Oktober is de maand dat we de Reformatie herdenken, Luthers bevrijdende ontdekking dat de mens niet door eigen doen of laten, maar door het eenvoudige geloof in de gekruisigde Christus rechtvaardig wordt voor God. Sinds de Reformatie neemt de rechtvaardiging door het geloof een belangrijke plaats in binnen reformatorische kerken, theologie en vroomheid.

Het is een onderwerp dat in preken, catechese en liederen regelmatig naar voren komt. Zo vraagt zondag 23 van de Heidelbergse Catechismus de kinderen van de gemeente: Hoe bent u rechtvaardig voor God? Antwoord: Alleen door een waar geloof in Christus. En in een lied over Jezus’ doop dat hij voor Epifaniën schreef, laat Luther de gemeente zingen:

En zonder werken van de wet,

en zonder machtloos pogen,

wordt hij gereinigd en gered

en staat hij voor Uw ogen,

voltooid en zonder zonden.1

Het belang van de rechtvaardiging geldt zowel voor de lutherse als de gereformeerde traditie, de twee hoofdstromen van de Reformatie. Lutherse en gereformeerde theologen hadden verschillende visies als het ging over avondmaal of verkiezing. Maar waar geen verschil van mening over bestond, was de centrale plaats van de rechtvaardiging in de verlossingsleer. In zijn standaardwerk over de geschiedenis van de rechtvaardigingsleer schrijft de Engelse theoloog A.E. McGrath dat aan het begin van de zeventiende eeuw die leer over het algemeen beschouwd werd als het artikel waarmee de kerk staat of valt (articulus stantis et cadentis ecclesiae).2 Je kunt dus gerust stellen dat de rechtvaardigingsleer behoort tot de kern van de identiteit van het protestantisme. Echter, de laatste decennia lijkt deze leer het moeilijk te hebben. Dat is het gevolg van ontwikkelingen in de bijbelwetenschap, die geleid hebben tot grondige herzieningen van Paulus en zijn visie op het jodendom, de wet en de rechtvaardiging.

Nieuw perspectief op Paulus

De visie van Paulus op de rechtvaardiging is de laatste decennia een hevig omstreden thema geworden. De vraag naar de interpretatie van Paulus is in alle hevigheid toegenomen met het intreden van wat wel genoemd wordt ‘the New Perspective on Paul’ (in dit artikel afgekort tot NPP). Deze term is gesmeed door een van meest bekende aanhangers van het zogenaamde nieuwe perspectief, prof. James D.G. Dunn.

Hoewel veel reformatorische predikanten in hun prediking de cruciale functie van de rechtvaardiging onderstrepen, zijn velen zich niet bewust van het feit dat het klassieke verstaan van de rechtvaardiging in reformatorische zin geduchte aanvallen heeft te verduren. Het negeren van nieuwe onderzoeksgegevens en het intreden van het nieuwe perspectief op Paulus is niet te verantwoorden. Het nieuwe Paulusonderzoek heeft grote implicaties inzake de visie op de rechtvaardiging en de soteriologie, met alle gevolgen van dien voor de prediking.

Als het waar is dat de Reformatie Paulus inderdaad verkeerd heeft verstaan, zoals het nieuwe Paulusonderzoek beweert, kunnen de gevolgen niet uitblijven. De grote waardering die theologen als J.G.D. Dunn en N.T. Wright zowel in evangelicale als reformatorische kringen ontvangen, heeft implicaties voor het verstaan van de rechtvaardiging van de goddeloze. Als het klopt dat Paulus met rechtvaardiging inderdaad iets anders bedoelt dan het reformatorische verstaan van de genadige schenking van Gods gunst aan de onvermogende mens, heeft dat ingrijpende gevolgen voor de soteriologie (leer van de verlossing). Betekent rechtvaardiging primair dat je vrijgesproken bent van je zonden en in de rechte verhouding met God staat (zoals de Reformatie leert) of betekent het vooral dat je bij het volk van God mag horen (zoals het NPP meent)?

In dit artikel wil ik een kort overzicht schetsen van de achtergrond en inhoud van het debat dat in het circuit van de Paulusinterpretatie de gemoederen nog steeds bezighoudt. Hierbij moet in aanmerking genomen worden dat de onderlinge verschillen tussen aanhangers van het nieuwe perspectief op Paulus behoorlijk groot kunnen zijn. In dit beknopte overzicht is geen ruimte voor de onderlinge nuances.

