Het is belangrijk om de eenheid tussen de verschillende bijbelboeken op het spoor te komen. Het ontwerp van de Amerikaanse theoloog John Frame kan hierbij helpen. Volgens hem is het verbond de sleutel.


Een bekend verhaal uit de Griekse mythologie gaat over Ariadne die de held Theseus hielp om te ontsnappen uit een labyrint. Ze gaf hem een kluwen wol die hij moest uitrollen als hij het labyrint inging. Aan de hand van deze draad zou hij de weg terug gemakkelijk kunnen vinden. Voor veel christenen lijkt de Bijbel een beetje op een labyrint. Ze dreigen te verdwalen in de vele geschriften die de Schrift bevat. Tussen de vele oud- en nieuwtestamentische bomen zien ze het spreekwoordelijke bos niet meer. Heel wat theologen ontkennen dat er een bos is, zagen we vorige week. Voor hen bestaat de Schrift uit een toevallige samenstelling van willekeurige bomen en is er van een bos helemaal geen sprake. Gelukkig is het niet nodig deze benadering te volgen. In alle diversiteit die de Bijbel eigen is, is er tegelijk sprake van een diepe eenheid. Het is belangrijk deze eenheid op het spoor te komen. Volgens John Frame is de draad die je helpt om niet te verdwalen de gedachte van het verbond.

Oude Midden-Oosten

Het verbond is volgens Frame de sleutel tot het verstaan van de Bijbel. Hierbij leunt hij sterk op de ideeën van de oudtestamenticus Meredith Kline. Deze heeft aangetoond dat de verbonden die we in de Bijbel tegenkomen overeenkomst vertonen met de vazalverdragen zoals deze in het oude Midden-Oosten gebruikelijk waren. Had een koning in het oude Midden-Oosten een bepaald volk overwonnen, dan werd er vaak een vazalverdrag gesloten. Voortaan zou de overwonnen vorst de andere koning als vazal dienen. Hierbij werd een verbond gesloten, waarin allerlei afspraken werden vastgelegd. Zulke vazalverdragen hebben vaak een vaste opzet. Ze bevatten meestal de volgende elementen: (a) de naam van de koning, (b) een historische inleiding, (c) bepalingen (wetten), (d) eis van exclusieve loyaliteit, (e) specifieke vereisten, (f ) sancties (zegeningen en vervloekingen) en (g) de wijze van omgang met het verbond.

Tien Geboden

Kline ziet deze zelfde structuur terugkomen in de Tien Geboden (en in het boek Deuteronomium). Eerst volgt de naam van de koning die het verdrag sluit (a): ‘Ik ben de HEERE, Uw God’, gevolgd door de historische proloog (b): ‘die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb’. Vervolgens wordt uiteengezet dat God van Zijn verbondspartner exclusieve loyaliteit verwacht (d): ‘geen andere goden voor Mijn aangezicht’, gevolgd door andere specifieke vereisten (de geboden) (c). Tevens formuleert God de gevolgen van gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid: zegen en vloek (f ). Het verdrag sluit met de bepaling hoe er met de verbondsbepaling moet omgegaan worden (g). Het document moet bewaard worden in het heiligdom en moet regelmatig gelezen worden (Deut.31:26, 9-13). De these van Kline is dat de Tien Geboden de wortel van de bijbelse canon vormen. In verloop van tijd zijn de andere geschriften rond dit verbondsboek gegroeid. Deze geschriften beschrijven de geschiedenis van Israëls omgaan met het verbond (Genesis-Esther), de klacht en jubel van het verbondsvolk (de Psalmen), de verbondswijsheid (Job, Spreuken en andere wijsheidsliteratuur) en de profetische geschriften die Gods aanklacht tegen het verbondsvolk bevatten. Op soortgelijke wijze beschrijft Kline het Nieuwe Testament, wat hij beschouwt als het boek van het nieuwe verbond.

Hele Bijbel

Frame neemt deze analyse van Kline over, maar past haar breder toe. De structuur die Kline ontwaart in de Tien Geboden, past Frame toe op de hele Schrift. We treffen in de Schrift in de eerste plaats de openbaring aan van de Naam van God (a). Dit is een belangrijk aspect, dat we door heel de Schrift tegenkomen. Op cruciale momenten in de heilsgeschiedenis openbaart God Zijn Naam. We zien het bij Abraham, aan wie God Zich bekendmaakt met de woorden: ‘Ik ben God, de Almachtige’ (Gen.17:1). We zien het bij Mozes, tegen wie God zegt: ‘IK BEN DIE IK BEN’ (Ex.3:14). Ook Gods daden dienen ertoe Gods naam bekend te maken. De voltrekking van het oordeel over de Egyptenaren heeft als achterliggende reden dat zij dan zullen weten dat ‘Ik de HEERE ben’ (Ex.14:18). Onder het nieuwe verbond wordt duidelijk dat Jezus ten volle de naam van God openbaart: ‘Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt’ (Joh.17:6). Het eeuwige leven bestaat in het kennen van Gods Naam in Jezus Christus (Joh. 17:3).

