De rol van de vrouw in samenleving en kerk staat volop in de belangstelling. Nog maar net had de SGP de primeur van de eerste vrouwelijke lijsttrekker, of er lag het rapport van de deputaten M/V in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV). Dat bepleit de openstelling van alle ambten voor de vrouw.

Nu al is duidelijk dat dit rapport het nodige stof doet opwaaien. Niet alleen binnen de GKV –waar de meningen verdeeld zijn– maar ook daarbuiten: wat zijn de consequenties voor de samenwerking met andere kerken, zoals de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken?

Ook andere kerkgenootschappen binnen de gereformeerde gezindte doen er wijs aan zich op dit rapport te bezinnen. De toenemende maatschappelijke onvanzelfsprekendheid van de traditionele visie op man en vrouw zet de bezinning op de man-vrouwverhouding in de gemeente hoog op de agenda. De discussie die plaatsvindt binnen de GKV kan daarbij helpen.

Recent verschenen er in gereformeerd vrijgemaakte kring twee proefschriften die ingaan op de thematiek van vrouw en ambt. Almatine Leens wil de discussie boven de ‘zwijgteksten’ uittillen door haar insteek te nemen in de godsleer. De oud-deputaat betoogt dat man en vrouw samen een weerspiegeling vormen van God, in Wie de drie personen gelijkwaardig zijn. Op grond daarvan meent ze dat het niet mogelijk is om de vrouw een ondergeschikte rol toe te kennen ten opzichte van de man.

De dissertatie van Myriam Klinker-de Klerck laat een ander geluid horen. De Belgisch-Nederlandse theologe constateert dat Paulus wel aanspoort tot onderschikking van de vrouw aan de man. Paulus’ belangrijkste motief hiervoor is dat de gemeente zich moet voegen naar de geldende sociale omgangsvormen. Hierachter schuilt een missionaire beweegreden: christenen moeten geen aanstoot geven; dat belemmert de voortgang van het Evangelie. Daarom dienen vrouwen zich te voegen naar de algemeen geldende gebruiken.

Klinker denkt dat Paulus’ houding een model kan zijn voor de kerk vandaag: heb gevoel voor je omgeving en neem zo veel mogelijk hindernissen weg voor de voortgang van het Evangelie. Dat kan betekenen dat in een samenleving waarin vrouwen gelijk behandeld worden en dezelfde mogelijkheden en rechten hebben als mannen, ze juist wel toegelaten moeten worden tot de ambten.

De gedachte dat Paulus’ instructie in­gegeven is door respect voor de heersende culturele opvattingen, speelt ook een belangrijke rol in het rapport van de deputaten M/V. Paulus’ richtlijnen zijn cultureel bepaald en kennen daarom een zekere relativiteit. Dit geeft de doorslag voor het advies om de ambten open te stellen. Omdat het niet gaat om algemene en tijdloze principes, kan een andere culturele context tot een andere uitkomst leiden. Overwegingen vanuit bijvoorbeeld het geschapen zijn naar Gods beeld –zoals in het betoog van Almatine Leens– of de eenheid van man en vrouw in Christus (Gal. 3:28), kunnen dan leiden tot een pleidooi voor de openstelling van het ambt voor de vrouw.

Het is echter de vraag of de deputaten M/V zo geen eenzijdige keus maken. Door de nadruk te leggen op de culturele relativiteit van Paulus’ zwijgteksten dreigt een andere bouwsteen uit Paulus’ visie naar de achtergrond te verdwijnen: de verankering van de verschillende rol van man en vrouw in de scheppingsorde.

De gevoeligheid voor de culturele context is zeker een factor van betekenis voor Paulus. Dat blijkt ook uit de richtlijnen die hij in 1 Korinthe 11 geeft voor de hoofd­bedekking van de vrouw in de gemeente: wie geen hoofdbedekking draagt, wijkt af van het gangbare kleedpatroon.

Echter, het is de vraag of de culturele sensitiviteit voor Paulus het zwaarst weegt. Volgens 1 Timotheüs 2 is de scheppingsorde fundamenteel: Adam is eerst gemaakt, daarna Eva (vers 13). Wat er gebeurt als man en vrouw hun door God gegeven positie niet innemen en de scheppingsorde verwerpen, maakt Genesis 3 duidelijk: zo kwam de vrouw tot overtreding (vers 14). Het is die door God gewilde orde die maakt dat de vrouw geen onderwijs dient te geven (vers 12). Wanneer een vrouw gezagvol onderwijs geeft, zou immers de door God bedoelde orde in gevaar kunnen komen en zij de man „overheersen” (vers 12).

Betekent dit dat een vrouw helemaal geen onderwijstaken binnen de gemeente kan vervullen? Zeker niet. Onderwijzende taken buiten de samenkomst van de gemeente –zoals zondagsschool of catechese– kunnen uitstekend door vrouwen vervuld worden.

