Goed gebruik van de anticonceptiepil bestaat niet, reageert dr. M. Klaassen.

Wie kaatst kan de bal verwachten. In haar reactie op mijn visie over anticonceptie (RD 8-10) verwijt mevr. Hoek-van Kooten mij eenzijdigheid en pastorale onzorgvuldigheid (RD 11-10). Dat zijn behoorlijke verwijten waar ik graag op wil reageren.

Het artikel dat ik schreef is inderdaad met overtuiging geschreven. Het is vrucht van een jarenlang denkproces, waarbij ik meer en meer overtuigd ben geraakt van de juistheid van de rooms-katholieke ethiek op dit punt. Waar in de protestantse traditie deze bezinning veelal ondiep is, is er in de katholieke ethiek een doorwrochte bezinning geweest die mij zeer geholpen heeft (John Kippley, E. Michael Jones). In die zin is mijn artikel inderdaad eenzijdig, maar wat mij betreft is dat heilzaam.

Mevr. Hoek verwijt mij pastorale onzorgvuldigheid. Dat is niet waar. Integendeel, het is juist mijn pastorale praktijk geweest die mij aan het denken heeft gezet nadat ik in mijn eerste gemeente tot tweemaal toe geconfronteerd werd met de noodlottige gevolgen van de pil in de levens van mensen.

Mevr. Hoek is bang dat mijn artikel zal leiden tot gewetensnood. Ik oordeel niet over het geweten van anderen. Als echtparen na veel wikken en wegen voor Gods aangezicht tot de keuze voor de pil komen, ligt die keuze voor hun verantwoording. Dat betekent echter nog niet dat ik moet vinden dat dit een juiste keuze is.

Naast hen die bewust over dit thema nadenken, zijn er in de gereformeerde gezindte ook mensen die klakkeloos naar anticonceptie grijpen. Te vrezen valt dat die groep groter is dan we waar willen hebben. Het gebruik van de pil is als gevolg van emancipatie, een veranderde visie op moederschap en de behoefte of noodzaak van participatie op de arbeidsmarkt voor velen ook gewoon een makkelijk manier om je vruchtbaarheid uit de weg te gaan. Tot vreugde uiteraard van een machtige industriële lobby die niets liever wil dan miljoenen vrouwen in de ban van de pil te houden.

Doorbreking

Mevr. Hoek valt over mijn opmerking dat het gebruik van anticonceptiva een breuk is met een traditie van bijna 2000 jaar. Een kromme redenering in haar optiek, omdat anticonceptiva pas enkele decennia beschikbaar zijn. Maar deze bezinning is niet pas met de zestiger jaren begonnen; anticonceptie bestaat al eeuwen en is tot enkele decennia terug altijd afgewezen door de kerk (zie Ph. Ariès, ”Anticonceptie in vroeger tijden”).

Ook is ze het niet eens met mijn opmerking dat het beschikbaar komen van anticonceptie de aanzet vormde tot de seksuele revolutie. Ze heeft gelijk dat het lastig is om uit te maken wat eerst was. Maar dat er een relatie is, is evident. En goede kans dat mijn hypothese dichterbij de werkelijkheid komt dan de hare. Zoals Mary Eberstadt schrijft: „Het is mogelijk je de uitvinding van de pil voor te stellen zonder dat de seksuele revolutie hierop volgt, maar je de seksuele revolutie voorstellen zonder de pil en andere moderne anticonceptiva is simpelweg niet mogelijk”.

Mevr. Hoek schrijft dat het misbruik het goede gebruik niet opheft. Het lijkt erop dat het punt dat ik wilde maken niet goed bij haar is overgekomen. Dat punt was dat het gebruik van kunstmatige anticonceptie onder geen beding goed is, tenzij er sprake is van medische noodzakelijkheid. Kortom, het ‘goede’ gebruik bestaat helemaal niet. Kunstmatige anticonceptie betekent een doorbreking van de door God gewilde structuur dat seksualiteit en voortplanting onlosmakelijk verbonden zijn. Zoals ik betoogde is kunstmatige anticonceptie een koekoeksei dat niet in het christelijke nest thuishoort omdat het voortkomt uit een bron die niet zuiver is.

Overbodig

Weliswaar is de kans op abortieve werking van de pil niet groot, zoals mevr. Hoek terecht betoogt. Maar uitsluiten kan ze het niet – en dat kan niemand (zie RD 2-1: ”De pil kan abortief werken”). Met name aan de ‘randen’ (starten en stoppen) blijft de kans op een abortieve werking aanwezig.

Tenslotte is kunstmatige anticonceptie overbodig, omdat de Schepper het menselijke lichaam al heeft voorzien van de beste ‘anticonceptie’ die er bestaat: maandelijkse onvruchtbaarheid. Ik heb niet betoogd dat echtparen zoveel mogelijk kinderen zouden moeten krijgen. We mogen rekening houden met de draagkracht van ons lichaam en gezin. Het punt is niet dat er keuzes gemaakt moeten worden: wel hoe die keuzes gemaakt worden en welke. Mevr. Hoek vind het onderscheid tussen natuurlijke en kunstmatige anticonceptie irrelevant. Ik niet. Iedereen kan zien dat het eerste past binnen de natuurlijke structuur van het menselijke lichaam en het laatste een bewust ingrijpen en stopzetten van lichaamsfuncties behelst. Periodieke onthouding is geen anticonceptie.

Wie rekening houdt met het natuurlijke ritme van het lichaam, ook als een zwangerschap niet wenselijk geacht wordt, blijft een principiële openheid behouden voor het leven, een openheid die bij kunstmatige anticonceptie bewust geblokkeerd wordt. Het gevaar van het laatste is dat het gemakzucht in de hand werkt, het voordeel van het eerste dat het een houding van ontvankelijkheid en afhankelijkheid creëert. Daar komt nog bij dat, zoals een recente studie (2007) aan de universiteit van Heidelberg liet zien, NFP net zo veilig is.

De titel van mijn artikel was ”Praat over de pil”. De reactie van mevr. Hoek was een eerste aanzet. Als onze discussie tot gevolg heeft dat het vaak moeizame gesprek over anticonceptie op gang komt, is dat doel in elk geval bereikt. Ik hoop echter op meer. Wat mij betreft is het tijd voor een nieuwe ‘refolutie’: doe de pil de deur uit.

‘Goed gebruik pil bestaat niet’, artikel in Reformatorisch Dagblad, 18-10-2016