Bij de worsteling van echtparen rond ivf passen ons begrip en empathie. Toch blijft de vraag staan of een techniek die alleen kon ontstaan langs de weg van miljoenen verloren levens in wording een begaanbare weg is voor een christen.

In duizend woorden de hete hangijzers rond ivf beschrijven, is geen kleinigheid. Ik ben me ervan bewust dat er veel meer over ivf te zeggen valt dan ik deed in Toegespitst (RD 5-10). De voortplantingstechniek is vaak verbonden met de pijn en het verdriet van (ongewilde) kinderloosheid. Dat is een gebied waar met invoelendheid en voorzichtigheid geopereerd moet worden. Alie Hoek-van Kooten en dr. Janneke de Man-van Ginkel hebben gelijk als ze aangeven dat dit element onderbelicht bleef in mijn artikel (RD 9-10). In mijn boekje ”En die twee zullen tot één vlees zijn” dat dit najaar uitkomt, ga ik in op de (pastorale) vragen die zich hier aandienen. In mijn artikel wilde ik mij alleen richten op de ethische vragen die ivf oproept.

Het is een gegeven dat er in de orthodox-christelijke ethiek over ivf verschillende standpunten zijn. Ethici als prof. Douma, dr. Seldenrijk en prof. VanDrunen, hoogleraar ethiek aan het Westminster Seminary in Californië, vinden de techniek onder strikte voorwaarden een begaanbare weg. Anderen, als prof. Velema en prof. Jochemsen, vinden dit niet. Mijn mening veranderde in de loop van de tijd: van voorzichtige acceptatie tot voorzichtige afwijzing.

Ik besef dat ik daarmee inga tegen een tendens van groeiende acceptatie van ivf binnen de gereformeerde gezindte. Hoe komt het eigenlijk dat bevindelijk-gereformeerden op dit punt zo van gedachten zijn veranderd? Hebben zij hun terughoudendheid verruild voor een meer cultuur-optimistische visie, zoals die te vinden is in de neogereformeerde optiek van Douma? Het zou de moeite waard zijn daar een nadere analyse van te doen.

Heilige grens

Mijn visie op ivf vloeit voort uit het natuurrechtelijke denken. Daarin staat de overtuiging centraal dat wij niet mogen scheiden wat de Schepper bij elkaar gevoegd heeft (seksuele gemeenschap en voortplanting). De Amerikaanse protestantse ethici Anderson en Walker verwoorden dit standpunt indringend in hun artikel ”Breaking Evangelicalism’s Silence on IVF” (zie thegospelcoalition.org). Volgens hen staat er in de discussie over ivf veel meer op het spel dan de vraag wat er met embryo’s gebeurt; naar hun overtuiging is de normativiteit van Genesis 1 en 2 in het geding. Hebben wij het recht om te scheiden wat God onlosmakelijk verbonden heeft: de structuur van voortplanting door middel van de seksuele gemeenschap van man en vrouw? Of staan we hier voor een heilige grens die we niet moeten willen overschrijden? Ik meen het laatste. Ons past grote terughoudendheid en ontzag als we het domein betreden dat de Schepper toekomt.

Volgens Hoek bevatte mijn betoog „verschillende onjuistheden.” Dat is niet terecht; in mijn artikel beschreef ik de gángbare procedure rond ivf. Terecht wijst Hoek erop dat er behandelmethoden zijn waarbij geen restembryo’s overblijven. Dat mogen we zeker als winst zien. Ik kan me voorstellen dat voor echtparen hiermee drempels wegvallen en zij tot ivf overgaan.

Toch zijn hiermee niet alle bezwaren weggenomen. Hoek doet het voorkomen alsof ivf vergelijkbaar is met een keizersnede. Daarmee vergelijkt ze appels met peren. De tweede is een medisch noodzakelijke handeling. Ivf is daarentegen een niet-noodzakelijke keuze. Er zijn echtparen die daar niet voor kiezen, hoezeer ze ook naar kinderen verlangen. Hoe volstrekt legitiem en begrijpelijk een kinderwens ook is, een huwelijk zonder kinderen is volwaardig.

Anders dan Hoek deel ik de zorg van Jochemsen dat echtparen te vaak zich onvoldoende laten informeren over de ethische kant. Ik kan me vergissen, maar ik vrees dat er te vaak ook op eigen houtje wordt gehandeld, zonder dat de complexe vragen voldoende gepeild worden.

”Ten volle verzekerd”

Ondanks dat er rond ivf veel kwalijke praktijken zijn, is volgens Hoek goed gebruik ervan mogelijk. Daarin kan ze gelijk hebben, elk echtpaar dient uiteindelijk „in het eigen gemoed ten volle verzekerd” te zijn voor Gods aangezicht. Toch blijft de vraag staan of een techniek die alleen kon ontstaan langs de weg van miljoenen verloren levens in wording een begaanbare weg is voor een christen. Soms getuigt het van wijsheid distantie te houden van wat bedenkelijk is. Dat is ook voluit Bijbels: „Haat ook de rok die van het vlees bevlekt is” (Judas 1:13). Wat mij betreft is ivf te zeer bevlekt om het te kunnen aanbevelen.

Ten slotte: De Man legt tere vragen op tafel over de worsteling met kinderloosheid, de vragen rond eventuele behandeling en de plaats van het gebed daarin. Ik wil haar bedanken voor dit inkijkje in de worsteling van een ervaringsdeskundige. Ons passen begrip en empathie voor een dergelijke strijd. Ik werd getroffen door de opmerking waarmee ze haar artikel eindigde: de noodzaak het gebed om de kinderzegen te verruimen tot een bede om de verheerlijking van Gods naam door alle omstandigheden in ons leven, inclusief kinderloosheid. Wie zo leeft, mag zich getroost weten door de wetenschap dat wie zijn verwachting op de Heere stelt niet beschaamd zal worden, ook als het Hem behaagd ons de kinderzegen te onthouden. Kinderloosheid kan –zoals elk gemis in ons leven– een middel zijn waarin de Heere ons wil leren tevreden te zijn met Hem alleen.

‘Vraagtekens bij ivf blijven staan’, in: Reformatorisch Dagblad, 15 oktober 2019