De komst van de pil ontketende een van de grootste revoluties in de geschiedenis van de mensheid: de seksuele revolutie. Vijftig jaar later lijkt zich stilletjes een andere revolutie voltrokken te hebben: de stilzwijgende acceptatie van de pil en aanverwante kunstmatige anticonceptie binnen de gereformeerde gezindte.

Uit een onderzoek van deze krant, afgelopen voorjaar, blijkt dat een meerderheid van reformatorische jongvolwassenen het gebruik van voorbehoedsmiddelen verantwoord acht. Een conclusie die enkele maanden later bevestigd werd door een onderzoek van de Nederlandse Patiëntenvereniging. Naast medische of psychische redenen –waar weinig discussie over bestaat– wordt anticonceptie breed ingezet in het kader van gezinsvorming, als middel om het kindertal te reguleren. Zo geeft 65 procent van de ondervraagden aan de pil te gebruiken.

Het beperkende van dergelijke onderzoeken is dat ze weinig inzicht geven in de gedachtevorming van de betrokkenen. Wat voor bezinning heeft tot deze keuzes geleid? Welke argumenten waren daarin richtinggevend en doorslaggevend? We weten het niet. En dat is jammer, want deze ontwikkeling is, hoe dan ook, een ingrijpende verschuiving die een breuk vormt met bijna tweeduizend jaar christelijk denken over dit onderwerp.  

Impact

Het beschikbaar komen van kunstmatige anticonceptiva vormde de aanzet tot de seksuele revolutie in de jaren zestig van de vorige eeuw. De Amerikaanse socioloog en filosoof Francis Fukuyama schaart het onder de twee meest invloedrijke gebeurtenissen van deze tijd. De eveneens Amerikaanse theoloog Albert Mohler kan zich geen ontwikkeling voorstellen die, na de val, meer impact heeft gehad op de mensheid.  Het leidde tot een nieuw fenomeen in de geschiedenis: de bewuste loskoppeling van seksualiteit en voortplanting. Vrouwen werden ‘bevrijd’ van het juk van hun vruchtbaarheid.

Deze ontwikkeling heeft een grote impact gehad op de westerse samenleving; een impact die over het geheel genomen niet positief te noemen is, zoals de Amerikaanse cultuurfilosofe Mary Eberstadt onlangs overtuigend heeft aangetoond in haar studie Adam and Eve after the Pill (Adam en Eva na de pil). Zij laat daarin zien dat de intrede van de pil mede debet is aan grote sociale problemen in de samenleving, om nog maar te zwijgen over de verloedering van de seksuele moraal in het Westen. Dat was precies waar Paus Paulus VI voor waarschuwde in de encycliek Humanae Vitae die hij in die roerige jaren zestig deed uitgaan. Hij vreesde voor verlaging van de morele standaard in de samenleving, toenemende ontrouw, verminderd respect van mannen voor vrouwen en het opgelegde gebruik van geboortebeperking door overheden.

Nu zal de meerderheid van de ondervraagden bij genoemde enquêtes het gebruik van de pil en andere anticonceptiva buiten het huwelijk afwijzen. Maar dan nog blijft de vraag overeind wat de redenen zijn achter de acceptatie van deze kunstmatige middelen tot geboortebeperking. Die acceptatie is des te opvallender wanneer men kennis neemt van de afwijzende houding van kerken in het verleden.

Zo noemde de hoogste kerkelijk vergadering van de Anglicaanse Kerk in 1908 kunstmatige anticonceptie ‘demoraliserend voor het karakter en een vijand van het nationale belang’. Een opvatting die echter ruim twintig jaar later werd ingeruild voor een voorzichtige goedkeuring van deze middelen in bijzondere situaties. De enige kerk die momenteel officieel kunstmatige anticonceptie afwijst, is de Rooms-Katholieke kerk.

Een overtuiging die door veel christenen niet langer als steekhoudend gezien wordt. Naar het waarom blijft het gissen. Het vermoeden lijkt gerechtvaardigd dat onder het mom van voortschrijdend inzicht en gebruikmakend van door God gegeven mogelijkheden, veel christenen anticonceptie omhelsd hebben.

In de steek gelaten

Daarbij worden ze door hun kerken veelal in de steek gelaten. Ervaring leert dat het onderwerp niet of nauwelijks ter sprake komt binnen kerkelijke bezinning en dat veel stellen zelf maar hun weg moeten vinden. Dat resulteert dan vaak in de keus voor anticonceptie, al dan niet uit gemakzucht of als verlegenheidsoplossing. Dat laatste blijkt duidelijk uit de NPV-enquete: bijna 40 procent van de ondervraagden blijkt de keuze voor anticonceptie lastig te vinden. Er zou veel gewonnen zijn, als predikanten/ambtsdragers dit taboe doorbreken en het gesprek over deze thematiek aangaan, bijvoorbeeld tijdens huwelijkscatechese.

