Puriteinen waren dromers. Zij droomden een droom van hoop. Hoop voor de wereld, hoop voor de kerk. Die droom en die hoop werden gevoed door hun toekomstverwachting. In dit artikel volgt een korte beschrijving van de puriteinse eschatologische verwachting. 

Allereerst geef ik een korte karakteristiek van de puriteinen. Puriteinen waren Engelse christenen in de 16e en 17e eeuw die verlangden naar een nieuwtestamentisch geordende praktijk van de godzaligheid, een gezonde theologie en een geordend kerkelijk leven.
Het puritanisme –met alle verschillen en variëteit- moet vooral gezien moet worden als een hervormingsbeweging, een opwekkingsbeweging die verlangde naar een christelijk leven – persoonlijk, in het gezin en in de maatschappij- dat genormeerd is door de Heilige Schrift.
Het verlangen naar spirituele verdieping moet als typerend voor de puriteinse beweging als geheel worden genoemd. Leer en leven moeten hand in hand gaan en de persoonlijke vroomheid wordt gekoesterd. Niet voor niets noemde de historicus Patrick Collison ze ‘the hotter sort of Protestants’.
Het is ondoenlijk om in het bestek van dit artikel een overzicht te geven van de veelkleurigheid aan Puriteinse eschatologische verwachtingen. Ik schrijf bewust ‘verwachtingen’, want er bestond een behoorlijke diversiteit aan toekomstvisies. Onder de puriteinen treffen we zowel postmillennialistische als premillennialistische visies aan.
De eerste visie stelt dat Christus’ wederkomst plaatsvindt nà een duizendjarig vrederijk, de tweede visie meent dat Hij weerkeert voor de oprichting van dit vrederijk. Ook onder die puriteinen die niet geloofden in een millennium (zoals de bekende William Perkins) treffen we toch een hoopvolle toekomstverwachting aan, gepaard gaande geloof in een graduele toename van de invloed van het evangelie wereldwijd.
Ik beperk me dus tot enkele grove houtskoollijnen en ga voorbij aan de vele nuances die aan te brengen zijn. Hoe divers die toekomstverwachtingen ook waren, het is bijzonder opmerkelijk dat we in het Puritanisme geconfronteerd worden met een herleving van chiliastische gedachten die zich meer dan duizend jaar min of meer slapend gehouden hadden.
De eschatologische verwachting van veel puriteinen was niet nieuw. Verschillende kerkvaders in de eerste eeuwen geloofden dat het einde van de geschiedenis gemarkeerd zou worden door een zichtbare Christusregering. Deze gedachte werd echter in de vijfde eeuw op het Concilie van Efeze verworpen als zijnde bijgeloof. Dat chiliastische gedachten uitgebannen werden, is vooral toe te schrijven aan de invloedrijke kerkvader Augustinus die in zijn opus magnum De Stad van God de duizend jaar uit Openbaring 20 beschouwt als de hele periode tussen Christus’ eerste en tweede komst, de periode dus waarin het evangelie dus wereldwijd uitgaat naar de volken. Deze opvatting kan min of meer als gemeengoed beschouwd worden voor de eerstvolgende duizend jaar. Het is pas na de Reformatie, en dan met name in het puritanisme dat andere toekomstvisies opgeld doen. Vele puriteinse theologen die in 1643 deelnamen aan de beroemde Westminster Assembly waren chiliast.
De vraag komt op waar deze verandering van opinie vandaan kwam. Wat maakte het geloof in een toekomstig vrederijk van omstreden tot aanvaard? Peter Toon noemt als een van de redenen het typisch reformatorische principe om de Schrift letterlijk te nemen in wat deze zegt; een reden dat veel puriteinen ook Openbaring 20 letterlijk wilde uitleggen. Het lezen van m.n. Daniël en Openbaring leidde velen van hen tot het chiliasme. Ook ontdekte men dat deze opvatting al in de Vroege Kerk opgeld deed. Daar kwam bij dat de tijd waarin de Puriteinen leefde bijzonder turbulent. Het was de tijd van de Dertigjarige Oorlog in Europa en ook de tijd dat veel puriteinen te maken hadden met vervolging en uitzetting uit hun ambt. Deze gebeurtenissen gaven hen de indruk in een roerige, apocalyptische tijd te leven. Veel puriteinen meenden dat hun zeventiende eeuw de slotakkoorden van de geschiedenis bevatten.

