Een indringend en eigenzinnig boek. Zo zou ik “The Doctrine of the Word of God” van de Amerikaanse theoloog John Frame willen karakteriseren. Wat had ik dit boek graag eerder in handen gekregen!

buitenlandse theologie

Tien jaar geleden bijvoorbeeld, toen ik theologie studeerde en indringende vragen over de aard en de betrouwbaarheid van de Schrift zich aan me opdrongen. Dit boek had toen -naast de Bijbel- een lamp voor mijn voet kunnen zijn. Helaas, het was er toen nog niet. Maar nu wel. En daar ben ik blij om. “The Doctrine of the Word of God” levert een belangrijke bijdrage om vanuit orthodox perspectief over de aard en de betekenis van het Woord van God na te denken.

Hoewel hij in Nederland niet erg bekend is, is John M. Frame in de Angelsaksische gereformeerde wereld een befaamde theoloog. Hij verkreeg bekendheid door de publicatie van boeken op het gebied van apologetiek, epistemologie, ethiek en systematische theologie. Hoewel hij de zeventig al gepasseerd is, is Frame nog steeds werkzaam als docent systematische theologie en filosofie aan het Reformed Theological Seminary in Orlando (Florida).

Dit boek over de Schriftleer is het laatste in een serie van vier, getiteld “A Theology of Lordship”, het theologische levenswerk van de auteur. Eerder verschenen in deze serie delen over de leer van de kennis van God, de leer van God en de leer van het christelijke leven. Het kenmerkende van Frames benadering is dat hij het Heer-zijn van God als centraal thema van de theologie kiest. God is Heer en dit Heer-zijn van God raakt alle aspecten van het leven en van de werkelijkheid. Centraal in alle delen staan de drie “Lordship”-attributen: controle, autoriteit en tegenwoordigheid. We zullen zien dat Frame deze aspecten ook op de Heilige Schrift betrekt.

De auteur zegt onomwonden in zijn voorwoord dat dit het beste boek is dat hij tot nu toe geschreven heeft. Daar kon hij wel eens gelijk in hebben. Het boek heeft in de Engelstalige wereld een goede pers gekregen. Gerenommeerde theologen als Carson, Vanhoozer en Packer spreken op het omslag hun waardering uit voor de inhoud ervan. Carson is het met Frame eens dat dit het beste is wat hij geschreven heeft.

Het boek, dat bijna 700 bladzijden telt, is opgebouwd uit vier delen: 1. Oriëntatie, 2. Gods Woord in de moderne theologie 3. De aard van Gods Woord en 4. Hoe Gods Woord tot ons komt. Een korte impressie van wat elk onderdeel te bieden heeft.

Oriëntatie

Het eerste deel, de oriëntatie, is belangrijk, omdat de auteur hier zijn “mission statement” geeft. De centrale these van Frame is kort gezegd: de Schrift is Gods persoonlijke communicatie met ons. De eerste zin van hoofdstuk 1 maakt duidelijk wat de auteur hiermee bedoelt: “De belangrijkste stelling van dit boek is dat Gods spreken tot de mens echt spreken is. Het lijkt erg op hoe de ene persoon tot de andere spreekt. God spreekt zo dat wij Hem verstaan kunnen en op de gepaste wijze kunnen reageren.” Dit laatste element -het gehoorzamen- is belangrijk. De Schrift is in Frames optiek het document van de God die Heer is (“Lordship”): het is gezaghebbend spreken dat gehoord wil worden.

Die reactie kan heel divers zijn. Het kan geloven zijn, gehoorzamen, je verheugen, berouw hebben, treuren – in elk geval: Gods spreken is er telkens op gericht de door Hem gewilde respons op te wekken. Het verhaal van de Schrift is het verhaal van mensen die Gods spreken gehoorzaam of niet ongehoorzaam zijn.

Moderne theologie

Vervolgens gaat de auteur in op het Schriftverstaan in de moderne theologie, een Schriftvisie die wijdverbreid is, maar haaks staat op het zelfverstaan van de Bijbel als geïnspireerd Woord van God – en natuurlijk op de daarop geënte gereformeerde Schriftbeschouwing. Het is interessant dat Frame niet alleen moderne theologen bespreekt, maar ook een dieptepeiling doet en de moderne theologie ontmaskert als poging om de menselijke autonomie centraal te stellen. “Intellectuele autonomie is het standpunt dat mensen het recht hebben kennis te verwerven van Gods wereld zonder onderworpen te zijn aan Gods openbaring.” Wie zo opereert, verwerpt het Heer-zijn van God en komt automatisch terecht in een van de vele vormen van irrationalisme of rationalisme. Het irrationalisme ontkent dat er een Heer is en stelt dat er geen uiteindelijke betekenis is in het universum; het rationalisme zoekt kennis te verwerven binnen de parameters van de geschapen werkelijkheid (en maakt daarmee de schepping tot Heer). In plaats van de verzelfstandiging van de menselijke rede, zoals die plaatsheeft binnen de moderne theologie, opteert de auteur ervoor de rede te laten opereren binnen de grenzen van de openbaring. Zo erkent de mens het Heer-zijn van God, en laat hij zich gezeggen door Gods openbaring.

