Volgens de auteur is ‘Calvin at the Centre’ zijn laatste boek over Calvijn. Na vier boeken met het woord ‘Calvijn’ in de titel is het welletjes. Dat is jammer, want Paul Helm is een nauwkeurig lezer van Calvijn en kan als weinig anderen hem plaatsen in de context waarbinnen de reformator verstaan wil worden. De kracht van dit boek is de combinatie van Helms godsdienstfilosofische expertise en zijn kennis van de historische theologie. Het eerste komt tot uiting in zijn gestructureerde argumentatie en schrijftrant, het tweede in de fascinerende wijze waarop hij Calvijns ideeën weet te verbinden aan de gedachten van andere theologen en filosofen. Het zal niet verbazen dat met name Augustinus en Thomas regelmatig terugkerende gesprekspartners zijn. Maar evengoed weet Helm Calvijn te verbinden aan Puriteinen als Tuckney en Whichcote.

‘Calvin at the Centre’ is min of meer het vervolg op het in 2004 gepubliceerde ‘John Calvin’s Ideas’. In dat boek toonde de auteur aan hoezeer Calvijn verbonden is aan het antieke en middeleeuwse gedachtengoed. Hetzelfde doet Helm nu weer, maar anders dan in het voorgaande boek kijkt hij nu niet alleen naar achteren – wat Calvijns gedachtengoed verbindt met het verleden -, maar ook naar voren – in hoeverre Calvijns opvattingen door hebben gewerkt naar anderen of juist daarmee contrasteren. Dat verklaart ook de titel: de auteur poogt Calvijn in het midden van verleden en heden te plaatsen. Daarmee staat Helm in de lijn van het nieuwere Calvijnonderzoek dat, meer dan in het verleden het geval was, Calvijn in zijn spirituele, theologische en intellectuele context wil verstaan.

Het boek bestaat uit tien min of meer op zichzelf staande hoofdstukken waarin een scala aan onderwerpen aan de orde komt, zoals de kennis van God en onszelf, Descartes en de gereformeerde theologie, de zichtbaarheid van God, de verzoening, de tussentoestand en de algemene genade.

Fascinerend is het opstel over de verzoening bij Calvijn. Helm gaat in dit hoofdstuk in op de vraag in hoeverre de verzoening door Christus noodzakelijk is. Hij spiegelt dit met de standpunten van Augustinus, Anselmus, Thomas en, na hem, Owen en Twisse. De verzoening is volgens Calvijn niet noodzakelijk in absolute zin, maar wel krachtens Gods besluit. Ook de wijze van verzoening is contingent. Calvijn kiest hierin het spoor van Augustinus en Thomas voor wie de verzoening door Christus niet noodzakelijk, maar wel als gepast beschouwd werd. Dat God die ons evenzeer had kunnen verlossen door een enkel woord of een daad van Zijn wil, toch kiest voor verzoening door de dood van Christus is voor Calvijn een expressie van Zijn liefde. God kan voor verlossing zorgen door een enkel woord, maar de gekozen verzoening door Christus is de weg waardoor Gods liefde en genade maximaal tot uiting komt. Anders dan Anselmus en Owen, bij wie de genoegdoening aan Gods gerechtigheid uitgangspunt is, denkt Calvijn teleologisch: het doel is de vereniging van de gelovige met Christus. Dit doel vereist in Calvijns optiek de menswording, het sterven, de opstanding en verhoging van Christus, verbonden met het toepassende werk van de Heilige Geest die mensen tot hun positie ‘in Christus’ leidt. In dit verband merkt Helm –die overigens altijd de nauwe relatie tussen Calvijn en de latere Gereformeerde Orthodoxie heeft verdedigd – op dat er bij het latere calvinisme een tendens is om bij de Godsleer geregeld meer vanuit hypothetische mogelijkheden te denken dan vanuit wat God daadwerkelijk gedaan heeft. Dat leidt ertoe dat de nadruk op de verzoening als uiting van Gods barmhartigheid en liefde secundair wordt ten opzichte van de als primair gedachte rechtvaardigheid van God.

Dat de vereniging met Christus (unio cum Christo) zo centraal is voor Calvijn, blijkt ook uit het opstel over de duplex gratia. Helm staat in lijn met een tendens in het huidige Calvijnonderzoek die grote betekenis toekent aan de unio bij Calvijn. De unio is de bron van de tweevoudige weldaad van rechtvaardiging en heiliging die de gelovige ontvangt in gemeenschap met Christus. De gemeenschap met Christus is de accolade die bij Calvijn om het gehele christelijke leven geslagen is. Helm meent dat deze nadruk op de unio cum christo als hart van de soteriologie in de latere gereformeerde traditie (bijvoorbeeld bij Turretini) naar de achtergrond verdween, mede als gevolg van de versnippering die optrad door de gebruikte locus-methode. Of deze constatering geheel terecht, hangt af van de theoloog die men onderzoekt. Persoonlijk meen ik dat de structurele plaats van de unio in relatie met de rechtvaardiging en de heiliging bij een theoloog als John Owen nauw verwantschap vertoont met Calvijn.

Bij een bundel die zo divers is en zoveel verschillende stemmen aan het woord laat komen, kunnen we slechts een tipje van de sluier oplichten. Helms erudiete studie is een boek waarin zowel de oorspronkelijkheid en de afhankelijk van anderen van de theoloog van Geneve helder aan het licht komt. Het boek behandelt met regelmaat complexe materie en is daarom geen eenvoudige lectuur. Het boek is voortreffelijk uitgevoerd, maar daar is de prijs ook naar.

Paul Helm, Calvin at the Centre, Oxford University Press, Oxford/New York 2010, (8) 355 p., $ 99 (ISBN 9780199532186). In: Theologia Reformata, juni 2012, 209-211.