Het Nieuwe Testament toont overduidelijk dat vrouwen een belangrijke functie innemen in de Vroege Kerk. Het boek Handelingen vertelt hoe Priscilla, samen met haar man Aquilla, Apollos onderwees. Paulus herinnert zich hoe Euodia en Syntyche met hem „gestreden hebben in het Evangelie” (Fil. 4:2, 3). Paulus’ verbod gaat over het gezagvolle leren binnen de samenkomst van de gemeente; het preken. Die rol is overeenkomstig de scheppingsorde de man toebedeeld.

Maar hoe zit het dan met Galaten 3:28, waar Paulus schrijft dat man en vrouw één in Christus zijn? Spreekt deze tekst niet over de principiële gelijkheid van man en vrouw? Zo betoogt de Amerikaanse theoloog William Webb in zijn boek ”Slaves, Women and Homosexuals” op grond van deze tekst dat het in Christus zijn van meer gewicht is dan de patriarchale structuren die behoren bij de ‘oude schepping’.

Maar als Webb gelijk heeft, is Paulus met zichzelf in tegenspraak. Of is er bij Paulus geen innerlijke spanning tussen de gelijkwaardigheid van man en vrouw en hun eenheid in Christus en de scheppingsorde? Nee. De gelijkwaardigheid in Christus heft de scheppingsorde niet op. In de tussentijd tussen oude schepping en nieuwe schepping worden de structuren van de schepping niet opgeheven. Al zijn slaven in Christus gelijk aan hun meesters, daarmee vervalt de bestaande gezagsstructuur nog niet (vgl. Ef. 6:5).

Dat maakt dat de discussie over de openstelling van het ambt van een andere orde is dan bijvoorbeeld de discussie over de hoofdbedekking van de vrouw. De hoofdbedekking is immers symbool van de scheppingsorde. Zonder af te willen doen van het nut van de hoofdbedekking, kan de invulling van die symboliek van cultuur tot cultuur verschillen. Dat kan van de scheppingsorde zelf nooit gezegd worden. Daarom dient aan dit aspect van Paulus’ instructie meer gewicht toegekend te worden dan aan contextuele en culturele aspecten.

De uitkomst van het rapport is niet in de eerste plaats het resultaat van exegese van de teksten. Dat resultaat is overduidelijk. Illustratief is in dit verband het verhaal dat de theologe Claire Smith in haar boek ”God’s Good Design” vertelt. Een seculiere journaliste vroeg haar waarom zij vond dat mannen leiding hoorden te geven in de kerk. Er zijn toch ook kerken waar vrouwen ambten bekleden? Smith liet haar toen 1 Timotheüs 2 lezen. Waarop de journaliste reageerde: Maar vandaar dan al die ophef?

Precies. Het is niet de eenduidige lezing van Paulus’ teksten die de deputaten bij deze uitkomst brengt. Het is hun hermeneutiek die het doet. Het rapport van de deputaten laat zien hoezeer de ons om­ringende cultuur ons lezen en interpreteren van de Schrift beïnvloedt. Nu is het tot op zekere hoogte onmogelijk om je los te maken uit de context waarin je leeft. Maar die context mag er nooit toe leiden dat de overduidelijke bedoeling van de tekst overruled wordt. Dat lijkt wel te gebeuren in dit rapport. De reactie van prof. dr. J. Douma was in dit opzicht veelzeggend: „Als de Bijbel een duidelijk ”nee” laat horen, komt men via allerlei kanttekeningen uit bij ”ja”.”

Het gewicht van de scheppingsorde heeft ertoe geleid dat in de brede christelijke traditie het ambt altijd bekleed is door de man. Pas sinds de 19e eeuw gaan er stemmen op om het ook open te stellen voor vrouwen. De deputaten hadden er daarom goed aan gedaan om naast de grote aandacht voor de culturele context van Paulus ook aandacht te besteden aan de leesgeschiedenis van zijn teksten. Hoe heeft de brede christelijke traditie Paulus op dit punt gelezen en vormgegeven aan zijn richtlijnen? Het antwoord is eenduidig. Daarom betekent openstelling van het ambt voor de vrouw een breuk met de traditie. Jezus koos niet zomaar twaalf mannen als apostelen. Dat was geen aanpassing aan de gangbare normen, want als er Eén was Die gangbare normen durfde te doorbreken, dan was het Jezus wel.

De synode van de GKV doet er goed aan geen gehoor te geven aan het advies van de deputaten. Behalve tot een breuk met de katholieke traditie zal het tot verdere fragmentatie leiden binnen de al zo verdeelde gereformeerde gezindte.

‘Vrouw in ambt niet Bijbels’, artikel ‘Toegespitst’ in: Reformatorisch Dagblad, 21-09-2013