Een boek als een kasteel. Dat is de nieuwe Paulusstudie van de bekende Britse theoloog Tom Wright: massief, monumentaal, en een eenheid.

“Paul and the Faithfulness of God” is een massief boek: twee banden met samen meer dan 1600 pagina’s. De nieuwste studie van Wright is ook monumentaal: het werk zal voor lange tijd een baken zijn in het landschap van de Paulusstudies. “Paul and the Faithfulness of God” vormt ook een eenheid: veel torens en toch een geheel.

De twee vuistdikke banden over Paulus van de voormalige bisschop van Durham, nu hoogleraar Nieuwe Testament aan de universiteit van St. Andrews, vormen de bekroning van zijn jarenlange bezig zijn met de apostel en diens theologie. De inhoud getuigt van een enorme eruditie en belezenheid. Wat je er verder ook van vindt, niemand zal dit boek lezen zonder ervan onder de indruk te raken.

 Opzet

 “Paul and the Faitfulness of God” bestaat uit vier delen. Het boek begint met een uitvoerige beschrijving van Paulus’ godsdienstige, culturele en politieke (leef)wereld. Hierin vraagt Wright uiteraard aandacht voor het jodendom uit de periode van de Tweede Tempel, Paulus’ natuurlijke habitat, maar ook voor de Grieks-Romeinse cultuur en filosofie van zijn dagen. Deze hoofdstukken bieden een prachtig overzicht en zouden ook prima kunnen dienen –los van Paulus– als een inleiding op de cultuur en het denken van de Oudheid.

Vervolgens gaat Wright in het tweede deel in op de wereldbeschouwing (“worldview”) van de apostel. Het derde en grootste deel bespreekt de theologie van Paulus, waarna dit mammoetwerk afsluit met een grootse slotbeschouwing. Deze grijpt terug op het eerste deel en gaat op basis van de bevindingen uit het derde, theologische deel na hoe de apostel zich verhoudt tot zijn Joodse context, tot het Romeinse Rijk en tot de filosofie van zijn dagen.

 Uitgangspunten

Wat direct opvalt, is de grote betekenis die Wright toekent aan de geschiedenis. Paulus’ theologie kan volgens hem niet begrepen worden los van zijn historische context. Het doet weldadig aan dat Wright niet meegaat in de postmoderne waan dat de geschiedenis en het denken en de intenties van personen uit het verleden ten diepste niet toegankelijk zijn.

Eveneens opvallend is dat Wright opteert voor een model waarin verschillende benaderingen van Paulus niet antithetisch tegenover elkaar staan, maar elkaar aanvullen. Wie bekend is met het onderzoek naar Paulus, weet dat de ene theoloog Paulus heilshistorisch benadert, een volgende hem vooral ziet als apocalypticus (Gods handelen met deze wereld heeft een onverwachte, radicale wending gekregen in Christus), terwijl een derde meent dat Paulus’ denken vooral eschatologisch van karakter is (Gods nieuwe toekomst is begonnen in het heden). Wright is van mening–en dat is een van de verdiensten van dit boek– dat je Paulus het meest recht doet door de waarheidselementen uit deze verschillende benaderingen naast elkaar te laten staan.

Geschiedenis van Israël

Een volgend punt van aandacht is hoe Wright de geschiedenis van Israël ziet als sleutel om Paulus’ denken te verstaan. Wie enigszins bekend is met Wrights denken, herkent dit thema onmiddellijk. Volgens Wright gebruikt God het verbond met Abraham en Israël als instrument om het kwaad recht te trekken dat Adam in de wereld heeft aangericht. Dit blijkt echter een hopeloze operatie, want Israël –dat de oplossing voor het probleem moet zijn– is zelf onderdeel van het probleem. Vanwege hun ongehoorzaamheid komen het volk in de ballingschap terecht. Al komen ze daarna weer terug in hun land, feitelijk duurt de ballingschap nog steeds voort: Israël verkeert onder de macht van vreemden en Gods beloften van een heilrijke toekomst nog steeds niet vervuld.

Paulus ziet de geschiedenis van Israël tot voltooiing komen in de weg en het werk van Jezus. Hij is de ware Israëliet, Die als Messias de roeping van Israël vervult en voltooit. Als Paulus tot dat inzicht komt, betekent dat een radicaal andere visie op de relatie tussen Joden en heidenen. Niet langer zijn alleen Joden Abrahams nageslacht, maar gelovigen uit Joden en heidenen zijn de vervulling van Gods belofte dat in Abraham “alle geslachten van de aarde” gezegend zullen worden. Het onderscheid tussen Joden en heidenen, zichtbaar in de Joodse “boundary markers” –besnijdenis, voedselwetten en sabbat– is met de komst van Christus opgeheven. Het draait niet langer om de tempel in Jeruzalem, maar de gemeente van gelovige Joden en heidenen als Gods nieuwe tempel.

Drie zuilen

Wrights centrale these is dat Paulus de drie zuilen van het jodendom vasthoud: monotheïsme (het geloof in de ene God), verkiezing en eschatologie (God zal aan het einde van de geschiedenis alles recht zetten). Tegelijk geeft hij er een radicaal nieuwe interpretatie aan in het licht van (de komst van) Christus.

