ZONDEBESEF [2]

Geen mens leeft zoals de Schepper dat wil. Elk mens is zondaar en heeft genade nodig. Hoe kom je tot dat inzicht?
‘Uw wond moet opengelegd worden of u moet verdoemd worden.’ Deze krasse uitspraak is afkomstig uit de mond van een van grootste evangeliedienaren die ooit geleefd heeft, de Engelse opwekkingsprediker George Whitefield. Met het openleggen van de wond doelt Whitefield op de noodzaak dat een prediker de zonde van de hoorders aanwijst. Zo komen mensen tot het inzicht dat ze zondaar zijn en genade en vergeving nodig hebben.
De dienaar van het Woord is als een medicus die zijn patiënten inzicht geeft in hun conditie en kwaal. De ernst van de kwaal is dusdanig dat zij zonder het medicijn van de genade onherroepelijk tot de dood leidt.
Wonden openleggen dééd Whitefield. Zijn indringende en confronterende prediking leidde ertoe dat vele duizenden op zoek gingen naar het medicijn. Dat maakt meteen duidelijk dat de prediking die leidt tot zondekennis niet benauwend hoeft te zijn, maar juist in dienst staat van bevrijding. Wie kritiek heeft op Whitefields analyse zal in elk geval moeten aantonen dat andere strategieën dezelfde zegen bewerken als dat bij Whitefield het geval was.

Auteur

Laat er geen misverstand over mogelijk zijn dat zondekennis altijd het werk van God is. Beter gezegd: het is werk van de Heilige Geest.
Hij is het die je ogen opent voor de werkelijkheid. Hij brengt ons tot kennis van onszelf en onze zonde, Hij leert ons onszelf te zien zoals God ons ziet. Jezus zegt dat de Geest de (ongelovige) wereld overtuigt van zonde (Joh.16:8a). Zonder de Heilige Geest zul je nooit je zonde leren zien.
Dat roept de vraag op of niet-gelovigen dan geen besef van goed en kwaad hebben. Jazeker. Ook een niet-gelovige kan spijt hebben, wroeging en verdriet over dingen die hij verkeerd heeft gedaan. Elk mens, gelovig of niet-gelovige, is immers geschapen naar het beeld van God. Een van de aspecten van het beeld van God is het bezit van een geweten. Ook een niet-gelovige kan last hebben van zijn geweten.
Het grote verschil is dat een nietgelovige zijn foute gedrag of gedachten niet als zonde beleeft, niet als schuld jegens God. De gedachte ‘tegen U, U alleen heb ik gezondigd’ (Ps. 51:6a) is hem vreemd. Hij heeft misschien schuldgevoel, wroeging, maar niet het besef dat Hij tegen Gods wil en wet gezondigd heeft, dat hij met zijn gedrag en houding de Heere geraakt heeft. Dat is nu juist wat de Heilige Geest ons wel leert.
Zonde is niet alleen een fout tegen je eigen moraal, een fout tegen je naaste, maar ze is schuld jegens God. Die dimensie kent een nietgelovige niet. Dat is echt het werk van de Heilige Geest.

Middel

Hoe brengt de Heilige Geest ons tot zondekennis? Dat zie je heel duidelijk in de geschiedenis van David: die zondekennis ontstaat gewoonlijk door het Woord van God. Het is het immers het woord van God dat door de mond van Nathan tot David komt. Nu is het wel belangrijk dat we dat Woord van God breed opvatten. Het kan op verschillende manieren tot ons komen.
God gebruikt daar zowel het gesproken als het geschreven Woord voor. Bij het geschreven Woord kun je denken aan de Bijbel of aan een boek waarin de Bijbel aan de orde komt. Bij gesproken Woord kun je denken aan het woord van een profeet of apostel, zoals Petrus op de pinksterdag, maar ook aan een preek waarin het Woord van God verkondigd wordt. Je kunt ook denken aan de Heere Jezus Zelf.
Paulus komt tot inkeer doordat Christus tot hem spreekt. Ook dat is Woord van God.
Het Woord van God is dus het lancet dat de Geest gebruikt om de wond van de zonde bloot te leggen.