De ‘lutherse’ Paulus onder kritiek

Het verwijt van hen die de nieuwe visie op Paulus propageren, is dat Luther zijn eigen geestelijke worsteling met de theologie van de katholieke kerk in zijn dagen heeft teruggeprojecteerd op de conflicten die Paulus had met de judaïserende christenen in de gemeenten van Rome en Galatië.3 Dit leidde tot een visie waarin het jodendom uit de tijd van Jezus beschouwd werd als een katholiek verdienstelijkheidsgeloof avant la lettre. Hoe meer Luther in conflict kwam met de heersende visie op rechtvaardiging in de kerk van zijn dagen, hoe meer hij zichzelf identificeerde met Paulus in zijn strijd tegen de judaïserende opponenten. Maar volgens het NPP gaat het echter niet aan om het reformatorische verstaan van de mens, die onder het oordeel van de wet staat en daarom zijn heil moet zoeken in de gerechtigheid van Christus, terug te lezen in Paulus.4 Het nieuwe Paulusonderzoek wil een kritisch correctief zijn op een individualistische omgang met de heilsvraag en stelt dat het Paulus in de eerste plaats ging om de problematiek binnen christelijke gemeenschappen, waarin joden en heidenen participeerden.

De revolutie van E.P. Sanders

Waar komt deze kritiek vandaan? Kort gezegd is de herevaluatie van Paulus een gevolg van nieuw onderzoek op het gebied van het jodendom uit de periode van de Tweede Tempel en het contemporaine farizeïsme.5 Theologen die zich verwant weten met het nieuwe perspectief op Paulus, baseren zich met name op het onderzoek dat door E.P. Sanders geïnitieerd is (Paul and Palestinian Judaism, 1977 e.a.). Er is wel gezegd dat dit boek een copernicaanse revolutie in de studie naar Paulus’ theologie veroorzaakt heeft. Het zou aantonen dat het beeld van het jodendom als een religie van werken tegenover het christendom als een religie van genade niet correct is. Sanders verzet zich in dit boek tegen het beeld van het jodendom als een religie van legalistische werkgerechtigheid waarin men de zaligheid moet verdienen door te zorgen dat de goede werken opwegen tegen de overtredingen die men begaan had.6

Uit nieuw bronnenonderzoek van joodse literatuur kwam een ander beeld tevoorschijn. Israël is het volk van Gods genadige verkiezing met wie Hij in een verbond getreden was. Dat je bij het verbond mag horen, is genade. Als je in het verbond wilt blijven, verwacht God gehoorzaamheid aan zijn wet. De Thora is expressie van het verbond tussen God en Israël, en is bedoeld om de relatie tussen God en Israël te handhaven en te reguleren. De wet functioneert dus niet als middel om behouden te worden, maar om in het verbond te blijven, en zo gehoorzaamheid en liefde jegens God te uiten. God eist gehoorzaamheid en straft overtreding, maar de Thora voorziet met de offercultus ook in middelen tot verzoening en herstel. Anders gezegd: gehoorzaamheid aan de wet is nodig, maar staat in een raamwerk van genade, waarvan de coördinaten gevormd worden door verkiezing, verbond en verzoening. Het jodendom van de Tweede Tempelperiode was wel degelijk een religie van genade, en de continuïteit tussen Paulus en het joodse denken van zijn dagen was veel groter dan vroeger gedacht werd.

Nationalisme

De vraag dient zich dan aan: maar waar ageert Paulus in zijn brieven dan zo tegen? Het traditionele antwoord was natuurlijk: op het legalisme in het jodendom dat door de werken der wet gerechtvaardigd meent te worden. Nu het nieuwe onderzoek echter aantoonde dat dit beeld niet klopt en het er in het jodendom helemaal niet om ging om door werken gerechtvaardigd te worden, werd op deze vraag een nieuw antwoord geformuleerd. Paulus zou niet ageren tegen vermeende werkgerechtigheid, maar tegen een onzalig joods nationalisme, dat anderen – lees: heidenen – uitsloot. Dat gold niet alleen voor Israël in het algemeen, maar dat verschijnsel deed zich ook voor in de christelijke gemeente waar zogenaamde judaïsten optraden. Dat waren christenen met een joodse achtergrond, die meenden dat heidenchristenen die werkelijk bij het volk God wilden horen, zich moesten onderwerpen aan typische joodse gebruiken als besnijdenis en voedsel- en reinheidswetten. Dát is waar Paulus tegen ageert als hij protesteert tegen de zogenaamde werken der wet. Het opleggen van een joodse levensstijl aan nieuwe gelovigen is een belemmering van het missionaire elan van de kerk. Voor Paulus is geloof in Jezus, zonder de werken der wet, genoeg. Voor joden en heidenen.

