„Er is niet veel geloofszekerheid in bepaalde delen van de Gereformeerde Gezindte,” onderkent Dr. M. Klaassen „Deze problematiek rondom de toe-eigening van het heil, is veelal het gevolg van de prediking. Als er via de preek geestelijk leiding wordt gegeven, valt een deel van dit probleem weg.”

„Zo de priester, zo het volk‟ meent dr. M. Klaassen, Hervormd predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland. „De vragen zoals wij die kennen, zijn een typisch Nederlands fenomeen. Mede dankzij contacten via de Leicesterconferentie, weet ik dat dit in andere landen minder speelt.‟

Gereformeerde Bond

Ook in zijn eigen achterban, binnen de Gereformeerde Bond, speelt de worsteling rondom geloofszekerheid een minder grote rol. „Hier kom ik een andere kant tegen, die ik ook wel eens zorgelijk vindt. Een tamelijk gemakkelijke geloofsbeleving, met weinig strijd en nauwelijks beproeving van de zekerheid. Hieruit blijkt dat er weinig doorleving is van het geloofsleven, dat vind ik evengoed zorgelijk. Dan is er namelijk wel een bepaalde zekerheid, maar de vraag is hoe diep dit wortelt. Kan dit geloof tegenslag en lijden aan?

Verondersteld geloof

Soms ben ik bezorgt dat we de Gereformeerde Kerken achterna gaan. Daar was sprake van veronderstelde wedergeboorte, in bondskringen lijkt soms sprake te zijn van verondersteld geloof. Dan klinkt het appèl van geloof en bekering nauwelijks meer. Dat is zorgelijk. Gezonde geloofszekerheid is vrucht van de prediking. Dit betekent dat men het heil voortdurend buiten zichzelf zoekt. In de beloften van God, daar vindt verankering plaats. Niet in het geloof van het subject, de gelovige zelf.‟

Streekgebonden

Als jong predikant begon Klaassen zijn bediening in Hedel, een gemeente in de Bommelerwaard. „In die gemeente was een behoorlijke vleugel vanuit het ‘Gekrookte Riet’ aanwezig. Daar kwam ik geregeld lijdelijkheid onder ouderen, of werkelijke worstelingen rondom de toe-eigening van het heil. Mijn tweede gemeente, Sliedrecht, bevindt zich in de Alblasserwaard. In die streek heerst een bevindelijk geloofsklimaat, dat zich richt op het Woord. Ik merk dat men veel vrijmoediger spreekt over de Heere.‟

Deze open manier van spreken over de omgang met de Heere, kwam Klaassen ondermeer tegen bij de volgelingen van dominee H. Hofman, die decennialang geleden in een zelfstandige Hervormde afdeling in Sliedrecht diende. „Die gemeente telde zo’n voor de oorlog wel zo’n 500 man. Na de oorlog kwam dominee Hofman, die hier met veel zegen preekte. Veel mensen kwamen tot ruimte. Bij zijn overlijden verwees Hofman de gemeente terug naar de Hervormde Kerk, waar inmiddels een wijkgemeente met gereformeerde bondssignatuur was ontstaan. De gemeenteleden van toen, zijn de tachtigers en negentigers van nu. Ik herinner me dat ik hier net was bevestigd, toen één van die ‘Hofmannen’ hier op de stoep stond. Hij wilde me zien, zo sprak hij. Terwijl hij nog met de jas in de hand stond, zei hij: ‘Er is in mijn leven een groot wonder gebeurd dominee, God heeft mijn zonden vergeven!’ Ik had de man nooit ontmoet en werd overrompeld door zijn getuigenis. Dit kom je hier vaker tegen, met name bij oudere mensen.‟

Worsteling

„Vragen rondom de toe-eigening van het heil, worden met name gesteld in tradities die zich oriënteren op de Nadere Reformatie.” meent Dr. M. Klaassen. „Meer dan in kringen waar de nadruk ligt op de Reformatie. Naar mijn overtuiging wordt ook in de Nadere Reformatie op een gezonde, pastorale en evenwichtige manier gesproken wanneer men als doel had mensen te leiden tot de zekerheid van het geloof. Dat verlangen was aanwezig. Ik ken geen Nadere Reformator, denk aan Teelinck en à Brakel, die het opnemen voor onzekerheid en twijfel. In de Redelijke Godsdienst roept Wilhelmus à Brakel op om de roeping en verkiezing vast te maken. Ik merk in de huidige prediking binnen een groot deel van de Gereformeerde Gezindte eenzelfde verlangen.”

Verwondering

Volgens de predikant ontstaat geloofszekerheid meer in een proces, dan in een moment. „Besef dat als je de Heere mag kennen, daarvoor dezelfde genade nodig is als bij Paulus. Bij hem was sprake van een acute bekering. Toch is voor een geleidelijke bekeringsweg hetzelfde Goddelijke initiatief nodig. Als je dat werkelijk beseft, raak je de indruk. Verwondering is brandstof voor de lofprijzing van God. Ik mag de Heere nu zestien jaar kennen, maar de verwondering is alleen maar toegenomen. ‘Waarom ik?’ Het is een wonder, dat wonder moet blijven. ‘Amazing grace’, voortdurende verwondering over Gods genade. Als de spanning rondom geloofszekerheid wegvalt uit het komen tot de Heere, is het gevaar dat het ‘wonder er uit gaat’. En daarmee ook de verwondering. Ik word kritisch als ik die noties mis in de prediking en bij pastorale gesprekken.” Betekent dit dat geloofszekerheid niet mogelijk is? „Integendeel‟, meent Klaassen. „In het leven met de Heere kan er een fase aanbreken waarin de twijfel rondom de zekerheid van het geloof verdwijnt. De voortdurende bewustheid van het kindschap komt vast te liggen, door Gods levensleiding. Dat is waar we naar mogen staan; onze roeping en verkiezing vastmaken in de Heere.”

