor zichzelf uit de Bijbel, twee derde lukt het niet om het dagelijks te doen. Tijdgebrek wordt hier als belangrijkste oorzaak genoemd. Hoe verhoudt zich dat tot de soms honderden minuten die dagelijks aan de telefoon worden besteed? Stimuleren ouders hun kinderen genoeg om de Bijbel te lezen? Stellen ze de benodigde hulpmiddelen ter beschikking? Nog nooit zijn er zoveel goede dagboeken en studiebijbels beschikbaar geweest als nu. Ook hier geldt: jong geleerd, oud gedaan.

Nog veel belangrijk: zien jongeren in het leven van hun opvoeders liefde voor God en Zijn Woord? Of zijn de zorgen over de omgang met de Bijbel eenvoudigweg een indicatie dat men de Auteur niet kent en liefheeft? Dat probleem wordt niet opgelost door meer leesroosters, dagboeken en jongerenbijbels waar de markt langzamerhand oververzadigd van dreigt te worden. Wat het meest nodig is, is een door de Geest gewerkte honger naar God en Zijn Woord. Dan komt de rest vanzelf. Onlangs berichtte het magazine van de MAF over piloot Andy Little. Hij vliegt in Papua Nieuw Guinea. Overal waar hij landt, komen er mensen naar hem toe die een Bijbel willen hebben, waaronder opvallend veel jongeren. Sommige mensen hebben een reis achter de rug van meer dan zes uur lopen. In dat licht zijn sommige uitkomsten van het RD-onderzoek ronduit beschamend.

Tip

De directeur van het Amerikaanse Bijbelgenootschap, Fred Cropp, kreeg eens een brief met de vraag: Hoe kun je voorkomen dat de rug van je leren Bijbel droog wordt of gaat rimpelen? Hij schreef terug: ‘Er is één olie die bijzonder geschikt is voor de behandeling van leren Bijbels. Deze olie is niet te koop. Die zit in de palm van uw hand’. Als de Bijbel vaak in open handen ligt, kan er ook iets anders open gaan: het hart. Dan wordt het leer niet droog – en het hart ook niet. Dan kan het levende water vanuit het Woord naar het hart stromen.

‘De Bijbel als scheepsjournaal’, artikel ‘Toegespitst, in: Reformatorisch Dagblad, 07-11-2015