‘Vrijheid en toekomstverwachting’. Dat is het jaarthema dat centraal staat bij de dagopeningen op het Calvijn College. “Alleen als de Zoon je vrijmaakt, zul je waarlijk vrij zijn. Dat hebben jongeren nodig, bekering. Dat is het werk van de Heere en tegelijkertijd is het de opdracht aan ons als opvoeders om het geweten te raken.” We spreken dr. M. Klaassen, sinds juli predikant van de Hervormde Gemeente te Arnemuiden.

Dominee Klaassen (34) is jong maar erudiet. Ondanks zijn kennis en belezenheid valt hij  – rustig en eenvoudig formulerend – juist op in bescheidenheid. Hij werd geboren in het Zeeuws-Vlaamse Terneuzen. Na op het Van Lodenstein College te Amersfoort zijn vwo-diploma behaald te hebben, ging hij in Utrecht theologie studeren. In 2013 promoveerde hij in Amsterdam aan de Protestantse Theologische Universiteit op het proefschrift ‘In Christus rechtvaardig. Reformatorische perspectieven op rechtvaardiging en eenheid met Christus’. Dominee Klaassen heeft drie dochters.

We leggen een aantal vragen en stellingen aan hem voor over de thema’s vrijheid en toekomstverwachting.

 

Veel christenen leven in gevangenschap. Miljoenen mensen zijn op de vlucht. Wij leven in vrijheid en jongeren kunnen toewerken naar een keur aan toekomstmogelijkheden. Welke verantwoordelijkheid geeft dit?

“Ik zou tegen jongeren willen zeggen: ‘Besef hoe niet vanzelfsprekend jouw situatie is, laat de beelden tot je doordringen. Jij geniet vrijheid en kunt van veel voorzieningen gebruikmaken. Veel stof om voor te danken! Ogenschijnlijk gewone dingen, zoals een dak boven je hoofd, zijn niet zo vanzelfsprekend. Belangrijk is dat je mogelijkheden die je krijgt, optimaal benut. Je weet niet of de situatie zo blijft, wat je nog te wachten staat in deze samenleving. Gevoelens van onzekerheid zien we toenemen in de maatschappij, vooral sinds de aanslagen van 9/11 .”
Wat is uw toekomstverwachting ten aanzien van de vrijheid van onderwijs in ons land?

“Ik las onlangs een artikel in het RD waarin Pieter Moens van de VGS reageert op de wens van de staatssecretaris om het richtingenbegrip af te schaffen.  Een zorgelijke ontwikkeling. Het kan leiden tot de sluiting van honderden scholen. En blijft het reformatorisch onderwijs in haar huidige vorm bestaan? De Nederlandse inrichting van vrijheid van onderwijs is uniek. Elders, bijvoorbeeld in het Amerikaanse Grand Rapids, moeten ouders veel opofferen voor dit soort onderwijs. Al hoeft het geen ramp te zijn om voor je principes te moeten geven. Hoe het verder zal gaan in Nederland? Lastig om daarover iets te zeggen. De besluitvorming is afhankelijk van meerderheden. Het kabinet moest in de afgelopen jaren steeds naar meerderheden zoeken en compromissen sluiten. Christelijke partijen konden zorgelijke ontwikkelingen afremmen. Is er sprake van een meerderheidscoalitie, dan kan het opeens heel anders gaan. De situatie is kwetsbaar.”

Vrijheid

Waarin kunnen vervolgde christenen de gereformeerde gezindte ten voorbeeld zijn?

“In meerdere opzichten. In de eerste plaats laten ze zien dat bij christelijk leven ingrijpend lijden kan horen. De bereidheid om het lijden te ervaren is een krachtig getuigenis. Jezus heeft Zelf gezegd: ‘Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij’ (Matth. 16:24). Iets wat wij, westerse christenen, heel moeilijk vinden, omdat wij uit een bevoorrechte positie komen. We zien echter in veel landen heel tastbaar dat lijden hoort bij de navolging van Christus. Het is aan de Heere om te bepalen hoe en waar dit lijden zich voordoet. De Roemeense predikant Richard Wurmbrand nam zijn belijdeniscatechisanten eens mee naar de dierentuin. Toen ze eenmaal voor de leeuwenkooi stonden, zei hij: ‘Jullie worden niet voor de leeuwen geworpen, maar zullen met erger te maken krijgen. Willen jullie dat? De catechisanten zeiden, met tranen in de ogen ‘ja’. Ze beseften dat dit de consequentie kon zijn van het dienen van de Heere.’ Het bewustzijn van het lijden dat inherent is aan het volgen van Christus, was daar sterker aanwezig. De bereidheid om lijden te ervaren is een spiegel voor ons. Er is onder ons een sterke hang naar materialisme en comfort. Christenen die voor de keuze staan om te blijven of te vluchten uit bedreigde gebieden, staan in zekere zin veel losser van het materiële. Je wordt dan van alles losgemaakt en teruggeworpen op de Heere alleen. Wat is het dan rijk om met Asaf te mogen zeggen: ‘Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid’ (Psalm 73:26).