Wet van God

Als ik zeg dat het Woord van God het instrument is dat ons tot inkeer brengt, dan bedoel ik vooral de wet van God. De wet maakt Gods wil bekend. Wet van God moeten we in dit verband breed opvatten. Ik bedoel niet alleen de Tien Geboden. We kunnen ook denken aan de woorden en het voorbeeld van de Heere Jezus of het onderwijs van de apostelen.
Ook daarin komt Gods wil tot uitdrukking.
Jezus heeft ons immers laten zien waar het in de wet ten diepste om gaat: niet om het houden van allerlei regels, maar om ons innerlijk, onze diepste motieven en verlangens. Bij ‘niet echtbreken’ gaat het niet alleen over het verbreken van de huwelijksband, maar ook over wellust. Bij ‘gij zult niet doden’ gaat het niet alleen over daadwerkelijke moord, maar ook alle gevoelens die daartoe leiden: nijd, bitterheid, haat.

Confrontatie

Als iemand tot zondebesef komt, is dat werk van de Heilige Geest: Hij confronteert je met de wil van God. Je gedrag, je gedachten, je diepste motieven en verlangens komen in het licht te staan van de wil van God. Wat je dan (in)ziet, is dat je leven niet overeenkomt met de norm van God.
Ik gebruik op catechisatie wel eens het voorbeeld van een kromme lijn.
De catechisanten mogen dan proberen een rechte lijn op het bord te tekenen. Soms lijkt zo’n lijn aardig recht. Maar zodra je er een meetlat tegenaan houdt, komt het verschil openbaar. Dat is wat God ook doet om ons tot zondebesef te brengen: Hij hanteert de meetlat van Zijn wet – en zo wordt de kromme lijn van ons leven zichtbaar.

Manieren

Die confrontatie met Gods wet kan heel direct gebeuren, doordat we gewezen worden op een overtreding van een van Gods geboden: diefstal, ruzie, wellust. Zo zal het vaak gaan: je wordt gewezen op een concrete zonde die je leven in de greep heeft. Er is een bepaalde zonde die je in de ban heeft: een verslaving, hebzucht, ruzie en conflict. Zo ga je je realiseren dat je gevangen bent door een macht die sterker is dan jij. In de confrontatie met Gods gebod zie je je schuld en ontstaat er inkeer.
Het kan echter ook langs een meer indirecte wijze gebeuren. Iemand kan door de prediking van het leven van Jezus tot het inzicht komen dat hij een zondaar is. Jezus’ hoogstaande leven kan een zondeovertuigend effect hebben, doordat we in het licht van Zijn volmaaktheid onze onvolmaaktheid leren zien.
Ook dan worden we impliciet overtuigd door de wet, want Jezus’ leven is immers de volmaakte manifestatie van wat de wet beoogt. Iemand kan ook tot inkeer komen door de prediking van Jezus’ dood.
In Jezus’ dood zien we immers dat God rechtvaardig is en de zonde niet tolereert, maar deze straft. In de dood van Jezus komt het recht van de wet tot gelding. Zo is ook de prediking van het kruis impliciet prediking van de wet, waardoor mensen op hun schuld gewezen worden.
Het is belangrijk deze noties ook onder de verkondiging van de wet te vatten. Wetsprediking kan op allerlei manier gebeuren, ook en juist vanuit het evangelie. Ook hier geldt: ‘Uw gebod is zeer wijd.’

Kruis

De werkelijkheid van onze zonde en schuld wordt het diepst en het hevigst zichtbaar in het kruis van Christus. Daar zien we dat ‘de toorn van God tegen de zonde zo groot is, dat Hij die niet ongestraft wilde laten, maar de straf ervoor door de bittere en smadelijke kruisdood heeft voltrokken aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus’ (avondmaalsformulier). Of het nu direct of meer indirect gebeurt, het gaat erom dat mensen geconfronteerd worden met hun falen ten opzichte van God en inzien dat hun leven niet is zoals hun Schepper dat wil.

‘De wond moeten open’ (serie zondebesef 2), in: De Waarheidsvriend, 01-03-2012, pag. 8-9