Nieuw verstaan van de rechtvaardiging

Rechtvaardiging is volgens het NPP Paulus’ antwoord op de vraag wie er nu tot het volk van God behoren. Als de apostel spreekt over rechtvaardiging door het geloof en niet door de werken van de wet, dan bedoelt hij dat de typisch joodse ‘identity markers’ (zoals sabbat, besnijdenis, voedselwetten etc.) niet meer geldig zijn voor de heidenchristenen. Wie tot het volk van God wil behoren, behoeft zich niet meer te onderwerpen aan de eisen die vroeger voor Israël golden. De wet immers heeft met de komst van Christus deze functie verloren. Het geloof in Christus is voortaan de enige voorwaarde om tot het volk van God te behoren. De klassieke Paulusinterpretatie heeft zich vergist door de wet in het jodendom op te vatten als een middel om rechtvaardiging voor God te bewerken. Paulus’ werkelijke punt is dat de wet wordt misbruikt als een middel om heidenen uit te sluiten van het volk van God op grond van sociale en etnische kenmerken. Cornelius Venema brengt het verschil puntig onder woorden: ‘Het evangelie heeft meer te maken met verzoening tussen Joden en heidenen dan dat het te maken heeft met verzoening tussen zondaren en een heilige God.’

Evaluatie

Hoe moeten we het nieuwe perspectief op Paulus beoordelen? Wat kunnen we ervan leren en waar kunnen kanttekeningen geplaatst worden?

  • Sanders heeft een terechte correctie aangebracht op het traditionele beeld van een legalistisch jodendom. Het jodendom ten tijde van Jezus had weet van genade, al moet daar direct de kanttekening bij gemaakt worden dat er wel degelijk stromingen zijn met legalistische opvattingen, zoals de gedachte dat je geoordeeld wordt op basis van de meerderheid van je daden of zelfs dat iemands lot bepaald wordt door zijn laatste daden.
  • Het NPP heeft ook terecht aandacht gevraagd voor de nauwe relatie tussen rechtvaardiging en ecclesiologie (de leer aangaande de kerk). Het een is de keerzijde van het ander. Immers, als het geloof in Jezus Christus de enige weg is om in de rechte relatie met God te komen – en niet het onderhouden van de Thora – dan ligt deze weg open voor joden en heidenen. Rechtvaardiging heeft dus een verticale dimensie – het betreft de relatie met God – maar eveneens een horizontale dimensie: het vormt gelovigen tot het ene volk van God. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat het tweede het gevolg is van het eerste. De vraag ‘hoe word ik rechtvaardig voor God?’ heeft prioriteit boven de vraag wie er tot het volk van God behoren.
  • Kritiek is er ook op de opvatting van het NPP aangaande wat Paulus bedoelt met ‘werken der wet’. Volgens het NPP slaat ‘werken der wet’ op de ‘ceremoniële’ aspecten van de wet die behoren bij de joodse identiteit (zoals het NPP meent). Anderen, zoals Tom Schreiner, menen dat dit betrekking heeft op álles wat de wet van ons eist. Hierin val ik hem bij. Het is zeker waar dat de ceremoniële aspecten van de wet van Mozes – waardoor het verschil tussen jood en heiden zichtbaar wordt – begrepen zijn in de werken der wet, maar voor Paulus is er meer in het geding bij het gebruik van deze term.7 Een aantal relevante teksten laat dit ook zien. In Romeinen 3:28 schrijft Paulus dat men gerechtvaardigd wordt door het geloof, zonder de werken der wet. Kort daarna schrijft hij dat Abraham niet uit de werken gerechtvaardigd is (4:2). Nu leefde Abraham niet onder de sinaïtische wet en daarom kan de term ‘werken’ in zijn geval niet slaan op sabbatsonderhouding of voedselwetten. Datzelfde gaat op voor David. Als er van hem geschreven staat dat hij zonder de werken is gerechtvaardigd (4:6), kan het nauwelijks gaan om de ‘identity-markers’ die een barrière vormen tussen joden en heidenen. David was besneden en onderhield de joodse wetten. De term ‘werken’ heeft hier een duidelijk morele implicatie en heeft hier betrekking op het incident met Batseba waarbij hij vergeving ontving, afgezien van zijn breken van de (morele kant van de) wet. ‘Werken’ heeft dus een bredere betekenis dan ‘werken der wet’. ‘Werken’ staat voor Paulus voor het hele menselijke doen en laten, zowel goede als verkeerde daden. In de reformatorische visie op de rechtvaardiging is het onmogelijk dat de zondige mens de ‘werken der wet’ vervult. Rechtvaardiging door de werken is dus een onmogelijke mogelijkheid. Alleen het geloof in Christus kan de mens in de rechte verhouding met God stellen.
  • Paulus’ moeite met het jodendom gaat volgens Andrew Das er niet zozeer om of het jodendom al dan niet genade kende, maar om hun niet-erkennen van Jezus als Messias. En dat zorgt voor een levensgroot probleem. Immers, waar het verbond met Israël vroeger voorzag in vergeving door de offercultus, is deze vergeving voortaan verbonden aan de persoon van Jezus als het ultieme offer. Met het wegvallen van de offercultus – die tot vervulling is gekomen in Christus – rest het jodendom slechts de strenge eis tot gehoorzaamheid: een onmogelijke opdracht, voor joden en heidenen. Uitgaande van de vooronderstelling dat de zondige mens onmogelijk de wet kan vervullen, wordt het duidelijk waarom ‘de mens niet door werken der wet gerechtvaardigd’ (Gal. 2:16) kan worden.

