Achter de theïstische evolutie ligt het onchristelijke deïsme op de loer, stelt ds. M. Klaassen. Christenen die op deze manier schepping en evolutie willen verenigen, zijn zich daarvan onvoldoende bewust.

In zijn artikel “Christus verlost ons van de evolutie” (RD van woensdag) stelt drs. Gijs van den Brink terecht de vraag hoe het geloof in evolutie zich verenigt met de aard van God. De evolutietheorie claimt dat al wat is, inclusief de meest complexe organismen, te herleiden is tot blinde natuurkrachten. Evolutie is per definitie een blind, ongecontroleerd en wreed proces, waarbij het recht van de sterkste prevaleert.

Aanhangers van theïstische evolutie aanvaarden te klakkeloos de vooronderstellingen waarop de evolutietheorie is gebouwd. Enkele jaren geleden heeft Cornelius Hunter in zijn boek “Darwin”s God” laten zien hoezeer Darwins theorie bepaald is door diens theologische vragen. Dit punt wordt vaak over het hoofd gezien, maar verheldert veel. Hoewel de evolutietheorie zich aandient als een wetenschappelijke theorie, heeft ze een overduidelijke metafysisch karakter.

Darwins theorie is door vele niet-gelovige wetenschappers aanvaard vanwege de naturalistische vooronderstellingen, maar velen lijken niet te weten dat Darwins theorie is geboren uit zijn theologie. Darwin kon namelijk niet geloven dat als God een wereld zou scheppen, Hij deze z¾ zou scheppen als hij zich thans aan ons voordoet. Deze schepping, waarin zo veel gebeurt wat Darwin verbijsterde, lijkt niet gepast voor God.

Natuurwetten

Darwin leed onder het zicht van een wereld vol dierenleed, ziekten en virussen. Deze schepping, die zo vol kwaad en ongerijmdheid is, kan niet het werk zijn van een goede God. Vandaar dat Darwin probeerde een strikt naturalistische verklaring te vinden voor de ontwikkeling van de soorten. In plaats dat God de soorten schept, maakt Hij gebruik van de natuurwetten. Deze zijn blind en onpersoonlijk en dat verklaart het gebrek aan harmonie en symmetrie in de schepping.

Darwin, die zeker geen atheïst was, probeerde de afstand tussen God en de (in zijn ogen) onvolkomen schepping bewust te vergroten, om zo de onvolkomenheden van de schepping te kunnen verklaren en accepteren. In feite is zijn theorie een bewuste theodicee!

In wezen is Darwins visie een variant op het deïsme, dat stelt dat God geen actieve rol speelt in de schepping. Alleen wie dat theologische gegeven accepteert, kan een vorm van theïstische evolutie aanhangen. Niet alle theïstische evolutionisten lijken deze ongerijmdheid te zien.

Een markant voorbeeld van iemand die het geloof in God de Schepper wilde vasthouden naast de bevindingen van de evolutietheorie was de gereformeerde Amerikaanse theoloog Benjamin Warfield. Hij stelde dat God de evolutie gebruikt heeft als instrument waarmee Hij schiep. Tegelijk handhaafde Warfield dat God het overzicht in het evolutieproces vasthield. God is verantwoordelijk voor elk nieuw initiatief, elke nieuwe richting die de evolutie insloeg.

Dat moest Warfield ook wel, omdat hij als onverdacht gereformeerd theoloog de belijdenis van Gods voorzienigheid wenste te handhaven. Hij meende zo het geloof in God op gelijke voet te kunnen houden met de bevindingen van de wetenschap.

Ongeleid projectiel

Toch wringt het hier – en dat geldt voor elke vorm van theïstische evolutie. Waarom? Omdat het idee van schepping doelmatigheid veronderstelt, terwijl het specimen van evolutie de volstrekte willekeur is. De mens en de werkelijkheid om ons heen zijn dus een toevalsproduct van het ongeleide projectiel van de evolutie.

Schepping en evolutie zijn twee helften die niet op elkaar passen. Zoals wetenschapshistoricus J. H. Brooke schrijft: “Het zou niet moeilijk moeten zijn om te zien waarom intelligente mensen vaak het standpunt hebben ingenomen dat Darwins theorie, mits goed begrepen, en christelijke visies van een actieve voorzienigheid niet alleen onverenigbaar zijn, maar tot twee wederzijds uitsluitende gedachtewerelden behoren.”

Achter het theïstische evolutionisme ligt -zoals bij Darwin zelf blijkt- een gevaarlijk deïsme op de loer. Christenen die een bepaalde vorm van theïstische evolutie aanhangen zijn zich onvoldoende bewust dat het hier gaat om twee botsende wereldbeschouwingen en zullen zich meer rekenschap moeten geven van hun theologische keuzes.

‘Deïsme basis van theïstisch evolutionisme’, in: Reformatorisch Dagblad, 13-02-2009