‘Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken…’. Zo begint tachtig jaar geleden de bekende historicus Johan Huizinga zijn boek ‘In de schaduwen van morgen’. Het zou vandaag geschreven kunnen zijn.

Ja, wij leven in een bezeten wereld. Een wereld waarin dagelijks duizenden vluchtelingen en gelukszoekers over de hekken van Europa klimmen om binnengelaten te worden, waar vliegtuigen zomaar uit de lucht geschoten kunnen worden en terreur zomaar kan toeslaan.

Nederlands kijken met onbehagen naar de toekomst, zo bleek onlangs uit een grootschalig onderzoek van NRC Handelsblad. De invasie van asielzoekers,  het terrorisme dat steeds dichter bij lijkt te komen en het internationaal oprukkend rechts-extremisme leiden ertoe dat mensen de toekomst met zorg tegemoet zien. Deze stemming raakt ook kerken en christenen. Leven we in de eindtijd?

Wie de eindtijd aan de orde stelt, trekt onmiskenbaar de aandacht van velen. De recente hype over het boek ‘Wake up’ –dat herdruk na herdruk beleefde– is er een voorbeeld van. Studiedagen over dit boek waren uitverkocht. Aan de hand van de Bijbelse feesten leiden de auteurs van dit boek af dat de opname van de gemeente zeer nabij is.

Leven wij aan het einde van de geschiedenis? Staan wij vlak voor dat ontzagwekkende moment dat er abrupt een punt wordt gezet achter de wereldgeschiedenis en dat op ontzagwekkende wijze –door vuur, door oordeel, door wereldschokkende gebeurtenissen– het Koninkrijk van God baan breekt?

Er zijn twee antwoorden op die vraag: ja – en nee. Nee, want “…die dag en dat uur is aan niemand bekend…”(Matth. 24:36). Nee, want ‘…die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf geopenbaard is…’ (2 Thess. 2:3). En ja, wij leven er steeds dichter bij. Het is allebei waar. Wij weten het niet – en tegelijk: we komen er steeds dichter bij. Sinds Pinksteren is het aftellen begonnen. Wij leven in het laatste der dagen. Al tweeduizend jaar is de Geest rusteloos aan het werk, bezig om voor de naderende regen de grote oogst binnen te halen – uit alle talen, naties en geslachten. Hij werkt zolang het dag is. Want de nacht komt,  waarin niemand werken kan. Ook de Geest niet meer… Ja, wij leven dus aan het eind van de wereldgeschiedenis.

Met het bovenstaande zijn de meeste christenen het wel eens. Wat velen echter intrigeert, is de vraag of er redenen zijn om te veronderstellen dat wij aan het ‘einde van het einde’ leven? Je hoeft je niet aan toekomstvoorspellingen te wagen om daar toch iets over te zeggen.

Tekenen

In Mattheus 24 spreekt Jezus kort voor Zijn lijden over de tekenen der tijden, de tekenen van de eindtijd. Het is belangrijk daarbij op te merken dat de eindtijd de hele periode is tussen Pinksteren en Wederkomst. Veel van de tekenen die daar genoemd worden, komen dus gedurende heel die periode voor. Aardbevingen, hongersnood, verleiders, vervolging, oorlogen en geruchten van oorlogen zijn van alle tijden. Ze kenmerken heel de periode voor de wederkomst. Toch suggereert dit Bijbelgedeelte dat er naar het einde toe een intensivering plaatsvindt. In die zin is het veelzeggend dat de 20e eeuw de meeste oorlogsslachtoffers ooit gekend heeft.

Een heel duidelijk teken van de eindtijd is de voortgaande verkondiging van het evangelie. ‘En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in heel de wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen’ (Matth. 24:14). Met name de laatste tweehonderd jaar heeft de zending een verbazingwekkende vlucht genomen. Waren rond 1800 ongeveer 2000 volken bereikt met het evangelie, in 2000 zijn dat er 12.000 – een groei van 10.000 bevolkingsgroepen in 200 jaar. En wie beseft dat er zo’n 13.000 leven, begrijpt dat het einde in zicht komt en dat de laatste fase van de wereldzending is ingegaan. Gezien de sterke groei aan technische mogelijkheden is het niet ondenkbaar dat de laatstebevolkingsgroepen binnen enkele tientallen jaren bereikt zullen worden.

Een ander teken is Israël. Nu is voorzichtigheid op zijn plaats als het gaat om het duiden van gebeurtenissen rond Israël. Maar een ding is duidelijk: er is een toekomst voor dat land. God zal zich opnieuw over Zijn oude bondsvolk ontfermen. Dat hangt op het allernauwst samen met de eindtijd. Paulus schrijft dat wanneer de volheid van de heidenen zal binnengegaan zijn, heel Israël zalig zal worden. ‘De verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jacob.’ (Rom. 11:26). Ook voor wie het te ver gaat de terugkeer naar het Beloofde Land een teken te noemen van de eindtijd, kan zich op zijn minst afvragen of het ermee te maken zou kunnen hebben. Verschillende theologen in de 17e en 18e eeuw hebben een verband gezien tussen de bekering van Israël en de terugkeer naar hun land. Iemand vergeleek het met een steen die in het water wordt gegooid. Het evangelie is een steen die in Jeruzalem in het water gegooid is en de golfslag die toen ontstond, gaat de hele wereld door  totdat het weer uitkomt waar het begon: in Jeruzalem.

Tegelijk, hoewel er signalen van het einde zijn, wijst de Bijbel er ook op dat het leven voor Jezus’ wederkomst ogenschijnlijk normaal zal lijken. ‘Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten huwelijk geven, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn’ (Matth. 24:38-39). En datzelfde geluid is ook te horen in de eerste Thessalonicenzenbrief: ‘Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht. Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw en zij zullen het beslist niet ontvluchten’ (1 Thes. 5:2-3). Het een moet niet uitgespeeld worden tegen het ander. Er zijn signalen om verhoogd waakzaam te zijn; tegelijk is er dat andere accent: alles gaat zijn gang, het gaat zoals altijd, eten, drinken, trouwen – en dan ineens: een dief in de nacht, plotselinge weeën die op komen zetten en je overvallen…

Waakzaam

Daarom is het belangrijk voor een christen om waakzaam te blijven en te volharden. De uitspraak van professor Gunning is hier op zijn plaats: ‘Als wij Christus op een dag verwachten, kunnen wij ons vergissen. Maar als wij Hem elke dag verwachten, kunnen wij ons niet vergissen!’

De Bruidegom komt. Hij is vlakbij. Maar wie dagelijks bidt om olie in de lamp, hoeft zich niet mee te laten zuigen in onheilsstemmingen en -profetieën.  Waar velen zeggen ‘Wie zal ons het goede doen zien’ (Ps. 4: 7) en waar menig medelander niet gerust is op de toekomst, mag een christen dat juist wel zijn. De Leeuw uit de stam van Juda heeft overwonnen. Het boek van de geschiedenis rust in Zijn hand (Openb. 5:5). De toekomst is aan Christus.

Het einde in zicht? Dan begint het pas. Maranatha!

‘Het einde in zicht’, artikel ‘Toegespitst’, in: Reformatorisch Dagblad, 02-01-2016