Wright laat zien hoe Paulus het Joodse monotheïsme in relatie brengt met Christus en de Geest. Anders dan veel liberale theologen ons willen doen geloven, is het geloof in de goddelijke identiteit van Jezus geen late en langzame ontwikkeling. Deze overtuiging hoort vanaf het allereerste begin bij de kern van het christelijk geloof. Het geloof in de ene God is voortaan onlosmakelijk verbonden aan Christus in Wie God Zich geopenbaard heeft (christologisch monotheïsme).

Gods verkiezing van Israël komt bij Paulus in een verrassend nieuw licht te staan, nu ook heidenen bij het volk van God mogen horen. Hoe vreemd deze gedachte misschien ook was voor veel van zijn tijdgenoten, volgens Paulus is dit consistent met de belofte die God aan Abraham gegeven heeft dat in hem alle volken van de aarde gezegend zullen worden. Deze belofte is tot vervulling gekomen in de Messias die Israëls roeping om een zegen te zijn voor de wereld werkelijkheid maakt.

Ook de verwachting dat God eenmaal recht zal doen in de wereld en aan mensen ondergaat bij Paulus een radicale revisie. In plaats dat God pas optreedt aan het einde der tijden, doet Hij dit midden in de tijd. Dit wordt zichtbaar in Jezus’ opstanding: iets wat eigenlijk pas verwacht kan worden voor het einde der tijden, vindt midden in de geschiedenis plaats. Het laatste der dagen is al begonnen; God is nu al bezig om de volken in te zamelen voor Zijn Koninkrijk.

Veelzijdig portret

In veel opzichten is dit een boek om dankbaar voor te zijn. Ook wie op bepaalde gebieden kritiek op Wright heeft, kan ontzettend veel van dit boek leren. Door zijn serieuze omgang met de geschiedenis slaagt de auteur erin een veelzijdig beeld te schetsen van Paulus in zijn historische context. Voeg daarbij de evenwichtige theologische benadering waarbij hij het goede uit verschillende benaderingen van Paulus destilleert, en er ontstaat een veelzijdig portret van de grote apostel der heidenen.

Op verschillende punten sluit Wright nauw aan bij de gereformeerde traditie. Een voorbeeld hiervan is zijn aandacht voor de notie van het verbond. Wat gereformeerde christenen ook van Wright kunnen leren, is het besef van het “grote verhaal” van God met deze wereld. Paulus komt niet uit de lucht vallen, maar moet verstaan worden in het veel grotere kader van de heilsgeschiedenis. Het gaat niet alleen om het individu, maar ook om Gods weg met Israël en de wereld. Tegelijk dreigt bij Wright het gevaar dat hij te weinig aandacht vraagt voor de notie van het persoonlijke heil. Hij ontkent dat niet, maar het speelt een minder prominente rol dan bij Paulus het geval is.

Rechtvaardiging

Wat mij –in overeenstemming met critici als Westerholm en Gathercole– niet overtuigt, is Wrights hardnekkige bewering dat als de Schrift over Gods gerechtigheid spreekt, dit opgevat moet worden als Zijn verbondstrouw. Natuurlijk, Gods gerechtigheid heeft te maken met het verbond en uit zich ook in Zijn trouw aan Zijn verbond. Maar ze gaat daar niet in op. “Gerechtigheid” betekent eerst en vooral: recht doen, doen wat goed is. Gods gerechtigheid betekent in de eerste plaats dat Hij doet wat goed is.

Er zijn ook vragen te stellen bij Wrights visie op de rechtvaardiging door het geloof. Vooropgesteld, hij laat zich hierover veel genuanceerder uit dan in het verleden. Wat versimpeld gezegd: in eerdere publicaties stelde Wright dat rechtvaardiging niet gaat over de vraag hoe je gered wordt, maar over de vraag wie er bij het volk van God hoort. Nu echter zegt Wright dat het bij rechtvaardiging wel degelijk gaat over verandering van status: van onrechtvaardig naar rechtvaardig. Hij houdt beide elementen bij elkaar: wie gerechtvaardigd is, gaat (als vanzelf) bij het volk van God horen.

Ook toont Wright meer begrip voor hoe de reformatorische traditie spreekt over de toegerekende gerechtigheid van Christus, al blijft hij bij zijn overtuiging dat deze gedachte zo bij Paulus niet terug te vinden is. Ik ben ervan overtuigd (en heb dat ook uitgewerkt in mijn dissertatie) dat de reformatorische visie dat de ‘vreemde’ gerechtigheid van Christus aan de gelovige wordt toegerekend en geschonken, wel degelijk te verdedigen is – als aspect van het in-Christus-zijn. De ‘bouwstenen’ hiervoor zijn al bij Paulus te vinden.

Wie Wright over de rechtvaardiging leest, doet er goed aan het recente boekje van S. Westerholm “Justification Reconsidered” ernaast te lezen. Want zelfs machtige kastelen hebben hun zwakke plekken. Maar laat wie daarop schiet, niet vergeten eerst een paar stappen naar achteren te doen en onder de indruk te komen van de imponerende schoonheid van het geheel. Want daarin is Wright als geen ander in geslaagd: om de rijkdom, de diepte en de hoogte van Paulus’ adembenemende theologie zichtbaar te maken. Daar mogen we hem dankbaar voor zijn.

‘Imponerende weergave van Paulus’ theologie’, bespreking van Paul and the Faithfulness of God, N.T. Wright; uitg. SPCK, Londen, 2013; ISBN 978 0 281 05555 5; xxviii + 1658 blz.; prijs onbekend, in: Reformatorisch Dagblad, 23-04-2015