Boeken over de verzoening kunnen meestal op de nodige aandacht rekenen. Ook “Jezus in ons” van Ton de Ruiter veroorzaakte de afgelopen tijd de nodige deining. Dat is niet vreemd gezien het feit dat de auteur vanwege verandering van inzicht over de verzoening zijn ambt als predikant binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt neerlegde. De Ruiter rekent in zijn boek radicaal af met de traditionele visie op verzoening door voldoening.

Al in zijn voorwoord zet hij de toon door het verhaal te vertellen van een gekwetste vader die, beschadigd door het gedrag van anderen, zijn woede nota bene koelt op zijn eigen zoon. “Zo iemand lijkt psychisch gestoord.” Aan de hand van deze vergelijking stelt hij de vraag waarom God Zijn Zoon zou moeten straffen vanwege de zonden van de mens. De Ruiter meent dat dit een vertekening is van het Bijbelse verhaal: Gods gerechtigheid hoeft niet genoeg gedaan te worden.

Daar tegenover stelt De Ruiter een nieuwe kijk op verzoening: niet Gods toorn is het probleem, maar “ons egocentrisch denken en doen.” Dit probleem wordt opgelost als mensen zich bekeren en door Jezus een en eensgezind met God worden. Vandaar de titel: Jezus in ons (in plaats van: Jezus voor ons). God vergeeft zonder betaling en heeft daar het offer van Zijn Zoon niet voor nodig. De klassieke verzoeningsleer gaat “werkelijk tegen alle verstand in en is onlogisch.”

Om deze radicale revisie te onderbouwen neemt De Ruiter de lezer mee in een toer door de hele Bijbel waarbij hij ”gewoon” de Bijbel wil lezen. Bijbelboek na Bijbelboek wordt de vraag gesteld hoe hierin tegen verzoening wordt aangekeken. Telkens weer is de conclusie van De Ruiter dat de Schrift geen plaats kent voor de gedachte van het plaatsvervangend lijden van Christus. Verzoening ontstaat ”gewoon” als mensen berouw hebben van hun misdaden en met hernieuwde toewijding voor God willen leven. “Leven in vertrouwen en gehoorzaamheid is de weg tot vrede met God en dus tot verzoening.”

Hierbij neemt De Ruiter tevens afstand van de gereformeerde visie van de gebondenheid van de menselijke wil: mensen hebben volgens hem de keuzevrijheid om al dan niet gehoor te geven aan Gods stem, ook na de zondeval.

Hoewel De Ruiter zijn visie presenteert als een nieuwe kijk op verzoening, is er weinig nieuws aan. Hij schaart zich in de lange rij van dissidenten die voor hem afstand namen van deze leer. Zijn alternatieve visie van verzoening door wedergeboorte ligt in de lijn van het liberale protestantisme van de 19e eeuw.

De Ruiter stelt -net als de socinianen in de 17e eeuw- dat de plaatsvervanging “niet logisch en niet te begrijpen is.” Hoezo zou dat een criterium moeten zijn? Wie meent dat de logica het voor het zeggen moet hebben in de theologie, heeft geen ruimte meer voor het mysterie en kan bijna alle kernen van de geloofsleer (zoals de triniteitsleer) wel van de hand wijzen. Is vanaf het begin van de christenheid het kruis niet als een ergernis en dwaasheid ervaren (1 Kor. 1:23)?

Ik heb dit boek als zeer onbevredigend ervaren, niet alleen vanwege de inhoud die geen recht doet aan de Schrift, maar tevens vanwege de wijze waarop De Ruiter dit doet. Wie een dergelijk gevoelig thema aan de orde stelt, moet zeer consciëntieus te werk gaan. De Ruiter is op dit punt ernstig tekortgeschoten. Zijn exegese is vaak onvolledig en het lijkt alsof de conclusies van tevoren al vaststaan. Alternatieve standpunten worden niet besproken.

Daarnaast toont hij geen enkele bekendheid met de relevante theologische lectuur vanuit de Angelsaksische wereld, waarin de houdbaarheid van de klassieke verzoeningsleer vanuit de Schrift en de traditie recent op een fundamentele wijze is onderbouwd (onder anderen Morris; Jeffery, Ovey en Sach; Marshall).

Het boek leest ook niet prettig: de toer door de hele Bijbel heeft iets vermoeiends. Bespreking van de kernteksten was beter op haar plaats geweest. Waar De Ruiter dat wel doet, schiet hij ernstig tekort. Zo veegt hij Jesaja 53 als onderbouwing van de plaatsvervanging op een naïeve, mijns inziens een theoloog onwaardige manier van tafel. Zelfs een moderne theoloog als Otfried Hofius, zelf absoluut geen aanhanger van de leer van de plaatsvervanging, erkent dat Jesaja 53 wel degelijke het principe van de plaatsvervanging bevat.

Daarnaast bevat het boek verschillende onjuistheden, zoals de bewering dat verzoening door voldoening pas sinds de Reformatie gangbaar is geworden.

Mijn theologische bezwaren tegen dit boek zijn drieërlei: verzoening in de Schrift betekent niet, zoals De Ruiter meent, een tweespalt tussen de Vader en de Zoon. Dat is de karikatuur van de toornende vader die zijn onschuldige kind in woede slaat. Verzoening is echter het initiatief van de drie-enige God, de ultieme daad van liefde waarbij God Zelf, in Christus, de schuld op Zich neemt en de verantwoordelijkheid draagt van het kwaad dat Hem door anderen is aangedaan.

Mijn tweede bezwaar is dat in de optiek van De Ruiter het forensische aspect van de verlossing (plaatsvervanging, toerekening) uitgespeeld wordt tegen het aspect van de participatie (de gemeenschap met Christus). Had hij beter Calvijn gelezen, dan had hij gezien dat hier helemaal geen sprake hoeft te zijn van een tegenstelling. Wie, net als Calvijn, denkt vanuit de gemeenschap met Christus kan zowel recht doen aan het forensische aspect van de verlossing als aan de vernieuwing die volgt uit de gemeenschap met Christus. Zij vormen een eenheid die hun samenhang vinden in Christus.

Mijn derde bezwaar is dat de visie van De Ruiter het faillissement betekent voor de zekerheid van het geloof. Het is niet wat Christus in ons doet dat leidt tot “overtuigende zekerheid en rust.” Elke theologie die de gelovige terugwerpt op zichzelf in plaats van op het volbrachte werk van Christus buiten ons, is misleidend en niet pastoraal.

Kortom: een onvolledig boek dat meer vragen oproept dan antwoorden geeft en dat in stijl en presentatie een theoloog onwaardig is. Wie de gemeente Gods verwart op het punt van het enige fundament van de verlossing doet de kerk geen dienst.

‘Faillissement van de geloofszekerheid’. Bespreking van Ton de Ruiter, Jezus in ons. Een andere kijk op verzoening, Kampen 2009. In: Reformatorisch Dagblad, 09-04-2010