Afwijzing van kunstmatige anticonceptie betekent niet dat christenen niet zouden moeten nadenken over gezinsvorming. Dat is geen optie, maar plicht. Het is een onderwerp dat steeds weer op de gebedsagenda van echtparen hoort te staan.

Hoewel het krijgen van kinderen een goddelijke opdracht is, is het niet de enige bedoeling van seksualiteit. Gedeelde intimiteit en genot horen daar net zo goed bij. Het hoogste doel van het huwelijk is niet zoveel mogelijk kinderen te krijgen. Er kunnen legitieme redenen zijn waarom het verstandig is de kinderzegen, al of niet tijdelijk, uit te stellen. Het dilemma zit vooral in de manier waarop. Daarin moeten keuzes gemaakt worden. Prof. dr. Velema wijst er terecht op dat er hoe dan ook keuzes gemaakt worden, of er nu gebruik gemaakt wordt van ‘natuurlijke’ methoden of kunstmatige methoden. Het gaat er niet om dát er keuzes gemaakt worden, wel welke keuzes er gemaakt worden en hoe deze tot stand komen.

Daarbij is het van belang op te merken dat er een principieel verschil is tussen kunstmatige methoden en natuurlijke methoden. In de woorden van hersteld hervormde predikant dr. R. van Kooten: ‘Met kunstmatige middelen schakelen wij de schepping uit, met natuurlijke methoden beheersen wij de schepping’. Rekening houden met het natuurlijke gegeven dat een vrouw slechts enkele dagen per maand vruchtbaar is, betekent gebruik maken van een structuur die God in de schepping gelegd heeft. Zegt het niet heel veel over onszelf als de zelfbeheersing en matigheid waarin christenen in vroegere tijden zich moesten oefenen, door deze generatie blijkbaar niet meer opgebracht kan worden? En -zoals de vrijgemaakt gereformeerde dr. W.G. de Vries in zijn boek over het huwelijk terecht opmerkt- al is volledige gemeenschap niet mogelijk tijdens de vruchtbare periode, dat betekent niet dat er geen sprake kan zijn van gedeelde intimiteit, zonder dat daarvoor gegrepen wordt naar kunstmatige anticonceptie.

Bezwaren

De keuze voor kunstmatige anticonceptie is een ingrijpende wissel in het denken over seksualiteit sinds negentien eeuwen. Anticonceptie hoort bij een andere wereld dan de joods-christelijke. Het ‘anti’ in anticonceptie staat diametraal tegen het ‘pro-life’ dat eigen is aan de joods-christelijke traditie. Kunstmatige anticonceptie, als pendant van de seksuele revolutie, komt uit een onzuivere bron met een antigoddelijk karakter. Geldt hier niet het Bijbelse principe: “Haat ook de rok die van het vlees bevlekt is”?(Judas: 23).

Naast het geestelijke risico dat kunstmatige anticonceptie gemakzucht en luiheid in de hand kunnen werken, zijn er andere gevaren. Zo blijkt uit recent onderzoek dat het massale pilgebruik onze leefomgeving aantast. In poelen en vijvers in buitenwijken van Amerikaanse steden is het aantal vrouwelijke kikkers twee keer zo groot als normaal, gevolg van de vrouwelijke geslachtshormonen die via de afvoer hun eindbestemming in de oppervlaktewateren vinden. Voor een bepaalde categorie vrouwen heeft de pil een tromboseverhogend effect. Bij anderen heeft het negatieve weerslag op de beleving van seksualiteit en de stemming. Uit een onderzoek waarvan de resultaten onlangs bekend werden blijkt dat vrouwen die de pil slikken 23 tot 34 procent meer kans lopen op het krijgen van een depressie.

En nog veel fundamenteler: het kan niet uitgesloten worden dat de pil een abortieve werking heeft. Omdat de pil de bekleding van de baarmoederwand tegengaat, is dat een belemmering voor een bevruchte eicel zich in te nestelen in de baarmoeder. De Christian Medical and Dental Association concludeert dan ook dat werking van de pil na de bevruchting niet uitgesloten kan worden. Het is de vraag of een christen die de beschermwaardigheid van het menselijke leven respecteert, dit abortieve risico mag nemen.

Rome

Hoewel de afwijzing van kunstmatige anticonceptie de Rooms-Katholieke Kerk tot mikpunt van spot heeft gemaakt, levert de geschiedenis van de afgelopen vijftig jaar bewijs genoeg dat het een juiste beslissing was. ‘De vraag is ten slotte niet waarom de Rooms Katholieke Kerk op dit punt weigerde toe te geven; het is eerder waarom bijna alle anderen in de joods-christelijke traditie het deden’ (Eberstadt). Het zou te wensen zijn dat kerken en christenen vandaag op dit punt meer bij Rome in de leer zouden gaan.

‘Praat over de pil’, artikel ‘Toegespitst’, in: Reformatorisch Dagblad, 08-10-2016