 

Slagen wij erin naar de buitenwereld uit te dragen wat de rijkdom is van ‘christelijke vrijheid’?

“Ik kan niet voor anderen spreken. Gelukkig zijn er christenen die dat zeker kunnen. In de buitenwereld wordt nogal eens gedacht dat er veel moet en weinig mag. Het kan een bewijs zijn van het ontbreken van levend geloof achter tradities en vormen. Als gedrag alleen berust op een regel of traditie en mensen merken dat er niet meer achter zit, dan hebben ze er geen respect voor. Kijk, als iemand zegt dat hij op zondag dingen liever niet doet om zich helemaal te kunnen wijden aan de Heere en Zijn dienst, dan kan een buitenstaander daar respect voor hebben. Vraag je bij traditie af of het een gestolde vorm is of berust op levend geloof.
Maarten Luther stelde als het gaat om christelijke vrijheid de volgende twee uitgangspunten:  ‘Een christen is een zeer vrije heer over alle dingen, aan niemand onderworpen’ en ‘Een christen is een zeer dienstvaardige knecht van allen, onderworpen aan allen’. Ja, er is een christelijke vrijheid, maar tegelijkertijd roept de Bijbel ons op tot dienstbaarheid en zelfopoffering. Vrij maar rekening houdend met anderen. Je kunt je aanpassen aan anderen om ze in hun eigen leefwereld te bereiken.”

 

Stelling: Een christen is vrijgemaakt van de wet, geeft Paulus aan. Dat betekent dat de zonde geen kracht meer heeft.

“Als Paulus dit zegt, dan bedoelt hij met name de mozaïsche wet met zijn regels, bepalingen, tradities en voedselwetten. Die zijn voor een christen niet meer geldig. De rechtvaardiging gebeurt niet door de wet maar alleen door het geloof in Christus. Een van de gebroeders Erskine zegt: ‘De wet stuurt je naar het evangelie en het evangelie stuurt je ook naar je wet.’ Dat is het unieke van de christelijke traditie. Aan de ene kant ben je als christen vrijgemaakt als het gaat om je redding en zaligheid. Tegelijkertijd wil een christen zich uit liefde en eerbied voor God houden aan het kompas van de wet.”

“Ik geloof inderdaad dat de kracht van de zonde in een gelovige verbroken is. Het kan niet zo zijn dat je onder de heerschappij van Christus én onder de macht van de zonde bent. Dat wil niet zeggen dat de zonde er niet meer is, er is sprake van een dagelijkse strijd.  ‘Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet’ (1 Joh. 1:8). Ik waag dus te zeggen dat de zonde geen koning meer is in het leven van de gelovige. De zonde is nog wel incidenteel maar niet meer structureel de heersende macht. Een belangrijke tekst voor mij in dit kader is Rom. 6:7: ‘Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde’. Ben je met Christus gestorven, dan ben je vrij van de schuld én de macht van de zonde. Zouden we dit ontkennen, dan doen we tekort aan het werk van de Heilige Geest. Het is hier allemaal ten dele, maar er zit wel groei in als het goed is. Vroeger zeiden ze dan: ‘Minder zonden doen, groter zondaar worden’. Het zit bij dat laatste vaak niet in grove uitwendige zonden, maar meer in de binnenkant van het hart, de gedachtewereld met hoogmoed, jaloezie en lust.”

Toekomstverwachting

Stelling: We leven in de eindtijd. De wederkomst is niet meer ver weg.