Israël en het millennium
In de puriteinse toekomstverwachting is een prominente plaats ingeruimd voor het joodse volk. Dat is opmerkelijk als we weten dat tot ver in de zeventiende eeuw Engeland voor de joden gesloten gebied was. Dit veranderde toen de puriteinsgezinde Cromwell de grenzen voor joden openstelde. Volgens veel puriteinen zou de wereldwijde herleving van de kerk samen gaan met herstel van Israël. Allerlei Oudtestamentische profetieën moesten volgens hen nog in vervulling gaan. Dit zou zowel het land betreffen als de bekering van het volk. Zo stelt Thomas Brighman in zijn bijzonder invloedrijke commentaar op Openbaring dat de ‘koningen uit het oosten’ uit Openbaring 16 het joodse volk zijn dat terugkeert naar het Beloofde Land.
Het is opvallend hoe rechtstreeks Brightman de profetieën durft aan te duiden en weet allerlei namen en jaartallen te koppelen aan wat de Schrift voorzegt. Ook onthult hij in dit boek dat hij een spoedige ontbinding verwacht van de pauselijke macht (in zijn visie de Antichrist) en de invloed die het pausdom uitoefent over Europa. Dat wordt gevolgd door de bekering van Israël en de vernietiging van de macht van de Turken, waarna het millennium aan zal breken, een heerlijke ‘kerkstaat’, waar Jeruzalem het stralend middelpunt van zal zijn. Dit gaat dus vooraf aan het herstel van alle dingen. Het is een wereldwijde toestand van grote vrede waarin materiële en geestelijke zegen verstrengeld zijn. Men verschilde wel van mening of dit millennium gepaard gaat met een zichtbare regering van Christus op aarde.
De puriteinen werden gedreven door theocratische idealen. Zij stonden de heiliging van de maatschappij voor en waren dan ook bijzonder politiek betrokken. Dat theocratische ideaal vindt zijn hoogtepunt in het vrederijk wat in hun ogen een cultuur doortrokken van Godsbesef zou zijn.
Wat betreft het genoemde herstel van Israël: de puriteinen waren van mening dat de bekering van Israël het nationale herstel voorafgaat. Wat dat betreft heeft de geschiedenis hen geen gelijk gegeven.

De late vrucht van de puriteinse toekomstverwachting
De maatschappelijke betekenis van de puriteinen nam na de Restauratie van 1660 -waarbij het huis van Stuart weer aan de macht kwam- af. Het vuur van verlangen doofde door de teleurstellende ontwikkelingen. De puriteinse droom leek helemaal aan flarden toen de achttiende eeuw opgeld deed. Deïsme en Verlichting deden het protestantisme verzwakken en verflauwen. Echter, het gestrooide zaad kwam opnieuw tot ontkieming tijdens de grote opwekkingsbewegingen van de achttiende eeuw, de First and Second Great Awakening, waarbij de kerk in zowel Engeland en Amerika tot grote bloei kwam. In deze wereldwijde opwekkingen kwam de puriteinse geest weer tot leven, evenals hun optimistische toekomstverwachting.
Een treffende exponent hiervan vinden we in de persoon van de grote Amerikaanse theoloog en filosoof Jonathan Edwards, een zogezegde ‘late’ puritein. Als Edwards spreekt over de voortgang van de kerk in de geschiedenis, maakt hij nogal eens gebruik van het beeld van een gebouw waarvan de bouw gestaag vordert. Het wenkende perspectief is de voltooiing. Bij Edwards herleeft de positieve toekomstverwachting weer volop. Edwards verwachtte in de nabije toekomst een bloeitijd voor de kerk. Hij zag in de opwekkingen die hij meemaakte een voorbode van de spoedige komt van Gods Koninkrijk.
Edwards schoonzoon David Brainerd was als zendeling werkzaam onder de Indianen, waar hij opmerkelijke zegen op zijn werk ontving. Het dagboek van deze jongsgestorven zendingspionier werd door Edwards uitgegeven en is een bron van inspiratie geweest voor duizenden zendelingen die in de negentiende eeuw hun bijdrage leverde aan het grote zendingsontwaken. Trouwens, de puriteinen in New England waren überhaupt de eerste protestanten die gericht zending bedreven.