Aard

In het derde deel gaat Frame in op de aard van het Woord van God. Belangrijk is zijn opmerking dat het Woord van God meer is dan de Bijbel. De Bijbel is Gods Woord, maar Gods Woord is breder dan de Bijbel. Frame definieert het Woord van God tweeledig: het is 1. ten diepste God Zelf in Zijn communicerend handelen met ons en 2. het totaal van Zijn communicatie met Zijn schepselen.

Zoals gezegd bestaat volgens Frame het Heer-zijn van God uit drie aspecten: controle, autoriteit en presentie. Die drie aspecten ziet Frame ook terugkomen als het gaat over het Woord van God. Het is het Woord waardoor God Zijn controle uitoefent over heel de schepping: Hij spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er. In de tweede plaats is het Woord gezaghebbend: het Woord schept verplichtingen voor wie het hoort. Het oefent gezag over wat we te geloven hebben, over onze prioriteiten en emoties. In de derde plaats is God in het spreken van Zijn Woord persoonlijk aanwezig. Waar het Woord klinkt, is God ons nabij.

Hoe het Woord tot ons komt

Het laatste deel van het boek is veruit het omvangrijkste. Hierin handelt de auteur over de wijze waarop Gods Woord tot ons komt. Hij gaat onder meer in op de rol van profeten en apostelen in het ontstaan van de Schrift, Jezus” visie op het Oude en het Nieuwe Testament, op de vorming van de canon van de Schrift, de zogenoemde eigenschappen van de Schrift (helderheid, noodzaak, genoegzaamheid et cetera). Veel van deze thema”s zijn terug te vinden in elke goede gereformeerde dogmatiek. Toch biedt ook dit gedeelte veel goeds en origineels. Wat me met name geraakt heeft -en overtuigd- is Frames visie op de Schrift als verbondsboek, als verbondsdocument voor het verbondsvolk van God. Deze benadering biedt een heel verrassende visie, waardoor je de Schrift beter als eenheid leert zien.

Uitgebreid gaat Frame in op het debat over de foutloosheid (“inerrancy”) en onfeilbaarheid (“infallability”) van de Bijbel. Hij bestrijdt de gedachte dat de Bijbel niet foutloos zou zijn maar wel onfeilbaar c.q. betrouwbaar. Volgens Frame betekent onfeilbaar per definitie dat de Schrift geen fouten kan bevatten. Wie stelt dat de Schrift fouten bevat, moet bedenken dat fouten óf voortkomen uit bedrog, óf uit onwetendheid. God liegt echter niet en is alwetend. Gezien de aard van God kan de Schrift geen fouten bevatten. Het voorkomen van metaforen, onnauwkeurigheden, hyperbolen is geen reden om de Bijbel van fouten beschuldigen, als men voortdurend bedenkt dat dit hoort tot de eigenheid van het menselijke spreken waarvan God Zich bedient.

Discussie

Wie kennisneemt van “The Doctrine of the Word of God” krijgt een van de belangrijkste publicaties in handen van wat er op het gebied van de Schriftleer de afgelopen decennia is verschenen. Het is een boek dat inzicht geeft in de aard van de Schrift: Gods persoonlijke aanspraak tot ons mensen. Een boek dat me leerde dat wie het zelfgetuigenis van de Schrift als geïnspireerd Woord van God serieus neemt, niet met een mond vol tanden hoeft te staan.

Ik noemde het boek indringend en eigenzinnig. Dat eigenzinnige zit vooral in Frames methode van werken. Hij heeft een geheel eigen methodiek gekozen en stoort zich niet al te veel aan de gangbare manier van schrijven die communis opinio is in theologenland. Hij kiest er bewust voor om in zijn tekst vooral zijn eigen mening te poneren, zonder al te veel in discussie te gaan met anderen. De discussie en de polemiek worden vooral gevoerd via appendices achterin. Daar gaat Frame wel in discussie met derden, zoals N. T. Wright en A. McGowan. Wat mij betreft had die discussie best iets meer in de reguliere tekst mogen plaatshebben. Voordeel is wel dat je tijdens het lezen van de basistekst niet telkens uit de lijn van het betoog wordt gehaald door allerhande discussie en verwijzingen naar andere opinies.

Eén ding is duidelijk: wie zich vanuit een gereformeerd perspectief met deze vragen over de Schrift bezighoudt, kan voorlopig niet om dit boek heen. Elke student theologie zou dit moeten lezen. Dan kunnen veel vragen die mij tien jaar geleden bezighielden, een duidelijk antwoord krijgen en hoef je niet met een mond vol tanden te staan als de orthodoxe Schriftvisie weer eens onder vuur komt te liggen. Dit boek helpt je om ootmoedig en robuust gereformeerd te zijn. En dat is heerlijk.

‘Gods persoonlijke aanspraak tot mensen’. Bespreking van J.M. Frame, The Doctrine of the Word of God, Phillipsburg 2010. In: Reformatorisch Dagblad, 10-11-2011