“Daar ben ik het helemaal mee eens. We leven echter bijbels-theologisch gezien al 2000 jaar in de eindtijd. Die periode is begonnen met Pinksteren. Of de wederkomst dichtbij is? De Heere zegt dat niemand de dag of het uur weet. Tegelijkertijd zijn er signalen die wijzen op Zijn naderende komst. Ik denk dan met name aan het teken van de wereldwijde verkondiging van het evangelie (Matth. 24:14). Hebben alle volkeren de blijde boodschap gehoord, dan zal het einde komen. Met name de laatste tweehonderd jaar hebben wereldwijde zending en vertaling van de Bijbel een grote vlucht genomen. Het aantal bevolkingsgroepen aan wie de evangelieboodschap is gebracht, is in de afgelopen tweehonderd jaar gegroeid naar twaalfduizend. We naderen dus het totaal van dertienduizend. Gezien de sterke groei van technische mogelijkheden, is het niet ondenkbaar dat het moment van de voltooiing dichtbij is.”

 

Stelling: Als een ouder, een docent uitziet naar de komst van Christus, dan merkt een kind dat.

“Absoluut. Ik denk dat er bij veel christenen weinig uitzien is naar de wederkomst, naar de komst van de Heere Jezus. Ik merk dat mensen die dichtbij de Heere leven, dit verlangen wel hebben of sterker hebben. Dat is dan vrucht van de omgang met de Heere. Zie je als ouder of docent uit naar de komst van Christus en leef je uit Hem, dan zullen jongeren dat merken. Op het Van Lodenstein College heb ik enkele docenten gehad die hier heel open over spraken. Ik herinner me nog goed de docent die op maandagmorgen vol was van de preek en hieruit deelde. Op een ernstige, liefdevolle en gunnende manier. Dat blijft je bij. Het is de kunst dat niet prekerig te doen maar op een gewone, authentieke manier. Je levenswandel laat ook veel zien. Een leven met Hem herken je aan de vruchten. Er is dan ook gunning van het heil aan kinderen en jongeren die aan je zorg zijn toevertrouwd. Je ijvert voor en verlangt naar hun bekering. Er is ook een andere kant. Hoe kun je uitzien naar de wederkomst als je slordig leeft, lauw en verzadigd bent? Ga je op in het materiële dan zullen jongeren dat ook merken.”

Wat is uw eigen ervaring in contact met jongeren?

“Het is zo belangrijk dat zij het geestelijke leven proeven in hun omgeving. Ik sta niet voor de klas maar wel regelmatig voor een catechisatiegroep. Dan hoop je zo dat ze er in mijn leven, in mijn houding iets van mogen merken. Vorige week hebben we Zondag 1 behandeld, het eigendom van Christus te zijn. Ik vroeg of ze het zouden willen: niet meer van zichzelf zijn. Ik liet de tekst van een popliedje van Bon Jovi zien, It’s my life. Je ziet ze dan opveren: ‘Hé, weet de dominee  dat ook?’ ‘Niet meer van jezelf zijn vraagt om overgave aan de Heere. We zijn van onszelf niet vrij, zoals de wereld wil doen geloven, maar verbonden aan de zonde.’ Dat was mijn boodschap. Wat mooi om te merken dat jongeren met vragen lopen. Zo vroeg een jongere me gisteravond: ‘Een christen moet toch altijd verdrietig zijn? Als hij ziet op de zonden in zijn eigen leven en in de wereld hem heen?’ Dan mag je antwoorden: ‘Ja, dat is zo, maar tegelijkertijd kan er toch een onuitsprekelijke blijdschap zijn. Een blijdschap in de Heere, omdat je Zijn eigendom, Zijn kind, mag zijn en mag delen in Zijn bijzondere zorg.’ Jongeren hebben behoefte aan echt gesprek over deze dingen.”

Hoe kunnen we hun hart bereiken?

“De duivel gaat rond als een briesende leeuw. Met name op het gebied van seksualiteit. Je kunt je als mens super vrij voelen en met minachting neerkijken op mensen die ‘zo bekrompen’ leven, zonder te zien dat je zelf verslaafd bent. Ik daag jongeren er toe uit dingen los te laten. Als het niet lukt, dan is dat een bewijs dat je er slaaf van bent. Alleen als de Zoon je vrijmaakt, zul je waarlijk vrij zijn (Joh. 8).
Dat hebben jongeren nodig, bekering. Dat is het werk van de Heere en tegelijkertijd is het de opdracht aan ons als opvoeders om het geweten te raken. ‘Je denkt misschien dat je vrij bent, dat dit het leven is, maar dit is het leven niet!’. Doe het met tact en liefde. Het geweten is vaak het middel waardoor God het hart bereikt, het houdt je een spiegel voor. Wat dragen we over aan onze kinderen? Wordt de dienst van de Heere thuis gezien als juk of als vrijheid?”