D66-Kamerlid Vera Bergkamp wil dat het kabinet onderzoek gaat doen naar behandelingen voor jongeren die homo zijn. Minderjarigen zouden beschermd dienen te worden tegen therapieën die gericht zijn op genezing van hun homoseksuele gerichtheid.

Wat D66 betreft, behoort een verbod op dergelijke behandelingen tot de mogelijkheden. Het is een voorbeeld van een tendens die de laatste tijd vaker gezien wordt: een oprukkende overheidsbemoeienis in de sfeer van organisaties en gezinnen. Een steeds meer bevoogdende overheid die zich opwerpt als hoeder van bepaalde, al of niet liberale waarden lijkt het antwoord te zijn op de fragmentarisering van onze hyper-individualistische samenleving. De schaduwkant hiervan is dat steeds meer instanties en personen die deze waarden niet delen te maken krijgen met controledrang en bemoeizucht.

Zo bepleitte de VVD recent een onderzoek naar de mogelijkheid van vaccinatiedwang, kreeg het Driestar College bezoek van het ministerie om te kijken of de school wel veilig genoeg was en stelde hetzelfde Kamerlid Bergkamp kritische vragen aan de minister over het gebruik van Bijbelteksten inzake homoseksualiteit.

Voordeur

En nu dus het onderzoek naar behandeling van homo’s. Vanuit het uitgangspunt dat jongeren „volledig zichzelf moeten kunnen zijn”, aldus Bergkamp, worden dergelijke behandelingen als niet-wenselijk en schadelijk geacht. Nu zal er op dit gebied ongetwijfeld het nodige kaf onder het koren zijn en is het genoemde risico van kwakzalverij inderdaad niet denkbeeldig, maar betekent dit dat dit altijd het geval is? Wetenschappelijk bezien is het pleit dat homoseksualiteit per definitie onveranderlijk is in elk geval nog lang niet beslecht.

Hoewel er sterke aanwijzingen zijn dat homoseksualiteit een biologische verankering heeft, betekent dit niet dat dit altijd het geval is. Zo luidt de conclusie van een studie uit 2008 in de Proceedings of the National Academy of Sciences: „Genetische factoren spelen wellicht een rol bij mannelijke, maar lijken onbelangrijk bij vrouwelijke homoseksualiteit.” De discussie over ”nature” –is het aanleg?– en ”nurture” –heeft het met opvoeding te maken?– loopt nog altijd. Zo stelt psychiater Jeffrey Sattinover, voormalig hoogleraar aan de Amerikaanse universiteiten van Yale en Harvard, in een studie (die is onlangs in het Nederlands gepubliceerd) dat homoseksualiteit in een significant aantal gevallen „veranderbaar” is. Daarin staat hij niet alleen. De Amerikaanse hoogleraar Robert Spitzer, de man die zich aan het begin van de jaren zeventig hard maakte om homoseksualiteit van de lijst van geestesziekten te verwijderen, hield in 2001 een lezing voor het Amerikaanse genootschap van psychiaters (APA) waarin hij stelde dat homoseksuelen kunnen veranderen.

Onderzoek onder een groep van tweehonderd personen leidde hem tot de conclusie dat 66 procent van de ondervraagde mannen en 44 procent van de ondervraagde vrouwen na gevolgde therapie goed functioneerde als heteroseksueel. De helft van de ondervraagden gaf aan baat gehad te hebben van begeleiding door een psycholoog of pastorale mentor. Spitzer werd vervolgens het doelwit van een jarenlange tegencampagne vanuit de homogemeenschap, die aanhield tot het moment dat hij in 2012 zijn verontschuldigingen aanbood voor zijn studie – echter niet vanwege de onjuistheid van de resultaten, maar omdat het niet mogelijk was te bepalen of de verandering van de ondervraagden juist was of op zelfbedrog of leugen berustte.

Ook het in 2007 gepubliceerde onderzoek van Jones en Yarhouse laat zien dat een niet onbelangrijk deel van personen die zich voorheen als homoseksueel identificeerden na gevolgde therapie verandering aangeeft, hetzij dat men zich nu als heteroseksueel positioneert (23 procent), hetzij dat men kiest voor een celibataire levensstijl (30 procent). Zonder dit als ‘genezing’ te bestempelen, is het evident dat sommige mensen verandering ervaren in de intensiteit en richting van hun seksuele verlangens.

Gevoelig

Toch liggen dergelijke onderzoeken in het Westen uiterst gevoelig. Dat is merkwaardig. Immers, velen vandaag zien seksuele beleving als een strikt persoonlijke keuze. Maar als dat waar is, wat kan men er dan op tegen hebben als mensen op zoek gaan naar verandering? Ter vergelijking: waarom zouden mensen die een geslachtsveranderende operatie wensen wel gebruik mogen maken van behandelingen en mensen die worstelen met hun homoseksuele gerichtheid niet? Wie tegenwerpt dat verandering van gerichtheid slechts in een beperkt aantal gevallen geconstateerd wordt, zou in elk geval in ogenschouw dienen te nemen dat dit ‘manco’ evenzeer opgeld doet bij geslachtsveranderende operaties: ook hier geeft een significant deel aan niet het gewenste resultaat behaald te hebben of spijt te hebben van de behandeling.

Voor Bijbelgetrouwe christenen liggen de zaken fundamenteel anders. Zonder te ontkennen dat er sprake kan zijn van existentiële worsteling rond de eigen geslachtelijkheid of seksuele oriëntatie, dienen christenen vast te houden aan de Bijbelse overtuiging dat God de mens als ”man” en ”vrouw” schiep en dat seksualiteit geen kwestie van voorkeur is, maar iets wat thuishoort binnen een verbond van liefde en trouw van een man en een vrouw.

Revolte

De huidige seksuele chaos is mede een gevolg van een ongekende revolte tegen de door God gewilde ordeningen, die diep verankerd liggen in de schepping, en tegen de God van deze ordeningen. Dat is, in de door Bergkamp gewraakte woorden van de apostel Paulus, zonde (zie Romeinen 1:18-32). En zonde is, zoals de Amerikaanse theoloog Cornelius Plantinga zijn meesterlijke studie over de zonde betitelde, „not the way it’s supposed to be” („niet de manier zoals het bedoeld is”). Dat geldt overigens voor alle zonde, of dit nu hebzucht, dronkenschap of een verkeerde seksuele begeerte is (zie 1 Korinthe 6:16). Ze stemt niet overeen met Gods bedoeling voor mens en wereld – zaken dus waarvan mensen geacht worden zich te bekeren.

Of dit nu resulteert in een verandering van seksuele gerichtheid, in een vrijwillige keuze van hetero’s en homo’s voor een celibataire levensstijl of in een levenslang kruis van onvrijwillige strijd – het zal in alle gevallen strijd betekenen. Een strijd die de Bijbel een goede strijd noemt en waarin zal blijken dat Gods genade ook in dit opzicht genoeg is.

‘Homotherapieverbod tegenstrijdig, artikel ‘Toegespitst’, Reformatorisch Dagblad,2 maart 2019