Verlangen

Een belangrijke graadmeter bij pastorale gesprekken met mensen die worstelen met vragen rondom geloofszekerheid, is voor dr. M. Klaassen de vraag of men werkelijk verlangt naar de Heere. „Per persoon die je spreekt vraagt dit om de afweging of er sprake is van werkelijke existentiële nood, of gemakzucht en luiheid. Tegen mensen die werkelijk de Heere zoeken, zeg ik twee dingen. Allereerst dat er al iets is gebeurd. Er heeft een kruis gestaan, de verzoening is reeds aangebracht. Jezus sprak: ‘Het is volbracht’. Ten tweede onderstreep ik de realiteit dat er al sprake is van Gods spreken, in het leven, als men de Bijbel leest en naar de preken luistert. Hij klopt op het hart en komt met Zijn beloften naar je toe. Je bent gedoopt, dat is een pleitgrond. Maar wat doe je ermee? Vaak gaat daar een werkelijkheid van strijd en worsteling achter schuil. Als iemand oprecht zoekt, roep ik op tot volharding. Zoek en je zult vinden, klop en de Heere zal opendoen. Wat de Heere de één in drie dagen leert, leert Hij een ander in drie maanden of dertig jaar. De Heere gaat met ieder een eigen weg. Ik weet echter onfeilbaar zeker dat de Heere geen bidder laat staan. Houd aan, grijp moed, je hart zal vrolijk leven! (Ps. 69, red) Luther zegt terecht: ‘Zet de zak met beloften maar voor de deur van God!’ Je zult zien dat de Heere op Zijn tijd, Zijn beloften waarmaakt.”

Graag gebruikt de predikant het voorbeeld van een stoel, als hij leiding geeft aan vragen rondom de zekerheid van het behoud. Dr. M. Klaassen: „Kan ik zeker zijn van mijn behoud? Ja, dat kan. Zekerheid is mogelijk vanwege Christus, vanwege het Woord, vanwege het verbond en vanwege het getuigenis van de Geest. Vergelijk het maar met een stoel met vier poten.

Verwaarlozing

Dominee Klaassen is bezorgd dat predikanten en pastores een belangrijk middel maar weinig benutten bij hun bediening. „En dat is het gebed. De dienst van de voorbede is een sterk verwaarloosd aspect binnen de bediening. We mogen de gemeente voorgaan in gebed, niet alleen op de kansel, maar ook in de binnenkamer. Iedere dag. Ik geloof dat als iemand dagelijks zijn nood bij de Heere neerlegt, hier wonderen op volgen. Ik heb verschillende voorbeelden gezien van een geestelijke doorbraak op het gebed. Laten predikanten de geestelijke nood van hun gemeenteleden zelf meedragen als nood op het hart.‟

Moderne vraag

In een recente uitgave stelt dr. H. van den Belt dat geloofszekerheid een typische vraag vanuit de moderniteit is. Klaassen: „Zijn boekje over geloofszekerheid beveel ik van harte aan. Hij stelt dat deze vraag tijdens de Reformatie zo niet speelde. De meest bevindelijke groepen zijn in feite heel modern. Rondom de Reformatie, aan het begin van de zeventiende eeuw, ontstond de Verlichting. Hierbij vond een wending plaats naar het subject, de persoon zelf. Dit was een algemeen patroon in het denken van die tijd, los van kerk en geloof. Bij Descartes zie je bijvoorbeeld eenzelfde beweging: ‘Ik denk, dus ik ben.’ Dit ging niet aan de kerk voorbij. We zien hier sporen van bij de Puriteinen en ook in de Dordtse Leerregels. Tegelijkertijd hoeven we deze waarneming niet als kritiek op te vatten. De theologie en geloofsbeleving staan namelijk nooit helemaal los van de context waarin men leeft. Wat in de cultuur plaatsvindt, raakt ook de kerk. Waar Calvijn het geloof nog duidt als geheiligde kennis, zien we dat bijvoorbeeld Jonathan Edwards enkele eeuwen later met name spreekt over de wil en het gevoel. Er ontstond een scheiding tussen subject en object, zoals die eveneens plaatsvond in de Verlichting. ‘Het Woord kan wel waar zijn, maar is dit ook waar voor mij? Hoe weet ik dat zeker?’ Voor Calvijn en Luther speelden deze vragen in mindere mate.”

Klaassen voelt zich van binnenuit verbonden met het Puritanisme en de Nadere Reformatie. „Het zou naïef zijn om te zeggen dat de ontwikkelingen in die periode niet goed waren. De Heilige Geest verbindt Zich aan de tijd waarin mensen leven. Wij zijn immers kinderen van onze tijd. In de postmoderniteit ontstaan weer nieuwe vragen, daarom hebben we theologie te bedrijven en te preken in de context waarin wij geroepen worden. Aan ons de opdracht om een goede balans te vinden tussen aandacht voor het verstand, het intellect, de gevoelens en de wil. Doe daarbij winst met wat uit het verleden wordt aangereikt.‟

‘Fundament onder de zekerheid’, interview Gezinsgids. Christelijk magazine voor het gezin, september 2015, 15-17