Gods daden

Het tweede element dat we in de Schrift aantreffen is de openbaring van Gods machtige daden in de geschiedenis (b). Schepping, zondvloed, exodus, kruis en opstanding, maar ook Gods voorzienige zorg, Zijn tekenen en wonderen verkondigen ons Gods werkzaamheid in de wereld en in de geschiedenis. Die werkzaamheid is tweeledig: ze is gericht op verlossing van Zijn volk en oordeel over Zijn vijanden.

Wet

Het derde element van verbondsdocumenten is de wetsbepalingen (c). Het is evident dat we deze ruimschoots in de Schrift aantreffen. Het verbondsvolk wordt geacht te leven naar Gods geboden. In allerlei genres – historische boeken, poëzie en wijsheid – blijkt dat Gods geboden de ruggengraat van het Oude Testament vormen. Het Nieuwe Testament slaat in dit opzicht geen andere toon aan: ‘Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft’ (Joh.14:21).

Vloek en zegen

Ook het vierde element van het verbondsdocument, de sancties, treffen we volop in de Schrift aan (d). Gods verbond heeft altijd twee kanten. Wie gehoorzaam is aan het verbond ontvangt zegen, wie ongehoorzaam is de vloek. Dat Israël faalt in haar toewijding aan de Heere, blijkt uit de straf van de ballingschap, een straf die Mozes al voorzien en voorspeld had (Deut.29). Zowel in Israël als in de nieuwtestamentische gemeente bevinden zich tweeërlei kinderen van het verbond. Ook in het Nieuwe Testament wordt de gemeente gewaarschuwd tegen het gevaar van afvalligheid (Hebr.6:6). Wie in ongeloof Gods Woord verwerpt, wacht slechts oordeel en vloek.

Wijze van omgang

Het laatste element van het verbondsdocument betreft de wijze van omgang met het verbond. God wil dat het verbond een centrale plaats inneemt onder Zijn volk. Daarom moest het bewaard worden in het heiligdom en het volk moest met regelmaat onderwezen worden in de inhoud ervan. Zo draagt God ook nu nog zorg voor de bekendmaking van Zijn woorden onder Zijn verbondsvolk. Frame denkt hierbij aan de apostelen en aan de ambten. Ambtsdragers zijn immers verantwoordelijk het verbondsvolk te onderwijzen en te leiden in de kennis van ‘Gods verbond en woorden’ (Ps.25:5, ber.).

Rode draad

Wat moeten we vinden van Frames ontwerp? Kan zijn idee helpen om eenheid te vinden in alle verscheidenheid die de Bijbel eigen is? Ik vind van wel. Frame toont mijns inziens overtuigend aan de Bijbel een verbondsboek is, bedoeld om het verbondsvolk van God te leiden. Het is knap hoe hij de historisch juiste analyse van Kline toepast op het geheel van de Schrift. Hij toont dat de vijf elementen die kenmerkend zijn voor verbonden in de Oudheid, helemaal terug te vinden zijn in de Schrift. Natuurlijk is zijn voorstel een model. Er zijn zeker ook andere modellen mogelijk om de eenheid van de Schrift aan te tonen, zoals die van de structuur van belofte-vervulling. Het voordeel van Frames schema is dat hij aantoont hoe je met de rode draad van het verbond de diverse delen van de Schrift op een ongekunstelde manier bijeenhoudt. Daarmee sluit hij aan bij de gereformeerde traditie, die het verbond altijd zo’n hoge waarde heeft toegekend. Met zijn bezinning heeft Frame een wezenlijke bijdrage geleverd aan het verstaan van de Schrift vanuit reformatorisch perspectief.

‘Bijbel als verbondsboek’, deel 2 in een serie van twee artikelen over ‘De eenheid van de Schrift’ (n.a.v. J.M. Frame, The Doctrine of the Word of God, Phillipsburg 2010) in: De Waarheidsvriend, 03-11-2011, pag. 12-13