Het nieuwe perspectief van Paulus en Luther

Door zijn bekeringservaring op weg naar Damascus heeft Paulus een nieuwe visie op zowel de mens als diens verlossing gekregen. De wet van God is heilig en goed, en de mens mist het vermogen om God de gehoorzaamheid en liefde te schenken die hij Hem verschuldigd is. Paulus is tot het inzicht gekomen dat de mens, in vijandschap met God en verslaafd aan de zonde, noch het vermogen noch de geneigdheid heeft zich te onderwerpen aan de wet van God. Een nieuwe scheppingsdaad van God is nodig, wil de mens rechtvaardig zijn voor God.

Als er een is die dat laatste begrepen en existentieel doorleefd heeft, is het Luther wel. Zijn ontdekking dat de wet slechts kan aanklagen en dat elk mens daarom Christus als einde en doel van de wet (Rom. 10: 4) nodig heeft, is de grootste bevrijding in zijn leven geweest. Vandaar dat hij in zijn hartstochtelijke commentaar op de Galatenbrief concludeert: ‘Een van beide moet dus verkeerd zijn, wij worden of door Christus of door de wet gerechtvaardigd. Maar wij worden in Christus gerechtvaardigd en dus niet door de wet’ (comm. op Gal. 2:17). Vandaar zijn oproep – die vandaag nog even actueel is: ‘… als u gered wilt worden, dan gelukt u die redding niet door de werken, maar God zond Zijn eniggeboren Zoon in de wereld, opdat wij door Hem zullen leven. Hij is gekruisigd, voor u gestorven en Hij heeft uw zonden in Zijn lichaam gedragen’ (comm. op Gal. 2: 16).

Dr. M. Klaassen is predikant van de Hervormde Gemeente te Arnemuiden; zijn dissertatie had als onderwerp de rechtvaardiging en de eenheid met Christus.

 

Noten:

1    ‘Christ unser Herr zum Jordan kam’, vertaling J.W. Schulte Nordholt, Gezang 165 LvdK.

2    A.E. McGrath, Iustitia Dei. A History of the Christian Doctrine of Justification, Cambridge, 20053, p. 208.

3    Met judaïserend wordt bedoeld dat deze christenen meenden dat zijzelf (en anderen) geroepen waren om een joodse levensstijl te leiden.

4    ‘… Martin Luther (…) made Paul’s statements central to his own quite different theology’, E.P. Sanders, Paul, Oxford, 1991, p. 44.

5    ‘The new perspective on Paul was born of a new perspective on Second Temple Judaism’, H. Blocher, ‘“Justification of the Ungodly” (Sola Fide). Theological Reflections’, in: D.A. Carson, P.T. O’Brien & M.A. Seifrid, Justification and Variegated Nomism, vol. 2, The Paradoxes of Paul, Tübingen/Grand Rapids, 2004, p. 469.

6    E.P. Sanders, Paul and Palestinian Judaism. A Comparison of Patterns of Religion, Philadelphia, p. 38.

7    M. Silva, ‘Faith Versus Works of Law in Galatians’, in: Carson, O’Brien & Seifrid, Justification and Variegated Nomism, p. 222.

‘Rechtvaardiging op de helling?’, artikel in Nader Bekeken (jaargang 23) nr. 10 (oktober 2016),  270-273