Opwekking en zending
Van bijzondere betekenis is in dit verband Edwards geschrift A Humble Attempt, waarin hij christenen wereldwijd opriep om op vaste tijden te bidden om een wereldwijde herleving en een krachtige uitstorting van de Heilige Geest. Aan deze oproep is door duizenden christenen in Amerika en Engeland gehoor gegeven. Aan het einde van de achttiende eeuw werd de Angelsaksische wereld opnieuw gezegend met een opwekking: de Second Great Awakening.
Een van de mensen die bij deze gebedsbeweging betrokken was, was de bekende William Carey, de pionier van de zendingsbeweging. Men begreep dat zending en opwekking onlosmakelijk aan elkaar verbonden was. ‘In het licht van de wereldwijde uitbreiding van het christelijk geloof en de progressie van Gods koninkrijk valt aan de verspreiding van het evangelie niet te ontkomen’. De grote les die de puriteinen ons leren is dat opwekking ons niet passief overkomt. Het is zeker dat herleving een gave van God is, maar er bestaat een nauw verband tussen herleving en onze verwachting, ons gebed en de actieve inzet in de verkondiging van het evangelie. Aan het einde van de achttiende eeuw, na de twee grote opwekkingsbewegingen wordt in 1795 in Londen de London Missionary Society en in 1798 de New York Missionary Society opgericht. Deze gebeurtenissen luidden de grote zendingseeuw in.

Bron van inspiratie
De hoop van de puriteinen is voor velen een inspirerende bron geweest. Het water van deze bron heeft zich een bedding gezocht door de eeuwen heen en met name in de achttiende en negentiende eeuw geleid tot grote herleving en sterke betrokkenheid op Israël en de zending.
Je kunt stellen dat de grote zendingsbeweging die in de negentiende eeuw op gang is gekomen, een late vrucht is van de puriteinse eschatologische verwachting. Juist de overtuiging dat het Koninkrijk van God aanstaande is én dat God daarbij mensen inschakelt, dat Hij hen opdraagt Zijn Woord bekend te maken in de wereld, deed tienduizenden uitgaan naar alle hoeken van de wereld. Voor het eerst in de geschiedenis ontstond het initiatief om doelmatig en gestructureerd zich in te zetten voor de wereldwijde verkondiging van het evangelie. Het unieke van de puriteinen is hun verwachting van een verrassend slot van de wereldgeschiedenis. De geschiedenis eindigt niet in mineur. Zij gaven de wereld en de geschiedenis niet op, maar levend in de verwachting op heerlijke dingen die nog uitstaan, pleitten ze op de vervulling van Gods beloften én vergaten niet zelf de hand aan de ploeg te slaan.

Wat kunnen wij leren van de puriteinse toekomstverwachting?
– De puriteinen lazen de profetieën tijdbetrokken. Alhoewel wij hun soms vergezochte exegeses niet over te nemen, doen we er goed aan om oog te hebben voor het profetische tegoed wat met name in het Oude Testament sluimert.
– Een van de redenen waarom de Puriteinen zo betrokken waren op Israël was de gedachte dat het heil voor Israël nauw verbonden is aan de bloei van de kerk. Een gedachte die nog steeds zijn geldigheid niet verloren heeft! Het gebed voor Israël had, ingegeven door Romeinen 11, een prominente plaats bij hen. Het feit dat de betrokkenheid op Israël evenzeer voorkwam bij de puriteinen met een amillennialistische overtuiging, bewijst dat niemand zich aan het gebed voor Israël kan ontrekken.
– Een andere les die we van de puriteinen en hun navolgers kunnen leren: Wij hoeven niet te rekenen op zegen en vrucht op onze arbeid zonder voortdurend en aanhoudend gebed.